'Praatje maken' in het zorgplan zetten
Al meer dan vijftien jaar ben ik al werkzaam als activiteitenbegeleidster in het verpleeghuis. De bewoners komen voor mij altijd op de eerste plaats. Alle ontwikkelingen van het afgelopen jaar hebben mij echter erg in beslag genomen: de invoering van de ZZP, de start van een kleinschalig woonproject en natuurlijk het elektronisch zorgdossier. Ik heb het er maar druk mee.
Mijn werkgever is ook niet erg toeschietelijk geweest met het geven van voorlichting. Daardoor voel ik me soms in het diepe gegooid. En ondertussen bieden we natuurlijk ook gewoon activiteiten aan. Ik vind het een hele kluif. En mijn collega’s ook. Iedereen heeft het er moeilijk mee, en is druk. Vooral de ZZP zorgt voor een enorme cultuuromslag in verpleeghuisland: We moeten allemaal anders leren kijken naar onze bewoner. Het liefst in cijfers en getallen. Welk pakket heeft deze meneer en op hoeveel minuten zorg heeft hij recht vandaag? Kan er nog ergens begeleiding vanaf?
Meneer van Kleef
Ik merkte al een tijdje dat ik weinig tijd had om eens een praatje te maken met mijn bewoners. Terwijl ik dat juist heel belangrijk vind. Nu sta ik met kromme tenen in mijn schoenen als ik weer eens aangehouden word door meneer Van Kleef. Hij is een bewoner van mijn afdeling die niet vaak aan groepsactiviteiten meedoet. Hij is een echt buitenmens en trekt er liever op uit met zijn elektrische rolstoel. De polder in. Tja. Waar ik hem wel een plezier mee kan doen, is met het maken van een praatje. En waar gaat dat praatje dan over? Over hele gewone alledaagse dingen. Soms attendeert hij me op een artikel in de krant, soms heeft hij buiten iets meegemaakt of vertelt hij over de vogelhuisjes die hij heeft gemaakt. Niets hoogdravends, niets diepgaands. Maar wel essentieel, want het zorgt ervoor dat hij mij vertrouwt. Dat ik weet wat hem bezighoudt zorgt er ook voor dat ik hem leer kennen en mijn activiteiten aan kan passen aan zijn belevingswereld. We begroeten elkaar inmiddels als oude bekenden. Kortom, we genieten allebei van onze korte conversaties. Meneer Van Kleef begrijpt niet waarom ik soms als een kip zonder kop over de gang ren. En eerlijk gezegd, ik eigenlijk ook niet. Maar ik heb nu een lichtpuntje ontdekt!
Praatje in het begeleidingsplan!
Meneer Van Kleef zit in zorgzwaartepakket 6 LG en dat betekent dat hij recht heeft op 300 minuten begeleiding per week. Begeleiding is geen zorg, maar wat is het dan wel? Het is ook geen activiteitenbegeleiding want hij doet meestal niet mee aan de activiteiten in huis. Maaltijdbegeleiding is het ook niet, want hij kan nog zelf eten. Als ik aan zijn vrouw vraag wat hij belangrijk vindt, en of er iets is wat we nog voor hem kunnen doen, dan zegt ze dat meneer Van Kleef het belangrijk vindt dat hij naar buiten kan. Ook vind hij het leuk om af en toe een ritje in de verpleeghuisbus te maken. “En een praatje maken?” vraag ik. “O, ja dat vind hij ook altijd leuk natuurlijk, maar ja, het ligt er maar aan wie hij tegenkomt en of die persoon er ook tijd voor heeft,” antwoordt zijn vrouw. Ik knik. Ik weet wat ze bedoelt. Als ik later die dag zijn begeleidingsplan invul, plan ik ritjes met de bus in en tevens vul ik de polderwandelingen in, die hij graag maakt en ook…ja, ik doe het gewoon, vul ik voor elke dag van de week het maken van een praatje in. Door alle disciplines uit te voeren. Meerdere keren per dag. Inmiddels heb ik het in het Multi Disciplinaire Overleg gemeld, en zijn de andere disciplines ermee akkoord gegaan. De essentie van de zorg blijft toch altijd de behoefte van de bewoner en hoe kom je er nu achter wat hij wil? Juist, door te luisteren naar wat hij te zeggen heeft.
Thea van der Hoek, auteur van "Groeten uit het Verpleeghuis"
Tags: verpleeghuiszorg, dialoog, mentaal welbevinden, communiceren



