Ruimte voor de professional
Introductie
De langdurende zorg staat onder druk. Hoe bieden we in de toekomst goede en betaalbare zorg aan met de juiste mensen in aansluiting op de wensen en behoeften van de cliënt? Eenvoudig is dat niet. Er is veel werk op verschillende terreinen. Eén terrein is het vergroten van de ruimte voor professionals. Hoe stimuleren we zorgprofessionals deze ruimte in te nemen? Hoe creëren organisaties daarvoor de juiste randvoorwaarden?
Feiten
De voorspellingen over de arbeidsmarkt zijn verontrustend. Zonder adequate maatregelen loopt het tekort aan arbeidskrachten in verpleging, verzorging en thuiszorg op, in het bijzonder voor de functie verzorgende op mbo-niveau. Tekorten zijn niet acceptabel, aangezien deze zich onvermijdelijk vertalen in kwaliteitsvermindering van de zorg voor kwetsbare groepen. Ook leiden tekorten tot meer druk op de informele zorg; mantelzorgers, familieleden, buren, vrienden en vrijwilligers.
Personeelstekort
In 2009 en 2010 vallen de problemen op de arbeidsmarkt van de beroepen Verpleegkundige, Verzorgende en Helpende mee, zo blijkt uit het arbeidsmarktonderzoek van Prismant (RegioMarge, 2009, De arbeidsmarkt van verpleegkundigen, verzorgenden en sociaalagogen 2009 – 2013). Maar op de langere termijn groeit het tekort aan zorgpersoneel.
De komende decennia zijn 700.000 extra mensen nodig, met name voor de thuiszorg en de verzorgings- en verpleeghuissector. Dat betekent dat in 2015 een kwart van alle bestaande arbeidskrachten in Nederland in de zorg aan het werk moet zijn om aan de vraag te voldoen (nu is dat 12,5 %). Eén op de vier schoolverlaters zou vanaf nu in de zorg moeten gaan werken (Nivel 2010).
Uitstroom
Daarnaast wordt de uitstroom van zorgpersoneel groter doordat ongeveer éénderde van de werkenden ouder dan 50 jaar is en dus de komende jaren massaal uitreedt. Door te weinig geld, te hoge werkdruk, te veel administratie en de te verwachten afname van kwaliteit van zorg overweegt daarnaast de helft van het huidige personeel de zorgsector te verlaten. Ook wordt het moeilijker om voldoende personeel te werven in een arbeidsmarkt waarin sprake is van grote concurrentie met andere bedrijfstakken.
Plezier in het werk
'Het werken in de Verpleging & Verzorging en Thuiszorg is niet leuk meer', stelt de actiegroep Zorgen om de Zorg. Inmiddels hebben ruim 12.000 bezorgde zorgprofessionals een petitie ondertekend, waarin ze onder andere pleiten voor meer zeggenschap voor de zorgprofessional in de organisaties. Dit moet uiteindelijk gaan leiden tot meer werkplezier voor de zorgmedewerkers en een halt toeroepen aan de uittocht van professionals uit de zorg.
Uit onderzoek en ervaring blijkt dat de kwaliteit van de zorg stijgt wanneer professionals meer invloed krijgen. Zij leveren een wezenlijk aandeel aan verbeteringen. Het onderzoek ‘De aantrekkelijkheid van het beroep in 2007’ van Nivel toont aan dat 49% van de ondervraagde verpleegkundigen en verzorgenden meer invloed op haar werk wil. Meer invloed voor zorgprofessional levert een bijdrage aan de cliënttevredenheid en vergroot het plezier van verzorgenden en verpleegkundigen in hun werk.
Top 10 werkwensen
In een onderzoek van Sting (Kennis ligt op de werkvloer, 2008) gaven 100 verzorgenden aan op welke punten zij meer invloed willen hebben.
Daar komt de volgende top tien uit:
1. Meer eigen verantwoordelijkheid en handelingsvrijheid.
2. Voorlichting voor de cliënt over de zorg- en dienstverlening.
3. Meer activiteiten op de afdeling, ook voor cliënten die vaak nee zeggen.
4. Invulling van de dagindeling.
5. Taakverantwoordelijkheid van de verzorgenden.
6. Invloed op de taakverdeling (iedereen contactverzorgende).
7. Invulling van scholing en coaching op de afdeling.
8. Inhoud geven aan het contact met de familie.
9. De samenwerking met vrijwilligers.
10. De samenwerking met andere disciplines.
Context
Professionals in de langdurende zorg zullen met minder mensen voor steeds meer cliënten en moeten zorgen. Daarnaast wordt in toenemende mate van hen gevraagd verantwoording af te leggen over de kwaliteit en de kosten van de geleverde zorg; dit brengt een grote administratieve last met zich mee. Factoren waar men geen invloed op heeft, bepalen de inhoud van het werk. Verpleegkundigen en verzorgenden kunnen niet meer bezig zijn met waar ze goed in zijn, namelijk zorgen voor mensen.
