Zien en gezien worden
‘Iedereen wil graag gezien worden,’ denk ik als de auto voor me met gierende banden optrekt. De een doet dat door een opvallende auto, de ander door altijd haantje de voorste te zijn in de laatste mode. En weer anderen door luidruchtig hun stem te laten horen, zoals die politica die ik gister op TV zag schreeuwen.
Stemmen horen
Wordt in de zorg iedereen wel echt gezien, vraag ik me af. En dan denk ik niet alleen aan de zorgvragers, maar juist ook aan de zorgverleners. Kunnen zij hun werk goed doen, worden zij gewaardeerd voor dat werk? Worden hún stemmen wel gehoord? Versta ik die stem wel, die stem van ‘het veld’? (Wat een wazige term is dat eigenlijk. Over wie hebben we het precies?) Ik ben tenslotte in dienst bij Vilans om ‘het veld’ te ondersteunen. Wat zou ik kunnen doen om de vragen die spelen in de zorg beter te kunnen zien?
Kleurenblinden
Al mijmerend vergeet ik bijna te stoppen voor een rood verkeerslicht. Zouden kleurenblinden wel weten wanneer ze moeten stoppen? Kunnen ze die kleuren eigenlijk wel zien? Ik heb het eerlijk gezegd nooit aan iemand met deze zogenoemde ‘beperking’ gevraagd. Maar de verkeerslichtmakers zullen er vast wel over hebben nagedacht, stel ik mezelf gerust. Het rode fietsje in het verkeerslicht springt op groen en ik fiets verder.
Onbegrijpelijke symbolen
Ik heb me eens laten vertellen dat analfabeten, waar vooral onder de eerste generatie ‘gastarbeiders’ zich veel bevinden, symbolen niet kunnen begrijpen. Ze zien geen plaatjes, maar vlekken. Verkeerslichten zoals deze, verkeersborden of het voor ons meest simpelste wegwijzertje begrijpen zij niet. Om deze doelgroep, veelal vrouwen, aan te spreken, is er dus meer nodig dan symbolen, letters en mooie zinnen. Misschien spreken kleuren hen wel meer aan. Maar dan moeten zij niet kleurenblind zijn.
Leren zien
Verschillende doelgroepen vragen dus om verschillende benaderingen. Als ik die doelgroepen wil aanspreken en bereiken, dan zal ik hen moeten leren zien. En door hun ogen leren kijken: wat zijn de problemen waar zij tegenaan lopen, wat is hun kracht? Wat zijn verschillen met de geijkte manieren en wat zijn gezamenlijke gronden waarover we met elkaar kunnen communiceren?
Versta ik deze stemmen ‘uit het veld’ eigenlijk wel? Of draai ik toch te veel mijn eigen riedeltje af – omdat het werkelijk zien van een ander misschien te veel tijd, te veel moeite, te veel energie kost? Maar als iedereen zo denkt, wie ziet deze mensen dan wel? Wie komt hen tegemoet om hen te ondersteunen bij hun vragen en problemen over een zieke partner of een ziek kind? Ben ik door mijn functie juist niet één van de ‘verkeerslichtmakers’ voor deze doelgroep?
Ik schrik op uit mijn gedachten als ik bijna tegen iemand aanbots. ‘Sorry!’ roep ik beschaamd. ‘Ik zag je even niet!’
Deze blog verscheen ook in de publicatie: Vertel eens wat anders! van Stichting Even Anders (2010) (externe link)




Guest
12 januari 2011 om 09:46
Alleen al de vragen die je jezelf stelt in de zoektocht ieder in de zorg op een juiste manier te benaderen is als cup-a-soup: dat zouden meer mensen moeten doen!!