Dialoog in de zorg: de werkende bestanddelen
Introductie
Een zorgorganisatie die de dialoog tussen alle betrokkenen stimuleert, verhoogt de tevredenheid van haar bewoners en hun familie en de doelmatigheid in de organisatie. Daarnaast hebben de medewerkers meer plezier in hun werk. De dialoog als basishouding is dus ook goed voor de organisatie zelf. Wat kan een organisatie doen om meer dialoog in haar cultuur te stoppen?
Feiten
Hoe zorg je als organisatie voor een goede voedingsbodem voor de dialoog? We beschrijven vier voorwaarden of factoren, ook wel ‘werkende bestanddelen’ genoemd. De initialen van de factoren vormen samen het woord VERS.
Visie
Dialoog en vraaggerichtheid staan in de visie of missie van de organisatie beschreven. Deze is vertaald in concrete verwachtingen en gedrag. In alle onderdelen van de organisatie weten de medewerkers wat de visie of de missie precies voor hen betekent in hun concreet handelen. Visie is benoembaar in een kort en krachtig ‘motto’ waaraan de medewerkers hun gedrag en beslissingen aan kunnen spiegelen, zoals ‘de klant komt van rechts’, ‘het huis is van de bewoner’.
Educatie
Een goed voorbeeld doet goed volgen. De rol van werkbegeleiders op de werkvloer is van cruciaal belang. Zij dienen vaak als voorbeeld voor leerlingen. Een vaste kern van werkbegeleiders die zich de cultuur van de dialoog en reflectie hebben eigen gemaakt, is de sleutel tot succes. Een organisatie heeft een opleidingsklimaat nodig waarin verzorgenden de mogelijkheid krijgen om zich te ontwikkelen, bijvoorbeeld in het leren reflecteren. Bij het aannemen van nieuwe mensen is een selectie op betrokkenheid en dialogische vaardigheden een belangrijke factor. De organisatie zet instrumenten in die ondersteunend zijn voor de dialoog in de relatie verzorgenden-bewoners, de relatie met familie en de communicatie tussen collega’s onderling.
Ruimte
Ruimte en rust voor verzorgenden is een andere belangrijke factor. Het houdt in dat medewerkers van collega’s en van het management ruimte krijgen voor contacten én voor reflectie. Zijzelf geven die ruimte ook aan hun collega’s. De teamleider moet daarvoor de basis leggen. Bijvoorbeeld door het bieden van reflectiemogelijkheden bij de overdracht. Een verzorgende verwoordde dit als volgt: ‘Ik krijg ruimte om ruimte te geven.’ Het is voor verzorgenden van belang dat hun leidinggevenden hen open benaderen. Want wanneer je zelf open en respectvol wordt behandeld, is het makkelijker om die houding te vertalen naar je omgang met bewoners. Verzorgenden die zich betrokken voelen bij de organisatie, benaderen de bewoners als mensen, kijken naar de persoon en naar het leven dat iemand heeft geleid. Het is daarom belangrijk om zoveel mogelijk met vaste krachten te werken en in geïntegreerde teams. Vaste krachten hebben meer mogelijkheden om echt contact aan te gaan met bewoners.
Sturing
De managers en teamleiders zijn voorlevend en inspirerend voor de medewerker. Zij hanteren een coachende stijl en laten zien hoe de dialoog als basishouding er in de dagelijkse praktijk uitziet. Deze basishouding is in alle lagen van de organisatie aanwezig. Er is sprake van gezamenlijkheid en wederkerigheid.
De VERS-scan
Onder begeleiding van Vilans kunt u desgewenst een VERS-scan uitvoeren binnen uw organisatie. Hiermee kunt u beoordelen in hoeverre uw organisatie ingesteld is op de dialoog.
Context
De aandacht voor meer dialoog in de zorg komt niet uit de lucht vallen. ‘De menselijke maat terug in de zorg’ is een wens die in de samenleving breed gehoor vindt. Jet Bussemaker, staatssecretaris in het kabinet Balkenende 4, gaf opdracht tot het project Het Goede Gesprek. Ze gaf het startschot met een toespraak op het congres ‘Zorg met Passie, Passie voor Zorg’ op 29 mei 2008:
‘We zijn met z’n allen de afgelopen jaren een beetje uit het oog verloren dat het in de zorg gaat om mensen. Voor die mensen – of ze nu in een instelling wonen of nog thuis – is niet alleen de fysieke veiligheid belangrijk, dus of ze de goede medicijnen krijgen, niet uit bed vallen, genoeg eten en drinken krijgen of geen last hebben van doorligwonden. Voor ouderen, gehandicapten, chronisch zieken – in feite iedereen die afhankelijk is van zorg – gaat het ook om die andere dingen: aandacht, respect, autonomie. […]
Ik heb tijdens mijn werkbezoeken wel gemerkt dat er doorgaans met veel inzet en passie wordt gewerkt, maar dat de resultaten toch verschillend zijn. De ene instelling doet het echt beter dan de andere. Soms ligt dat aan de logistiek, soms aan de mentaliteit, soms aan ingesleten patronen. Dingen gebeuren soms zoals ze gebeuren omdat het al twintig jaar zo wordt gedaan.[…]
Tijdens een werkbezoek hoorde ik het verhaal van een demente mijnheer die ’s nachts vaak ronddwaalde, toch om zeven uur werd gewekt en de rest van de dag een rothumeur had. Ja logisch. Waarom laat je zo iemand niet tot desnoods 12 uur slapen? Daar voelt die man zich veel prettiger bij en het personeel van die instelling waarschijnlijk ook, omdat hun cliënt dan veel prettiger in de omgang is. […]
Jet Bussemaker
Ik vind het belangrijk dat daar in instellingen over wordt gepraat. Met de bewoners natuurlijk, maar ook tussen de zorgverleners onderling en met de leiding van de instelling. Om dat te stimuleren heb ik kennisorganisatie Vilans gevraagd om, in samenwerking met beroepsorganisatie Sting en brancheorganisatie Actiz, een programma te ontwikkelen. Dat programma heet ‘Het goede gesprek’ en moet de dialoog tussen alle partijen in de instellingen voor langdurige zorg op gang brengen.'
De volledige tekst van deze toespraak (externe link)



