Op zoek naar good-better-best practice NAH
De afgelopen weken heb ik de term ‘good practice’ regelmatig in de mond genomen. Ik wil good practice voor NAH inventariseren, bundelen en vastleggen. Maar wanneer is iets een ‘good practice’?
Een eerste search op Google leert dat de term ‘good practice’ niet terug te vinden is in ons Nederlands woordenboek. Wel vind ik hem terug in de Thesaurus Zorg en Welzijn (externe link). Daar lees ik de volgende synoniemen: goede voorbeelden, effectieve interventies, sprekende voorbeelden, veelbelovende voorbeelden en tot slot ‘best practice’. Good practice staat dus voor toepasbare, succesvolle voorbeelden uit de praktijk. Ik ben nog niet tevreden. Nog even verder zoeken op ‘best practice’.
Best practice
Wikipedia omschrijft ‘best practice’ als een techniek, werkmethode of activiteit die effectiever is dan iedere andere techniek of methode om een bepaald resultaat te behalen. Bij het beoordelen hiervan staat de praktijkervaring centraal. Voor organisaties is dus het belangrijk de ‘best practice’ binnen hun branche te kennen en de eigen manier van werken hiermee te vergelijken. Tot slot geeft het Wikipedia-artikel aan dat organisaties een best practice beter eerst zorgvuldig kunnen evalueren, voor ze hem overnemen. De best practice van de ene organisatie is niet noodzakelijk de best practice voor de andere organisatie. Een goed begrip van de context, randvoorwaarden en kritieke succesfactoren is essentieel.
Mijn good-better-best practice
Nu weer even terug naar mijn eigen ideeën. Als ik aan een goed praktijkvoorbeeld denk, heb ik steeds het ‘Jongeren Café Brein’ (externe link) in Tilburg voor ogen. Het initiatief biedt jongeren van 16 tot 25 jaar met NAH een ontmoetingsplaats waar zij lotgenoten kunnen treffen. De jongeren organiseren de bijeenkomsten en bepalen zelf de thema's die ze willen bespreken. Ze worden daarin ondersteund door twee professionals. Gemiddeld bezoeken zestien jongeren de avonden. De meesten komen terug en geven aan eindelijke een plek gevonden te hebben waar ze leeftijdsgenoten ontmoeten die hun problemen begrijpen.
Succesfactoren
Waarom vind ik dit nu een good practice? Ik zie een aantal kritische succesfactoren: het is een initiatief voor en door de jongeren zelf, het is geen standaardaanpak, meerdere organisaties werken hierin samen, de begeleiders hebben een betrokken houding. Of is de laatste een randvoorwaarde?
Oproep
Het valt nog niet mee om te bepalen waarom iets ‘good-better-best practice’ is. Mogelijk slagen anderen hier beter in. Ik ben dan ook heel benieuwd welke ‘good-better-best practices’ mensen met NAH, familieleden, professionals en verzekeraars voor ogen hebben en waarom zij dat vinden. Ik roep iedereen op om deze met mij te delen.




Anja Bout
04 november 2011 om 19:48
Dag, wellicht heb ik een best practice voor jullie!
Eerder ben ik geinterviewd door zowel Bureau Blauwbroek als de woningbouwcorporatie. Hier zijn mooie artikelen over geschreven die interessant kunnen zijn voor de lezer.
Ik hoor wel of hier belangstelling voor is.
hartelijke groet,
Anja Bout
Sherpa
Cora Postema
05 november 2011 om 11:46
beste marjan,
Ken je www.hersenletselenmantelzorg.nl ?
Binnen dat initiatief van Ellen Witteveen zijn drie ontwikkelwerkplaatsen om met professionals en mantelzorgers samen te komen tot verbetering van communicatie en aanpak NAH-ers en hun omgeving. Er zit bij de mensen die daaraan meedoen veel praktische NAH zorg kennis. Ikzelf doe ook mee in zo'n ontwikkelwerkplaats.
Groet,
Cora Postema
Roelien Vroom
06 november 2011 om 19:12
Beste Marjan. Ik heb jarenlang in de dagbesteding voor mensen met NAH gewerkt als contactpersoon/mentor. (Te)regelmatig hoorde ik de verhalen dat mensen soms jarenlang thuis zaten zonder enige vorm van contact met de buitenwereld. De wereld bleek na het revalidatiecentrum totaal anders om de NAH te reageren, en snapte er vaak niets van. Hoewel de revalidatiecentra wel info geven tijdens opname, komt die vaak niet aan, omdat de gewijzigde situatie thuis eerst niet voor te stellen is. Dan blijkt dat het netwerk klein wordt, dat de 'naasten' je of niet begrijpen of betuttelen. Mensen weten niet hoe ze de dag moeten/kunnen invullen. Mijn suggestie; zorg dat er contact blijft juist als mensen thuis weer hun weg moeten zoeken. Informatie op het 'vragenmoment'. Huisartsen zijn vaak te weinig op de hoogte, maar worden wel als eerste/enige benaderd. Deze zou moeten kunnen doorverwijzen naar iemand. Ook netwerkbegeleiding zou hierin heel nuttige resultaten kunnen boeken, omdat het oude netwerk heel vaak verkleind of wegvalt. Ik zou hier nog heel wat ervaringen kunnen plaatsen. De meest schrijnende situatie vertelde een client die 10 jaar thuis gezeten heeft. Niets deed, zei of zich ergens mee bemoeide. Niemand snapte hem, hij was lastig en kon niets meer. Zijn vrouw snapte niets van de mogelijkheden en beperkingen na een NAH. Na 2 jaar begeleiding was hij bijna onherkenbaar.
