Feiten over ondersteunde communicatie

Introductie

Spraak, gebaren, mimiek, lichaamstaal. Allemaal uitingsvormen van communicatie die we voortdurend en vaak onbewust gebruiken. Communicatie is een interactief proces tussen minimaal twee personen. De rol van zender en ontvanger wisselt continu. Dan praten we, dan luisteren we. En terwijl we luisteren, tonen we medeleven, ongeloof of blijdschap met onze mimiek en lichaamstaal.

Voor veel mensen met beperkingen is communiceren een probleem. Soms door een lichamelijke oorzaak (bijvoorbeeld door een motorische beperking in het spraakgebied) soms door een verstandelijke beperking, soms door beide. Hulpverleners hebben de taak de mogelijkheden die er zijn zoveel mogelijk te benutten. We spreken dan over ondersteunde of totale communicatie.

pictogrammen

Feiten

De oorzaken van een verstoorde communicatie zijn divers en ingrijpend. Dat geldt ook voor de gevolgen. Cliënten gaan contact steeds meer mijden of ontwikkelen probleemgedrag. Wanhoopsgedrag, omdat zij zich niet kunnen uiten zoals ze willen en niet begrepen worden. Begeleiders zoeken oplossingen in vaste verzorgingsstructuren, activiteitenroosters, pictogrammen of gebarentaal. Zo ondersteunen zij de communicatie. Belangrijk hierbij is aan te sluiten bij het communicatieniveau van de cliënt. Doel: de communicatie tussen cliënt en begeleider verbeteren zodat de cliënt zelf keuzes kan maken en zo volwaardig mogelijk deel kan nemen aan het leven. Dit is ook het uitgangspunt van ondersteunde en/of totale communicatie.

  • Totale communicatie (TC) is het bewust, tegelijkertijd en op maat gebruik maken van alle uitingsvormen van communicatie (Oskam & Scheres). In de praktijk betekent dit dat de omgeving zich aanpast aan het communicatieniveau (dus aan de mogelijkheden) van de cliënt.
  • Ondersteunde communicatie (OC) komt van de Engelse term ‘augmentative and alternative communication (AAC)'. De methode houdt in dat de mogelijkheden die bij de cliënt nog aanwezig zijn worden aangevuld en versterkt. OC kan zowel bij de productie van taal (bijvoorbeeld spraak, gebruik van pictogrammen, symbolen of gebaren) als bij begrip van taal een rol spelen.

Rol van de omgeving

Mensen in de omgeving zijn per definitie onderdeel van het probleem en dus ook van de oplossing. Eenvoudig is dat niet maar met een multidisciplinaire aanpak is veel te bereiken. Professionals (logopedist, ergotherapeut, gedragskundige en persoonlijk begeleider) onderzoeken de mogelijkheden van de cliënt. Resultaat is een zogeheten communicatie(competentie)profiel. Dit profiel laat zien welke mogelijkheden aanwezig zijn en welke ontwikkeld kunnen worden.
De adviezen zijn meestal gericht op:

  • de omgang met de cliënt en het interpreteren van het gedrag, bijvoorbeeld hoe kun je het gebruik van gebaren stimuleren of wat betekent die uitdrukking op zijn gezicht in deze situatie?
  • het gebruik van andere/meerdere communicatievormen en/of –hulpmiddelen, bijvoorbeeld het ondersteunen van de spraak met gebaren en het gebruiken van een communicatiekaart met symbolen.

Effect van hulpmiddelen

Communicatiehulpmiddelen kunnen de kwaliteit van bestaan van mensen met een beperking sterk verbeteren. De grootste winstpunten:

  • verbeteren de communicatie met de omgeving
  • stimuleren de communicatieve ontwikkeling
  • geven informatie
  • bieden veiligheid, overzicht en structuur
  • vergroten de zelfstandigheid en zelfredzaamheid
  • bevorderen sociale vaardigheden en contacten
  • bieden de mogelijkheid om zelf keuzes te maken

Aansluiten bij het niveau van de cliënt

Voor een optimaal resultaat is het belangrijk dat de communicatievormen en -hulpmiddelen aansluiten bij het communicatieniveau van de cliënt. Het communicatiemodel van Shane (1980) maakt dit duidelijk.

niveau niet-vocaal vocaal

symbolisch/talig
linguïstische codes

gebaren
gebarentaal
schrift

gesproken taal
eigen woorden
zinnen

pre-symbolisch/voortalig  
pre-linguïstische codes

tekeningen
plaatjes
foto’s
voorwerpen

imiterend verklanken

niet-symbolisch/niet-talig
niet-linguïstische codes

ruimtegebruik  
bewegen
(aan)kijken

lachen
kreunen
zuchten

  • Cliënten die functioneren op symbolisch niveau zijn zich bewust van bepaalde symbolen, gebruiken (zelfbedachte) woorden en zinnen, signalen en gebaren.
  • Cliënten die functioneren op pre-symbolisch niveau kunnen hun motorische en vocale gedragingen doelbewust inzetten om een bepaald effect te bewerkstelligen. Bijvoorbeeld: wijzen naar de koelkast als je dorst hebt.
  • Cliënten die functioneren op een niet-symbolisch niveau maken bewegingen en geluiden zonder dat zij daarmee een communicatieve bedoeling hebben.
Context

Alle informatie die we via onze zintuigen binnenkrijgen moeten we ordenen. Anders zou het een chaos worden in ons hoofd. Ervaringsordening is een theorie die inzichtelijk maakt welke manieren van ordening er zijn en waar het mis kan gaan bij mensen met een beperking. De theorie is ontwikkeld door dr. D. Timmers Huigens.

