Wat moet er volgens u gebeuren met de regeling Zorginfrastructuur?
‘Ik zou me geen raad weten zonder deze ontmoetingsruimte. We drinken hier gezellig koffie met elkaar. Als dit er niet was, dan zit ik de hele dag alleen en zou ik niet meer thuis willen blijven.’ Deze of een gelijksoortige uitspraak heb ik regelmatig gehoord tijdens mijn bezoeken aan de wijksteunpunten van verschillende zorgaanbieders. De wijksteunpunten bieden de cliënt zorg dicht bij huis en de mogelijkheid voor ontmoeting. Met het oog op de toekomstige arbeidsmarkttekorten en de wens van ouderen om steeds langer zelfstandig te wonen krijgen deze steunpunten een cruciale rol in het leven van ouderen op het gebied van zorg- en welzijnsvragen. Hoe belangrijk is de regeling Zorginfrastructuur voor het realiseren van steunpunten?
Regeling Zorginfrastructuur
De beleidsregel Zorginfrastructuur is op 1 januari 2006 in het leven geroepen om extramuralisering te stimuleren. Het gaat om een financieringsregeling vanuit de AWBZ voor de investerings- en exploitatiekosten van de extramurale zorginfrastructuur. De zorginfrastructuur kan bestaan uit ontmoetingsruimten, een café/restaurant, uitvalsbasis voor de zorg, ruimte voor bijvoorbeeld eerstelijnszorg en technologische voorzieningen. De diensten en voorzieningen hebben als doel om intramurale capaciteit te laten dalen en om mensen met een AWBZ-indicatie langer zelfstandig te kunnen laten wonen.
Initiatieven
Zorgaanbieders in de verplegings- en verzorgingssector hebben veel gebruik gemaakt van deze regeling om aan de wensen van cliënten te kunnen voldoen. Het resultaat is dat meer ouderen in hun eigen omgeving blijven wonen met de gewenste zorg. Ook is er aandacht voor welzijnsvraagstukken, bijvoorbeeld in de vorm van ontmoetingsruimten, maar ook ruimte voor een spreekuur van het consultatiebureau voor senioren of een maatjesproject. Kortom: de regeling heeft geleid tot een broedplaats van allerlei initiatieven.
Onduidelijk is hoe de regeling na 2011 wordt voortgezet. De organisaties die ik heb bezocht spreken hun zorg uit voor de toekomst. Zonder de regeling is het onmogelijk om dergelijke voorzieningen te financieren. Waar leidt dit dan toe? Meer eenzaamheid en onveiligheidsgevoelens bij ouderen en dus meer opnames, zo voorspellen medewerkers en ook cliënten.
Samen richting de toekomst
Samenwerking is het sleutelwoord voor de toekomst. Om tot goede, betaalbare initiatieven te komen is het van groot belang samen op te trekken met onder andere welzijnsorganisaties, andere zorgaanbieders, de gemeente en de woningcorporatie. Organisaties zien de regeling ook als een stimulans om steeds meer gebiedsgericht te gaan samenwerken om zo de zorg dicht bij de klant te kunnen leveren. Eén projectcoördinator noemt de regeling ‘de smeerolie om extramuralisering in de lucht te houden’. Dankzij de regeling kun je samen met andere partijen aan de slag voor de kwetsbaren in de wijk.
Uw mening: hoe verder?
Hoe kijkt u hier tegenaan? Eind april houdt Vilans een debat over de regeling Zorginfrastructuur. We gaan met het ministerie van VWS, zorgaanbieders en gemeenten in gesprek over hoe er vervolg kan worden gegeven aan deze regeling. De vraag is: hoe belangrijk is deze regeling volgens u? Reageer op deze blog of laat uw mening horen via t.marx@vilans.nl en wij nemen deze mee in het debat!




Guest
04 april 2011 om 08:04
Deze regeling is essentieel voor de zorg gezien de reeds aanwezige voorzieningen en afspraken met bv gemeentes en woningbouwverenigingen.
Guest
04 april 2011 om 16:25
Deze regeling is essentieel, zeker als de extramuralisering van de lagere Zorg Zwaarte Paketten wordt doorgezet. De regeling Zorginfrastructuur maakt het mogelijk zorg aan huis te leveren en te organiseren in buurten, wijken en dorpen. Dit dichtbij de oorspronkelijke woonomgeving van clienten, en dus met behoud van het sociaal netwerk en mantelzorg.
Guest
02 mei 2011 om 11:02
Bedankt voor de reacties op de blog (ook via de mail).
Via deze weg wil de belangrijkste resultaten van het debat weergeven:
- De visie is dat het belang van sociale infrastructuur steeds groter wordt ook met het oog op steeds meer scheiden van wonen en zorg en dat mensen steeds langer zelfstandig blijven wonen. In dit kader betekent het dat het van belang is dat er een regeling is voor het stimuleren van deze infrastructuur. Wel is het belangrijk de doelgroep te kennen, voor wie bied je welke dienst/voorziening aan. Het gaat zowel om mensen met een zorgvraag als om mensen met een ‘sociale’ vraag.
- Publieke financiering voor dergelijke infrastructuur blijft nodig. Organisaties geven aan dat dit onmogelijk vanuit hun eigen organisatie kan worden gefinancierd. De vraag is hoe deze financiering moet worden geregeld: via collectieve financiering of op individuele basis (zoals de andere financiering via de NZa is georganiseerd). VWS gaat zich hierover beraden.
- Samenwerking met de gemeente en ook andere partijen is van essentieel belang. Deze samenwerking zou een voorwaarde kunnen zijn om in aanmerking te komen voor financiering. Ook gemeenten moeten hierin hun rol pakken. Daarnaast is het van belang dat gemeenten en zorgkantoren deze zorginfrastructuur gaan zien als een gezamenlijke opgave.
- Samenwerking en marktwerking blijft een spannend punt.
- Doelmatig gebruik van gebouwen en technologie. Er is sprake van veel versnippering als het gaat om het gebruik van gebouwen en technologiesystemen, dit belemmert ook in de samenwerking. De regeling stelt hier nu geen eisen aan, dit zou bij de voortgang van de regeling anders kunnen.
- Aandacht voor maatschappelijk ondernemen en het betrekken van de (potentiele) gebruikers.
- Zorg er voor dat resultaten zichtbaar worden gemaakt door het bijhouden van het aantal cliënten. Dit maakt het ook mogelijk om meer over de financieringsschotten heen te kijken. Wanneer zichtbaar wordt hoeveel mensen profiteren van de regeling, zien ook zorgverzekeraar wat het oplevert.
- Tot slot: ken je klant. Door de vraag van de klant goed te (h)erkennen, kun je het aanbod hierop afstemmen en wordt er meer gebruikt gemaakt van voorzieningen en worden deze ook geborgd.
Eind mei verschijnt de eindrapportage van de evaluatie. U kunt deze downloaden via de website van Vilans.
Hartelijk dank voor uw bijdrage.