Bas Vasse
07 november 2011 om 17:17
Dag Marjan,
Ja best practices zijn het begin. Maar de vraag is: hoe maak je die herhaalbaar? Antwoorden hierop zijn te vinden in het vak kwaliteitsmanagement. En best practices betekenen niet per definitie het allerbeste resultaat. Want dan weet je ook dat de je de hoogste prijs betaalt. Wil je en kun je dat wel, met zorgkosten die uit de hand lopen?
Wat wel kan en moet is blijven innoveren. Je geeft zelf al aan hoe moeilijk het is om fondsen te alloceren. Natuurlijk kun je wel de beschikbare fondsen zo effectief en efficiënt mogelijk benutten. En wel in deze volgorde. Foute dingen kun je heel efficiënt doen maar ze blijven hun doel voorbij streven.
Je hebt alleen een groot probleem: elke hersenletselpatiënt is uniek. Dan kom je er niet met een herhaalbare, standaard aanpak, toch? En het antwoord is ja en nee. De oplossing vind je in een heel, heel ander vakgebied waar ik ook kennis van heb en dat is de crisis- en rampenbestrijding. Het voert te ver om dat hier te beschrijven.
Bij succesvolle revalidatie van hersenletsel moet je heel veel medische disciplines samen laten optrekken. Hoe doe je dat zo efficiënt mogelijk? En dat doe je door met elkaar te praten over het wat en niet het hoe.
Tot je sprak een gewezen zeer gedreven consultant met kennis van veel verschillende vakgebieden (brede belangstelling) en die 4 ½ geleden hersenletsel opliep. Als een enorme bikkel nog steeds werkt om dingen
beter te krijgen. Maar heb ook het geluk gehad dat ik veel dingen weer heb kunnen aanleren. Schrijven, lopen, hardlopen, zelfs skiën kan ik weer. Moet dat alleen niet willen.
Op verzoek van een neuropsycholoog geef ik elk jaar een of twee gastcolleges aan aspirant-neuropsychologen. Kan daar boeiend over vertellen. Kijk ook met een consultantblik naar eigen revalidatie. Dat levert volgens de neuropsycholoog interessante inzichten op.
Hij vindt dat ik een boek moet schrijven. Ik zou wel willen, maar ik vind dit teveel gevraagd. Heb een revalidatiefase-model bedacht. Zou leuk zijn als dat eens werd gepubliceerd. Kan duidelijk maken waar de cliënt behoefte aan heeft en verder mee komt. Dan doe je iets wat effectief is, resultaat oplevert.
Tot slot iets waar ik me dood aan erger. Ook bij hersenletsel wil men de zorg inrichten naar de wens van de klant. Ja oké, hiervoor is hij makkelijk te motiveren. Maar of dat echt het beste voor hem is, is
sterk de vraag. De eerste tijd ben je toch knotsgek? Besef jij hoe beroerd het met je gesteld is? Neemt niet weg dat het een geweldige kunst is nah-cliënten te motiveren voor datgene wat op dat moment goed voor ze is. Ondanks de weerstand die ze soms bieden.
Met vriendelijk groet, Bas Vasse, Huis ter Heide (Utrecht)
Marjan Hurkmans
24 november 2011 om 14:22
Hartelijk dank voor jullie reacties! We zullen alle reacties bundelen.
Meer reacties zijn van harte welkom. We zijn in het bijzonder geïnteresseerd in good practices voor lotgenotencontact en samenwerkingsverbanden.
Petra
04 december 2011 om 20:58
"het is een eigen initiatief , het is geen standaardaanpak, meerdere organisaties werken hierin samen, de begeleiders hebben een betrokken houding."
Zéker is die laatste een randvoorwaarde!
Als moeder van een NAHer miste ik een klankbord, iemand om mee te sparren, op zoek naar het beste voor mijn kind. In het project 'ondersteuning aan een gezin met een kind met NAH' heb ik dat nog eens benadrukt. Het paste niet direct in het project zelf, maar een betrokken ABer heeft het wèl opgepakt en is mijn sparring partner geworden in mijn zoektocht naar werk en wonen voor zoonlief. Vanuit haar expertise als ABer wist ze me door meerdere organisaties naar de juiste informatie te leiden, we konden het samen bespreken en liep ik er niet alleen op te broeden.
Helaas zoals dat gaat in de zorg, heeft ze mij door reorganisaties moeten 'overdragen' aan een collega. Ik ben heel benieuwd hoe betrokken die is.
Marloes Juffermans
05 februari 2012 om 16:35
Hoi Marjan,
Ken je de Booghkring? Weet niet of het helemaal is wat je bedoelt maar persoonlijk vind ik het een erg goed initiatief en een goed voorbeeld van 'best practice', dat navolging verdient!
Je kunt er hier meer info over vinden:
http://www.boogh.nl/activiteiten/booghkring.html
Zelf schreef ik een stukje over mijn ervaringen met de Booghkring (even doorscrollen naar 17 januari)
http://www.marloesjuffermans.nl/bloggum/archive_201201
De Booghkring sluit mijn inziens helemaal aan bij het thema 'Hoogopgeleid en NAH', waarvoor zo'n enorme belangstelling was tijdens de werkconferentie van de SHON afgelopen september.
Met vriendelijke groeten,
Marloes Juffermans