Via lichaamsgebonden ordening krijgen we informatie over de veiligheid van het eigen fysieke bestaan (hoe veilig is mijn lijf in deze situatie?). Mensen die op dit niveau functioneren:

  • hebben zeer beperkte communicatie
  • gebruiken geen taal
  • begrijpen geen gebaren
  • zijn gebaat bij een herkenbare structuur en herhaling
  • hebben behoefte aan nabijheid en lichamelijk contact

Via associatieve ordening krijgen we informatie over de stabiliteit van de werkelijkheid om ons heen (hoe betrouwbaar is mijn omgeving?). Mensen die op dit niveau functioneren:

  • kunnen ervaren vanuit associaties
  • kunnen beperkt communiceren

Via structurerende ordening krijgen we informatie over de samenhang van de werkelijkheid (hoe zit de dag, de week, deze gebeurtenis in elkaar en wat kan ik verwachten?). Mensen die op dit niveau functioneren:

  • kunnen (eenvoudige) keuzes te maken
  • kunnen een eigen wil vormen

Via vormgevende ordening krijgen we informatie over de mate waarin we tot ons recht komen (hoe uniek mag ik zijn, wordt mijn eigenheid gewaardeerd?). Mensen die op dit niveau functioneren:

  • weten wie ze zijn en in hoeverre ze zichzelf kunnen zijn
  • hebben een eigen identiteit die iets toevoegt aan de structuur van hun dagelijks leven
Historie

Aan het einde van de jaren ’60 had de traditionele taalkunde een revolutie doorgemaakt. Men ging onderscheid maken tussen taal en spraak. Taal werd vooral gezien als een abstract symbolensysteem en spraak als één van de mogelijke uitingsvormen. Zo kwam er ruimte voor andere symbolensystemen, zoals tekeningen of gebaren. Het gebruik van meer toegankelijke communicatievormen en het besef dat communiceren belangrijker is dan de manier waarop, waren bepalend voor de visie en uitgangspunten van de totale en ondersteunde communicatie.

Ondersteunde communicatie is ontstaan om mensen met een dramatisch verlies van spraak- en communicatievermogens te helpen. Het laatste redmiddel als traditionele spraaktherapie onvoldoende succes had. Daarvoor moest eerst de mythe ‘zonder spraak geen communicatie’ de wereld uit. Gelukkig waren er begeleiders en familieleden die ervan overtuigd waren dat het anders kon. Men ging symbolen gebruiken en later ook gebarentaal. (Loncke)

Totale communicatie stamt oorspronkelijk uit de dovenwereld. In de loop der jaren kwam er steeds meer aandacht kwam voor het herkennen en stimuleren van de communicatieve signalen van mensen met een beperking. De omgeving moest aansluiten op het niveau van de cliënt. Pas dan is er sprake van optimale communicatie en wederzijds begrip. Totale communicatie staat bekend als een vorm van hulpverlening ontstaan vanuit de praktijk. (Oskam & Scheres)

De laatste jaren komen steeds meer waardevolle ervaringen en wetenschappelijke resultaten beschikbaar om de uitgangspunten en methodieken beter toe te kunnen passen. Toch moet nog veel onderzoek gedaan worden naar het gebruik en het effect van methoden in de praktijk.

Meer weten

Het Kennisplein Gehandicaptensector ondersteunt een netwerk over ondersteunde communicatie

Links

Communicatiemethodenemb (externe link)
Website met een communicatiewijzer die de verschillende methoden voor mensen met ernstig meervoudige beperkingen op een overzichtelijke manier presenteert.

Softwarepakket pilotus (externe link)
Software met e-mail, tekentools, symbool sets, foto's en een tekst-naar-spraak functionaliteit.

IKpraat (externe link)
Met ikpraat.nl kunnen mensen met een beperking binnen een afgeschermde ontmoetingsplaats op het internet op een eenvoudige manier met elkaar communiceren.

International Society for Augmentative and Alternative Communication (ISAAC) (engelstalige website, externe link)
ISAAC, zet zich in voor mensen met een communicatieve beperking, hun omgeving en hun professionele hulpverleners.

ISAAC (externe link)
De Nederlands/Vlaamse tak van de ISAAC.

Tags: hulpmiddelen, spraakstoornissen, totale communicatie, ondersteunde communicatie