Zelfmanagement: gedeelde zorg
Zelfmanagement is het individuele vermogen van een cliënt om goed om te gaan met symptomen, behandeling, lichamelijke, psychische en sociale consequenties en leefstijlaanpassingen bij een chronische aandoening. Iemand met een chronische ziekte maakt bewust keuzes over hoe zijn of haar leven en behandeling eruit ziet, ondersteund door zorgverleners. Zowel overheid, zorgverleners als patiëntenorganisaties onderstrepen het belang van zelfmanagement.
Mensen met een chronische ziekte staan elke dag voor nieuwe keuzes. Wat kunnen ze wel en niet eten, welke activiteiten gaan ze ondernemen, hoeveel medicijnen willen ze slikken? Er bestaan geen kant-en-klare oplossingen voor al deze dagelijkse vraagstukken. Vaak is het een kwestie van uitproberen. Chronisch zieken zijn daarbij voor een groot deel zelf verantwoordelijk voor de resultaten. Immers, van de 8760 uur in een jaar delen zij slechts enkele uren met professionals. Voor de overige uren zijn zij op hun eigen inzichten aangewezen. Om hen daarbij te ondersteunen, is het van belang dat professionals mensen met een chronische ziekte helpen om aan zelfmanagement te doen.
Zorgstandaarden
De huidige en toekomstige zorgstandaarden onderschrijven het belang van zelfmanagement. Ze beogen dat professionals uitgaan van wat patiënten belangrijk vinden en wat hun mogelijkheden zijn om aan zelfmanagement te doen. Zorgstandaarden gaan uit van partnership en shared decision making. Dit vraagt niet alleen een andere benadering van professionals maar ook een andere vorm van samenwerking en organisatie van de zorg. De zorgstandaarden geven echter niet aan hóe professionals zelfmanagement kunnen ondersteunen. Vilans wil professionals begeleiden, inspireren en motiveren bij het planmatig inbedden van zelfmanagementondersteuning in hun organisatie.
Nieuwe rolverdeling
De zorgverlener geeft de cliënt binnen het concept van zelfmanagement meer verantwoordelijkheid en zeggenschap over zijn of haar leven, gedrag en gezondheid. Het betekent dat de rol van de zorgverlener verschuift naar een meer coachende rol, die om nieuwe vaardigheden vraagt. Deze nieuwe verhoudingen sluiten aan bij de wensen van chronisch zieken. Zij noemen ‘ondersteunend’, ‘begripvol’ en ‘communicatief vaardig’ als de belangrijkste eigenschappen van een goede zorgverlener. Deze eigenschappen passen geheel in de coachende rol van de zorgverlener om de patiënt naar zelfmanagement te begeleiden.
Gezamenlijke aanpak
Zelfmanagement vraagt om een gezamenlijke aanpak. Samen met de patiënt bepaalt de zorgverlener hoe de zelfmanagementondersteuning eruit komt te zien. Niet de medische details staan centraal, maar de wensen en verwachtingen van de patiënt. Tijdens het consult kan de zorgverlener gebruik maken van het vraag-vertel-vraag-principe. Met deze techniek stelt de zorgverlener meer vragen dan voorheen. Hij vraagt eerst wat de behoefte van de patiënt is, vertelt vervolgens op begrijpelijke wijze wat de patiënt wil weten en vraagt tot slot of de patiënt heeft begrepen wat hij heeft verteld.
Concrete doelen
De patiënt stelt zijn persoonlijke doelen op en een plan om deze te bereiken. Uitgangspunt hierbij zijn de mogelijkheden van de patiënt. Help hem of haar om deze zo concreet mogelijk te maken. Dus niet ‘ik ga meer bewegen’, maar ‘ik ga vanaf volgende week op maandag en donderdag twintig minuten wandelen’.
Motiverende gespreksvoering
Een praktische en beproefde techniek om gedragsverandering te bewerkstelligen en gedeelde verantwoordelijkheid mogelijk te maken, is motiverende gespreksvoering. De reflexmatige reactie van de zorgverlener is aan de patiënt uit te leggen waarom het beter is te stoppen met roken. Die aanpak motiveert echter niet om gedrag te veranderen. De zorgverlener moet zich daarom niet langer opstellen als degene die weet wat goed is voor de patiënt, maar samen op zoek gaan naar de voor- en nadelen, achtergronden van het gedrag en hoe dit te veranderen.
