Hij mutste haar op haar kond
'En hij mutste haar op haar kond...'
Gelach steeg op uit de zaal. De verteller van het sprookje Weefsnitje en de Dweven zergen ging verder: 'Hij nam haar mee, zij trouwden veel en hadden lange kinderen. EINDE.'
Taal is belangrijk om elkaar te kunnen begrijpen en verstaan. Als je een paar klanken omdraait, krijg je hele andere woorden. Zoals het sprookje van Sneeuwwitje heel anders wordt als je spoonerisme (externe link) toepast.
Het nieuwe sprookje dat ontstaat, is alleen grappig voor de mensen die het oorspronkelijke sprookje kennen en de taal verstaan. Is dit niet het geval, dan zou dit sprookje, deze taal, weleens heel onfatsoenlijk en onbeschaamd over kunnen komen.
Context
Voor mensen die de Nederlandse context niet kennen en niet bekend zijn met de taal, gaat er op dit vlak daarom vaak wat mis. Oudere migranten voelen zich door de mensen om hen heen, door de dokter of verzorgende niet altijd serieus genomen. Zij hebben het idee dat zij verkeerd begrepen worden of hebben zelf onbegrip voor de manier waarop gewerkt wordt of voor de Nederlandse cultuur. Migrantenouderen voelen zich soms ook gekwetst door bepaalde vragen of uitspraken, zonder dat dit de bedoeling was van de andere partij.
Vertalen
Huisartsen merken nogal eens dat oudere migranten vaak bij hen langskomen: 'Ik behandelde laatst een mevrouw. Ze sprak steeds maar over pijn: "ik pijn…” ze wees naar haar been, dus dat onderzocht ik en schreef fysiotherapie voor. Toen ze elke week maar bleef komen, heb ik gevraagd of ze een keer haar zoon mee wilde meenemen, in de hoop dat hij zou kunnen vertalen. Tijdens dat bezoek werd mij duidelijk dat zijn moeder al een tijd pijn in haar gewrichten had. Ik heb haar toen doorgestuurd naar de reumatoloog en zie haar bijna nooit meer op mijn spreekuur. En als ze er is, kijkt ze me nu heel dankbaar aan.'
Bij oudere migranten leidt onvoldoende kennis van de taal in veel gevallen tot verkeerde behandelingen, meer (onnodige) zorg en minder welzijn van de cliënt.
Anderhalf miljoen mensen laaggeletterd
Daarnaast zijn veel oudere migranten laaggeletterd. Laaggeletterdheid (moeite met lezen en schrijven) komt niet alleen onder de eerste generatie migranten voor, maar ook bij mensen met een lage SES of taalstoornis. In Nederland zijn naar schatting anderhalf miljoen mensen laaggeletterd (externe link).
Van deze anderhalf miljoen mensen is één miljoen autochtoon en een half miljoen allochtoon. Van de één miljoen autochtonen is een kwart vrijwel geheel ongeletterd. Laaggeletterden hebben grote moeite met het vinden van de juiste voorzieningen en ondervinden diverse problemen in het dagelijks functioneren. Een folder of brochure helpt deze mensen niet! Voor artsen is het daarom belangrijk om te weten wanneer iemand een taalprobleem heeft, zodat daar rekening mee gehouden kan worden.
Kenmerken van een taalprobleem zijn bijvoorbeeld: niet of nauwelijks spreken, onjuist reageren op vragen, kleine woordenschat, geen goede zinnen kunnen vormen, moeite met het onder woorden brengen van gedachten.
Praktische tips
Een aantal tips voor het communiceren met laaggeletterden zijn:
- Spreek langzaam en duidelijk, maak korte zinnen. Zeg concreet wat u bedoelt: medicijnen neem je niet ‘zo nodig’ in, maar ‘wanneer de koorts hoger is dan 38,5 graden’. Ga niet harder praten, uw gesprekspartner is niet doof.
- Doseer de informatie en kom niet direct ter zake. Met name is een goede sfeer belangrijk voor het verkrijgen van vertrouwen van allochtone patiënten.
- Gebruik ook non-verbale communicatie, door dingen voor te doen, of aan te wijzen op het lichaam. Er bestaan ook een aantal visuele hulpmiddelen, zoals van de NIGZ (externe link). Houd in gedachten dat allochtone patiënten een andere leesrichting kunnen hebben.
- Stel open vragen: vragen die beginnen met ‘wat’, ‘wanneer’, ‘hoeveel’, ‘waar’, ‘waarom’ of ‘hoe’ leveren vaak de meeste informatie op.
- Gebruik geen vakjargon en moeilijke woorden of begrippen.
- Vraag door en laat een open houding zien.
- Toets of de cliënt de informatie begrepen heeft, door de cliënt bijvoorbeeld te vragen om in eigen woorden na te vertellen wat hij gaat doen. Toets altijd uw en zijn waarneming, uw en zijn interpretatie en uw en zijn conclusie.
- U kunt proberen een tolk in te schakelen, maar pas op met het inschakelen van kinderen van de cliënt bij persoonlijke of lastige problemen.



