Hééft de huisarts NAH?
Hebben huisartsen kinderen met NAH in hun patiëntenbestand? En zo ja, hoeveel dan? Goede vraag, maar niet zo gemakkelijk te beantwoorden. In een regionaal onderzoek heeft Vilans dat weleens geprobeerd. Als je individuele huisartsen hierover bevraagt - zoals wij in dat onderzoek deden - heb je grote kans om als antwoord te krijgen: ‘Nee meneer, die hebben wij hier niet. Dergelijke patiëntjes vindt u in een revalidatiecentrum, gaat u daar maar eens kijken.’ En als je - zoals wij daarna deden – het bestuur van de huisartsenkring benadert met de vraag om medewerking aan een inventarisatie, zul je horen dat het onderwerp sneuvelt in prioriteitenafweging. ‘Huisartsen worden toch al overstelpt met verzoeken om medewerking aan onderzoeken en enquêtes.’ En dat is natuurlijk ook zo. Toch lijkt het zo te zijn dat de huisarts het juiste NAH-gevoel nog niet helemaal heeft.
Landelijke Stuurgroep HEJ
Een aanwijzing in dezelfde richting krijgen we als we kijken naar de landelijke stuurgroep HEJ (Hersenletsel En Jeugd). Deze is recent opgericht om de aandacht en alertheid voor NAH bij kinderen te vergroten en de zorg te verbeteren. Kinderneurologen, kinderrevalidatieartsen, kinder- en jeugdpsychiaters, (neuro)psychologen en orthopedagogen zijn hierin vertegenwoordigd. Niet op persoonlijke titel, maar namens hun landelijke beroepsorganisaties. Ook hier ontbreken de huisartsen vooralsnog.
Licht hersenletsel
Toch hebben we te maken met een probleem dat huisartsen wel degelijk aangaat. Jaarlijks worden in ziekenhuizen zo’n 12.000 kinderen en jongeren in de leeftijdsgroep tot 20 jaar gezien met hersenletsel. De overgrote meerderheid daarvan heeft licht hersenletsel en mag na een bezoek aan de spoedeisende hulp, of na een nachtje observatie weer naar huis. Meestal zonder verdere nacontrole. Voor de meesten is dat ook geen probleem, want zij zullen er geen langdurende of blijvende gevolgen van ondervinden. Maar het vervelende is dat bij zo’n 10% van die groep - en dan gaat het toch al gauw om 1.000 kinderen per jaar - wel beperkingen ontstaan. En nog vervelender is het dat die beperkingen zelfs jaren later nog kunnen ontstaan.
Signalering
Als spil van de eerstelijnszorg heeft de huisarts een belangrijke rol in de signalering van deze kinderen en de verwijzing naar de juiste diagnostiek, behandeling en begeleiding. Dat is zeker geen makkelijke taak. Bovendien lijken de symptomen erg veel op die van ander beperkende condities, zoals ADHD en leerstoornissen, en worden daar ook makkelijk en vaak mee verward. Toch zijn er belangrijke verschillen, maar alleen een gespecialiseerde neuropsycholoog is in staat om het onderscheid te maken.
Gastles Universiteit Maastricht
Om de aandacht van de huisarts te vergroten voor NAH bij kinderen en jongeren, richt ik mij daarom ook op de huisartsenopleidingen. Ondanks, of misschien wel juist vanwege de haast onbeperkte inhoudelijke omvang van het huisartsenvak, vind ik dat daarin ook aandacht moet zijn voor gevolgen van NAH. Het is verheugend dat ik op 18 mei een eerste gastles (ppt) heb mogen verzorgen voor de huisartsenopleiding van de Universiteit Maastricht. Is daarmee de teerling geworpen?




Petra
04 december 2011 om 20:49
Ha, ik dacht dat u bedoelde of onze huisarts NAH heeft. Gezien het feit dat hij 2x een ongeluk met fors hoofdletsel heeft gehad en na de 2e keer toch maar een en later twee dagen minder is gaan werken, zou me dat niets verbazen!
Daarvoor was hij al bekend met NAH door dat van vrij dichtbij te hebben meegemaakt, bij het kind van iemand in zijn kring. Hebben wij dan geluk? Bij zijn ongelukken? Nee, want daadwerkelijk doet onze huisarts niets met of aan NAH, hij verwijst alleen door.