Persoonsgebonden budget: feiten en cijfers
Introductie
Mensen met een chronische ziekte of beperking kunnen een persoonsgebonden budget (PGB) aanvragen bij het zorgkantoor. Met het geld kunnen zij zelf zorg ‘inkopen’. In de praktijk betekent dit: meer zeggenschap en dus meer kwaliteit van leven. Met een PGB kunnen mensen zelf bepalen wanneer ze willen douchen, sporten of vervoerd worden en wie hen daarbij helpt. De zorg voldoet daarmee aan hun wensen en behoeften. Het PGB zorgt ervoor dat mensen langer zelfstandig kunnen blijven wonen en meer richting aan hun leven kunnen geven. Het PGB is een uitkomst voor iedereen die zelf zijn zorg wil regelen en niet afhankelijk wil zijn van het reguliere zorgaanbod.

Feiten
Mensen die een PGB verkiezen boven zorg in natura, moeten dit aanvragen bij het zorgkantoor. De aanvrager moet in het bezit zijn van een indicatie voor verpleging, verzorging en thuiszorg. Dit PGB wordt betaald vanuit de AWBZ. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) beoordeelt de aanvraag. Ook voor huishoudelijke hulp, hulpmiddelen en voorzieningen is een PGB mogelijk. Dit PGB wordt betaald door de gemeente vanuit de WMO. Gemeenten bepalen zelf hoe zij hiermee omgaan en hoe de indicatie gesteld wordt.
Cijfers
Het PGB is de afgelopen jaren erg populair geworden. Het aantal PGB-houders is in de periode 1998-2009 gemiddeld met 25% per jaar toegenomen. Toch heeft het PGB nog steeds een relatief klein aandeel in het totale zorggebruik. Zo waren er in 1998 slechts 13.000 budgethouders, wat steeg naar 148.000 budgethouders in 2008. Dit is 20% van de totale AWBZ-cliënten (Sociaal en Cultureel Planbureau, mei 2011)
Voor welke zorg?
Voor het PGB-AWBZ zijn een aantal functies vastgesteld:
- persoonlijke verzorging
- verpleging
- begeleiding individueel
- begeleiding groep
- begeleiding groep inclusief vervoer
- kortdurend verblijf
Behandeling en volledig verblijf vallen hier dus buiten. Wat met het PGB wel of niet mag worden betaald, staat op een vergoedingenlijst van de zorgkantoren. Het is toegestaan om het PGB dat voor een bepaalde AWBZ-functie is toegekend te gebruiken voor een andere functie.
Familielid als zorgverlener
De zorgverlener hoeft geen beroepskracht te zijn. Het mag ook een familielid of vriend zijn, maar het PGB mag niet besteed worden voor zorgactiviteiten die je ook voor elkaar zou doen als er geen beperking of ziekte was. Denk dan aan boodschappen doen, koken of het huis schoonhouden. Het moet gaan om extra zorgactiviteiten die familieleden normaal niet voor elkaar verrichten, zoals hulp bij eten, bij wassen, continu toezicht, en dergelijke.
Voor- en nadelen
Veel mensen vinden een PGB handig. Ze kunnen hun zorg precies zo regelen als ze zelf willen. De PGB-houder heeft dus de regie. Bij de meeste zorgaanbieders is dat niet het geval. Maar er zijn ook nadelen. Het beheren van een PGB vergt een hoop administratie. Als de aanvraag goedgekeurd wordt, moet de PGB-houder een geschikte verzorger zoeken. Dat kan een freelancer (zzp’er) zijn, een zorginstelling of een partner of inwonend familielid. De PGB-houder moet zelf met de zorgverlener afspraken maken over de zorg en dit vastleggen in een zorgovereenkomst. Verder moet hij of zij de zorgverlener uitbetalen, een administratie bijhouden, en verantwoording afleggen aan het zorgkantoor. Over een PGB hoeft geen belasting te worden betaald en andere subsidies (zoals huursubsidie) worden er niet minder door.
Hoe hoog is het PGB?
Het PGB wordt vastgesteld door het geïndiceerde aantal zorguren per week (klassen) te koppelen aan het daarbij horende jaartarief. De klassen en tarieven verschillen per functie. Globaal worden de kosten van zorg in natura met 25% verminderd om tot het PGB-bedrag te komen. Daarvan houdt het zorgkantoor een eigen bijdrage in. Deze eigen bijdrage wordt berekend door het Centraal Administratie Kantoor (CAK) op basis van het inkomen en de gezinssituatie van de aanvrager. Het toegekende bedrag wordt in vier delen (een deel per kwartaal) overgemaakt naar de bankrekening van de PGB-houder.
