Bij multiculturele thuiszorg Avicen draait het om meedenken en communiceren
‘Zorg op maat is alleen mogelijk als we aandacht besteden aan diversiteit. In Nederland leven zo veel mensen met verschillende nationaliteiten en overtuigingen, andere normen en waarden. De zorgvragers worden steeds diverser, en als zorgverlener moet je weten hoe je daarmee om gaat, wil je goede zorg leveren.’ Aan het woord is regiodirecteur Fatima Malki van thuiszorgorganisatie Avicen Amsterdam.
Fatima raakte doordrongen van het belang van goede interculturele communicatie tijdens haar werk in verschillende Amsterdamse ziekenhuizen. Het viel haar op dat vooral patiënten met een niet-westerse achtergrond na een operatie snel weer opgenomen werden wegens complicaties. Bij de thuiszorg kregen ze blijkbaar niet de zorg die ze nodig hadden. ‘Door de taalbarrière en cultuurverschillen voelden deze mensen zich niet in goede handen’, aldus Fatima.
Communicatie is het struikelblok
Ook de oprichters van Avicen, de broers Ali en Said Bourich, zagen van dichtbij dat er veel mis gaat in de zorg als het gaat om communicatie met patiënten met een ‘andere’ achtergrond. Door miscommunicatie voelde hun tante zich niet in goede handen bij de thuiszorg. Ze weigerde verder de deur te openen. ‘Wat hier gebeurt, staat niet op zich’, dachten de broers Bourich en besloten een kleine thuiszorgorganisatie op te richten met oog voor diversiteit: Avicen.
De kracht van communiceren
Avicen voldoet duidelijk aan een vraag. Nog geen tien jaar na de oprichting zijn er vijf vestigingen in de Randstad. In de Amsterdamse vestiging geeft Fatima leiding aan negentig medewerkers. Fatima: ‘Communiceren, elkaar kunnen en willen begrijpen, daar draait het om in de zorg. De oudere generatie allochtonen wil zich begrepen en gerespecteerd voelen. Dat je kennis hebt van hun achtergrond en gebruiken. Daarom voeren we een eerste gesprek met een nieuwe cliënt, als dat nodig is, altijd in zijn of haar eigen taal.’
Andere ziektebeleving
Zo’n gesprek neemt veel ruis en onwil weg. ‘De eerste generatie allochtonen kent de weg niet goed in ons zorgstelsel. Ze hebben geen idee wat thuiszorg is. Bovendien zijn ze vaak verbouwereerd dat ze naar huis mogen. De ziektebeleving is anders dan bij autochtonen. Ze hebben nog een wond! Ze zijn toch nog ziek? Na een gesprek in hun eigen taal snappen ze wat je komt doen. Ze zien dan de voordelen in van thuiszorg: herstellen in je eigen omgeving.’
Meedenken
Een andere succesfactor van de aanpak van Avicen is meedenken met de cliënt. ‘We geloven in zorg op maat en denken mee met de cliënt. Daar gaan we best ver in. Hoe kan een cliënt bijvoorbeeld het beste omgaan met medicijngebruik tijdens ramadan? Wie spuit de insuline als de patiënt een paar dagen bij familie is om het offerfeest te vieren? En hoe cliënten aan voldoende medicijnen komen als ze drie maanden naar hun land van herkomst gaan?’
Dat meedenken, vormt de kern van zorg op maat bij Avicen. ‘We hoeven dit niet te doen, het hoort niet per definitie bij de taken van een thuiszorgorganisatie. Maar we dóen het wel. Want we stellen het belang van de cliënten voorop, binnen de grenzen van ons kunnen. We willen dat het goed met hen gaat.’
Het nut van een divers team
Na het eerste gesprek kan iedere andere zorgmedewerker de zorg overnemen. Fatima vertelt: ‘Dat hoeft niet iemand te zijn met eenzelfde achtergrond als de cliënt. We maken onderling gebruik van de kennis die aanwezig is in ons multiculturele team. Net na de oprichting van Avicen Amsterdam hebben we sterk ingezet op het aantrekken van divers personeel, passend bij de cliënten.
Inmiddels hebben we zo’n gevarieerd personeelsbestand dat we daar niet meer op selecteren. Loopt een medewerker tegen communicatieproblemen aan, of begrijpt hij bepaalde wensen of gebruiken van de cliënt niet, dan is het altijd mogelijk terug te vallen op de kennis van een collega. Door even te bellen, of een probleem in te brengen tijdens het teamoverleg.’