Dilemma's
'Verpleegkundigen en verzorgenden willen goede zorg geven, maar ervaren steeds meer lastige keuzes in hun dagelijkse werk door de veranderingen in de gezondheidszorg. Zij voelen zich overspoeld door eisen van buiten- en bovenaf en raken onzeker. Moeten ze zich houden aan de regels en eisen die overheid en zorgmanagers stellen of moeten ze zelf bepalen welke zorg de patiënt nodig heeft?' (Dilemma’s van verpleegkundigen en verzorgenden, RVZ 2009)
Ruimte nodig
Zorgprofessionals hebben ruimte nodig om te doen waar ze goed in zijn; om te doen wat ze echt belangrijk vinden in de zorgverlening. Ruimte om hun deskundigheid in te zetten en verder te ontwikkelen. En beslissingsruimte waarin zij verantwoordelijkheid kunnen nemen en dragen voor de zorg die zij als professional en als lid van een team of zorgketen willen leveren.
'Medewerkers functioneren beter als ze na kunnen denken over hun werk, de impact die het werk heeft op hun persoon en vice versa, en op wat ze nodig hebben om dit werk te kunnen doen op een manier die zij zelf, en hun cliënten als prettig ervaren.'
(Citaat afkomstig van de website dewerkvloercentraal.nl)
Meer ruimte is ook gewenst voor afstemming en samenwerking met mantelzorgers. Zij bieden zorg en hulp aan hun naaste. Deze vorm van zorg wordt steeds noodzakelijker. Maar overbelasting ligt op de loer. Dan is ondersteuning vanuit de professionele hoek gewenst.
Inschakelen naasten
Naast zorgverlening kan de ondersteuning ook bestaan uit het inschakelen van andere familieleden, buren en vrienden. En vrijwilligers kunnen een bijdrage leveren, waardoor het welzijn van de cliënt verbetert. De overheid verwacht dat zorgverleners goed inspelen op en rekening houden met de behoefte van de zorgvrager, zijn of haar persoonlijke situatie en ook met de mensen die daar informele zorg verlenen. (Beleidsbrief Naast en met elkaar. Over de relatie tussen informele en formele zorg, 2009)
Historie
De voorbije decennia is ook in de zorg een steeds groter onderscheid gemaakt tussen hoofd- en handarbeid, met daardoor verschillende categorieën medewerkers (verplegenden, verzorgenden en helpenden) met verschillende taakinvullingen en functieniveaus. In het verlengde hiervan is het werk in toenemende mate aan meetbare prestatie-indicatoren gekoppeld.
Hierdoor komen zorgmedewerkers niet meer toe aan de meer mensgerichte aspecten van hun werk en doet het afbreuk aan hun professionaliteit en vakmanschap. Door herwaardering van professionaliteit en vakmanschap kan niet alleen de kwaliteit van het werk worden verbeterd, maar ook de aantrekkelijkheid worden vergroot voor nieuwe jonge categorieën werknemers. Hier ligt het komend decennium een grote uitdaging voor werkgevers en in mindere mate ook voor werknemers.
Leiden en opleiden
Naast reguliere inspanningen op het vlak van HRM, zoals leeftijdsspecifiek personeelsbeleid en aandacht voor een evenwichtige invulling van de balans tussen werk en privé, zal bijzondere aandacht moeten worden gegeven aan het vraagstuk van vakmanschap en professionaliteit, ook om nieuwe werknemers te verleiden tot werken in de zorg.
Zorgmedewerkers moeten de ruimte krijgen om op een bij hun beroepsniveau passende aantrekkelijke manier te blijven leren en om flexibel aan te kunnen sluiten op de wensen en het dagritme van cliënten en hun naasten, waarbij zij onderling taken verdelen en roosters plannen (zelfsturing). Sociale en technologische innovaties, slimmer werken en nieuwe organisatievormen kunnen daarbij een belangrijke rol spelen.
Uitdaging
Het (midden)management staat voor de uitdaging ervoor te zorgen dat uitvoerende medewerkers zich zoveel mogelijk kunnen concentreren op hun kerntaak verzorgen en begeleiden, en zo min mogelijk belast worden met administratieve taken. Dit wordt meestal aan geduid als dienend management met een coachende leiderschapsstijl. Het motto is: niet zeggen hoe het moet, maar samen met zorgmedewerkers bedenken hoe het werk het best georganiseerd en uitgevoerd kan worden. Zorgmedewerkers op hun beurt zullen bereid moeten zijn in deze ontwikkelingen mee te gaan. Zij moeten onder meer ook zelf blijvend investeren in het op peil houden van hun vaardigheden en kennis (leven-lang-leren).
Meer weten
Links
ActiZ (externe link)
Rapport Naar autonomie, verbondenheid en een gezond leven. Een nieuwe ambitie voor de langdurige zorg 2010
Zorg voor Beter (externe link)
Dossier Slimme werkprocessen
Expertisecentrum mantelzorg (externe link)
Over mantelzorg, mantelzorgondersteuning en vrijwilligerszorg
Mezzo (externe link)
Landelijke vereniging mantelzorg en vrijwilligerszorg
Steunpunt invloed van verzorgenden (externe link)
Steunpunt van Sting voor verzorgenden, helpenden en teamleiders helpt bij vraagstukken rond uitoefenen van invloed.
Documenten
Beleidsbrief Naast en met elkaar. Over de relatie tussen informele en formele zorg (pfd)
Rapport van Ministerie van VWS, 2009
Toekomst zorg thuis. Nieuwe trends, nieuwe kansen (pdf)
Rapport van STOOM / NPCF, 2010
Veer, A.J.E. de / P. Spreeuwenberg / A.L. Francke, 2010, De aantrekkelijkheid van het verpleegkundig en verzorgend beroep 2009. Cijfers en trends. ISBN 978-94-6122-002-8