Kennis delen
Een relatie waarin de zorgverlener de patiënt coacht, is gebaseerd op het delen van kennis. De zorgverlener weet alles over de ziekte, de patiënt over zijn leven. Beiden delen de verantwoordelijkheid voor de oplossing van problemen en uitkomsten. De samenwerking stimuleert dat de patiënt zijn doelen bepaalt. De zorgverlener helpt de patiënt vervolgens om geïnformeerde keuzes te maken. Indien de doelen niet worden gehaald, zoeken zorgverlener en patiënt naar andere strategieën. Daarbij ziet de zorgverlener de patiënt niet als iemand die zich niet houdt aan de instructies, maar als iemand die met de huidige adviezen niet verder komt.
Het team
Als een zorgverlener serieus werk wil maken van zelfmanagement, is het belangrijk om ook te kijken naar de andere disciplines waarmee hij samenwerkt. Het is belangrijk dat elk teamlid zelfmanagement hoog in het vaandel heeft staan. De zorgverlener als initiator van deze nieuwe aanpak bespreekt wie welke taken rondom zelfmanagement het beste kan oppakken en bekijkt of alle voorwaarden aanwezig zijn. Welke zelfmanagementinstrumenten gaat het team gebruiken of welke scholing is gewenst? Van belang is dat de patiënt ervaart dat het hele team zelfmanagement ‘uitstraalt’.
Chronic Care Model
Zelfmanagement is een van de pijlers van het Chronic Care Model (CCM). Dit model is in de jaren ’90 ontwikkeld door de Amerikaan Edward Wagner. De basis van het Chronic Care Model is de gedachte dat mensen met een chronische ziekte pas hun gedrag veranderen wanneer zij in dit proces een leidende rol krijgen. Het model maakt voor organisaties duidelijk op welke elementen zij zorg voor chronisch zieken kunnen verbeteren zodat het resultaat van de zorg verbetert.
Hulpmiddelen
Het concept zelfmanagement is niet nieuw, maar nieuw is wel dat er steeds meer hulpmiddelen beschikbaar komen om het concept in praktijk te brengen. Zaak is dat zorgverleners daarmee gaan experimenteren – ook in hun eigen belang. Want zelfmanagement biedt hen mogelijkheden om weer te doen waarvoor ze veelal het vak hebben gekozen, namelijk ‘mensen verder helpen’. Vilans heeft diverse hulpmiddelen ontwikkeld, die de professional, de zorggroep of huisartsenpraktijk zelfstandig of onder begeleiding van Vilans kan gebruiken om zelfmanagement meer centraal te zetten in de zorg voor mensen met chronische aandoeningen. Ten eerste het Stappenplan Zelfmanagementondersteuning en ten tweede het Individueel Zorgplan Vitale Vaten en de begeleidende handreiking. Daarnaast verzorgt Vilans begeleidingstrajecten, trainingen en workshops om planmatig aan de slag te gaan met zelfmanagementondersteuning. Kijk voor het complete aanbod rechts bij ‘Vilans en zelfmanagementondersteuning’.
Op de agenda
Zelfmanagement krijgt vanuit de politiek steeds meer aandacht. Het ministerie van VWS stelde in 2009 dat adequaat zelfmanagement essentieel is om mensen in staat te stellen hun chronische ziekte zo goed mogelijk in het leven in te passen. Het wordt steeds belangrijker, omdat het aantal chronisch zieken flink zal toenemen. Hierdoor kan er in de zorg een discrepantie ontstaan tussen vraag en aanbod. Zelfmanagement kan hiervoor gedeeltelijk een oplossing bieden, omdat het erop is gericht patiënten minder afhankelijk te maken van zorgverleners.
Tweerichtingsverkeer
De invulling van zelfmanagement is de afgelopen jaren veranderd. In het begin ging het vooral om therapietrouw en leefstijlaanpassingen op advies van zorgverleners. De laatste jaren ligt de nadruk op activiteiten als zelfbehandeling, zelfmonitoring, het coördineren van de eigen zorg, communicatie met zorgverleners, eigen regie, eigen verantwoordelijkheid en actieve deelname aan besluitvormingsprocessen. Er is meer sprake van gedeelde zorg, van tweerichtingsverkeer.
Contactpersoon
Vilans en zelfmanagementondersteuning
Vilans biedt zorgprofessionals diverse mogelijkheden en trajecten om met zelfmanagement aan de slag te gaan. Bekijk ons aanbod
Meer weten over zelfmanagement?
Op deze pagina vindt u links, artkelen en presentaties over zelfmanagement en het individueel zorgplan. Lees meer