Context
In het begin van de negentiger jaren ontstond vanuit de gehandicaptenzorg de roep om zorg in natura op verzoek te vervangen door een bedrag aan geld. In 1995 voerde staatssecretaris Erica Terpstra het PGB in voor AWBZ-zorg. Het PGB gold alleen voor zorg thuis. Het nationale budget ervoor was beperkt, aanvragen werden gehonoreerd totdat het budget op was. In 1996 werd ook voor verstandelijk gehandicaptenzorg de mogelijkheid van een PGB ingevoerd.
PGB werd recht
In het begin moesten PGB-houders lid worden van een vereniging van budgethouders. Betaling van de ingehuurde zorgkrachten verliep via deze vereniging. PGB-houders kregen dus niet zelf de beschikking over het geld. Dat werd anders in 2003, toen het PGB een recht werd. Het zorgkantoor mocht een aanvraag – mits binnen de regels – niet weigeren. Het nationaal budget voor het PGB bleef echter gehandhaafd.
Groeiende behoefte
Sinds die tijd naam het aantal aanvragen gestadig toe doordat de jeugdzorg en later ook de GGZ binnen de AWBZ gingen vallen. Maar het kwam vooral doordat steeds meer mensen het PGB als middel gingen zien om de gewenste zorg te krijgen en onafhankelijk te blijven van de grote zorgaanbieders. Daarnaast bestaat de indruk dat het PGB een groep nieuwe gebruikers heeft aangesproken: mensen die wel in aanmerking komen voor AWBZ-zorg maar daarvan nog geen gebruikt maakten om het aanbod niet paste bij hun wensen.
Krap bij kas
Om de uitgaven te beperken, verviel de mogelijkheid om een PGB aan te vragen voor de functie ondersteunende begeleiding. Ook het overgaan van huishoudelijke hulp van de AWBZ naar de WMO ontlastte het PGB-budget. Het nationale PGB-budget werd jaarlijks verruimd. Toch kwamen er meer aanvragen dan waar geld voor was. De minister van VWS stelde in juli 2010 een totale stop in op nieuwe PGB-aanvragen. Al snel bleek dat er uitzonderingen nodig waren, onder andere voor initiatieven voor zelfstandig wonen die een zeer lange aanlooptijd kennen. De stop werd begin 2011 weer opgeheven. Het was echter duidelijk dat door het grote aantal aanvragen de kosten van de PGB-regeling enorm waren toegenomen.
Huidige situatie
Wat niet duidelijk werd, was in hoeverre het inzetten van een PGB de kosten van de reguliere zorg verminderde. Want dat was ook een bedoeling van het PGB: niet alleen mensen met een zorgbehoefte meer regie geven, maar ook de zorg goedkoper te laten zijn. Niet voor niets was vanaf het begin het bedrag van een PGB maar 75% van de kosten van zorg in natura. In mei 2011 kondigde Staatssecretaris Veldhuyzen van Zanten maatregelen aan om een PGB alleen nog te verstrekken bij de indicatie verblijf. Dat zou het aantal PGB-houders moeten beperken tot ongeveer 15% van het aantal van begin 2011.
Meer weten
Links
Programmabrief Langdurige zorg (externe link)
Brief van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport waarin zij haar visie beschrijft op de langdurige zorg en een uitwerking geeft van de maatregelen uit het Regeer- en Gedoogakkoord. In de bijlagen staat veel informatie over het PGB.
Per Saldo (externe link)
Belangenvereniging van en voor mensen die verzorging en begeleiding nodig hebben en die dit zelf willen regelen met een persoonsgebonden budget.
Servicecentrum PGB (externe link)
Servicecentrum van de Sociale Verzekeringsbank om mensen met een PGB te helpen met hun administratie.
De opmars van het PGB (externe link)
Rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau over de ontwikkeling van het PGB in nationaal en internationaal perspectief.
Documenten
Vergoedingenlijst PGB (pdf, externe link)
Vergoedingenlijst persoonsgebonden budget AWBZ (PGB) zoals deze door alle zorgkantoren per 1 januari 2011 wordt gehanteerd. In de lijst vindt u een overzicht met onderwerpen waarbij staat of, en zo ja onder welke voorwaarden, die vanuit het PGBAWBZ vergoed kunnen worden.
Protocol Gebruikelijke Zorg (pdf, externe link)
Protocol van het Centrum Indicatiestelling Zorg waarin staat welke zorg wel en welke niet onder de AWBZ valt.



