Over de drempel van de thuisgevangenis
Partners van mensen met dementie in het midden- of het gevorderde stadium komen nauwelijks meer de deur uit. Ze durven de persoon met dementie nauwelijks meer alleen te laten. De eigen woning wordt een soort gevangenis, waar ze alleen uit kunnen als de persoon met dementie bijvoorbeeld naar de dagopvang is. Dit legt een zware druk op de partner en op de lange duur kan dit leiden tot overbelasting. Een overbelasting die meestal de grondslag is om toch maar een indicatie voor opname in een verpleeghuis aan te vragen. Als een partner van iemand met dementie af en toe het huis kan verlaten, kan dit dus voor beiden een groot verschil maken.
Aan huis gebonden
Al in 2005/2006 voerde Vilans (in de hoedanigheid van voorganger iRv) een project uit bij de Zorggroep Noord-Limburg, gefinancierd door de provincie Limburg. We gebruikten de technologie die hier toen voor beschikbaar was: vier camera’s en sensoren die rechtstreeks hun meldingen doorstuurden naar een centrale. Aan de kant van de zorgorganisatie moest er iemand achter de centrale zitten om naar de camerabeelden te kijken. Daarom mochten partners alleen op werkdagen overdag en niet langer dan twee uur weg. Deze beperkingen kwamen voort uit de technologie: er moest iemand naar de camerabeelden kijken en de signalen van de sensoren opvangen. Ongeveer vijf van de tien deelnemers hebben er gebruik van gemaakt, waaronder een aantal met grote regelmaat. Belangrijkste bezwaar: de beperkingen die de technologie oplegde.
Uitstel van opname door nieuwe technologie
Anno 2010 is er nieuwe technologie beschikbaar in de vorm van een sensornetwerk in de woning en een computerprogramma. Dit computerprogramma vervangt als het ware de functie van de centralist en neemt daardoor beperkingen van de oudere technologie weg. Deze technologie met de naam UAS (Unattended Autonomous Surveillance) is ontwikkeld door TNO. In 2009 hebben Vilans en TNO deze technologie uitgebreid getest bij Zorgpalet Baarn/Soest. Onder andere bij alleenwonende mensen met gevorderde dementie en een zorgindicatie. Bij drie van de twintig cliënten leidde de inzet van de technologie tot maanden uitstel van opname in het verpleeghuis.
Proef op de som
In de eerste helft van 2010 nemen we de eerste proef op de som bij Stichting De Wever in Tilburg in een project van de Provincie Noord-Brabant (programma Slimme Zorg) en geïntieerd door Vilans. Dementieconsulenten gaan partners van mensen met gevorderde dementie benaderen, waarbij de persoon met dementie nog geen indicatie voor opname heeft, of hooguit een indicatie extramurale zorg. Vilans ondersteunt dit project. Daarna volgt nog een proef in Vlaanderen, vanuit het Europese project Rosetta. Het systeem dat we dan gaan gebruiken is een verbeterde versie die ook camerabeelden kan interpreteren. De twee camera’s werken alleen als de persoon met dementie zich op bepaalde plekken in de woning bevindt en als het systeem constateert dat er een mogelijke noodsituatie is. Ook Rosetta is samen met TNO geïnitieerd door Vilans. De Landsbond Christelijke Mutualiteiten, de grootste Vlaamse zorgverzekeraar en zorgaanbieder, voert deze proef uit met ondersteuning van Vilans en neemt een groot deel van de kosten voor haar rekening.
Verzachten van de scherpe randjes
Deze twee projecten moeten in ieder geval duidelijk maken of er vraag is naar deze technologie en het bijbehorende dienstenaanbod. Met als achterliggende vraag of de druk op de mantelzorger ook werkelijk afneemt. Vilans verwacht hiermee wel een essentiële doorbraak te kunnen bewerkstelligen in het verminderen van de druk op de partner/mantelzorger van mensen met dementie. En de scherpe randjes van de thuisgevangenis enigszins te kunnen verzachten.
Ga voor meer informatie naar het webdossier Zorg op Afstand van de Kenniscirkel Domotica voor Wonen en Zorg/Zorg op Afstand van Vilans.



