Een signaleringsnetwerk zet je smart op

Introductie

Een vrijwilliger komt al jaren over de vloer bij een oudere vrouw. De laatste weken maakt de vrouw een wat verwarde indruk. De vrijwilliger krijgt een niet-pluisgevoel en meldt dit aan de vrijwilligerscoördinator. Op haar beurt geeft de coördinator het door aan de ouderenadviseur van welzijn ouderen. Die verheldert de vraag en schakelt een GGZ-instelling in die de oudere zal testen. Dit is een voorbeeld van hoe het signaleringsproces binnen een netwerk van samenwerkende organisaties in zijn werk kan gaan. Hoe zet je dit netwerk op en aan welke randvoorwaarden moet je als organisatie voldoen?

Principes

In een goed functionerend signaleringsnetwerk zijn de deelnemende organisaties op elkaar ingespeeld. Iedereen weet van elkaar wie welke taken het beste kan uitvoeren. De deelnemers zijn niet bang om naar elkaar te verwijzen. Bij elke stap van het proces wordt bekeken welke organisatie het meest geschikt is om actie te ondernemen.

Daarnaast is er een aantal randvoorwaarden waaraan elke organisatie moet voldoen:

  • Het belang erkennen van signaleren

Signaleren heeft een zichtbare plaats in de organisatie. Iedere medewerker, inclusief vrijwilligers, weet dat deze organisatie actief signaleert. Daarbij is ieders taak helder omschreven en handelen medewerkers daarnaar. 

  • Signaleren op dezelfde wijze

Alle medewerkers melden signalen volgens de afspraken. Alleen zo zijn ze voor iedereen herkenbaar. Iedereen weet wat er met een signaal gebeurt. Hiermee voorkom je dat een doorgegeven signaal verloren gaat.

  • Tijd nemen voor overleg

Een organisatie die tijd uittrekt voor overleg, erkent het belang van signalering. Medewerkers delen hun ervaringen met elkaar. Zo kunnen zij controleren wat ze hebben waargenomen, elkaar feedback geven en ervaring met signalering opbouwen.

  • Deskundigheid bevorderen

Vrijwilligers moeten in staat zijn  om een pluis /niet-pluis gevoel op te vangen. En professionals het vermogen om deze signalen te duiden.

  • Duidelijkheid over beleid

Vooral teammanagers en ouderenadviseurs moeten alert zijn of signalen misschien een bredere betekenis hebben die bijvoorbeeld belangrijk kan zijn voor de gemeente. In de eigen organisatie en tussen organisaties spreek je procedures af om deze beleidsgerelateerde signalen op te pakken en mee aan de slag te gaan.

Aanpak

Ben jij degene die bestaande informele contacten en incidentele overlegvormen om wil bouwen tot een signaleringsnetwerk? Pak dat dan aan volgens de ‘SMART’-methode.

1. Bepaal wie de regie neemt

Besluit eerst welke organisatie in het netwerk de regie heeft. Dat kan per regio, gemeente of buurt verschillen. Stichtingen Welzijn Ouderen lijken voor de hand liggende partijen. Maar ook de GGD kan de leiding nemen, net als een wethouder of beleidsmedewerker van de gemeente.

Daarna wordt één centrale persoon aangewezen die de coördinatie van het netwerk op zich neemt. Deze coördinator bouwt het netwerk op en bewaakt de voortgang. Hij of zij heeft een onafhankelijke positie tegenover de andere samenwerkingspartners, houdt het overzicht en plant gezamenlijk overleg. De coördinator wijst een casemanager aan of wordt het zelf. Die casemanager neemt de verantwoordelijkheid om een passend hulpaanbod voor de cliënt te vinden. De coördinator blijft eindverantwoordelijk.

2. S – Wees Specifiek

Benoem de doelgroep van het signaleringsnetwerk zo specifiek mogelijk. Om welke ouderen gaat het? Wanneer zijn hun problemen te licht of te zwaar? En wat verstaan de netwerkleden precies onder sociaal isolement en eenzaamheid?

3. M – Maak doelen Meetbaar

Benoem doelen in meetbare termen om te voorkomen dat het signaleringsnetwerk in vaagheid verzandt. Spreek bijvoorbeeld ‘prestatie-indicatoren’ af: ijkpunten waarmee achteraf objectief kan worden of de doelen zijn behaald. Bijvoorbeeld: 'Het signaleringsnetwerk spoort in het werkgebied op jaarbasis minimaal 30 gevallen van verborgen eenzaamheid op'.

4. A - Maak het netwerk Aanvaardbaar

Creëer voldoende draagvlak, alleen dan heeft een signaleringsnetwerk kans van slagen.

5. R – Wees Realistisch

Streef realistische doelen na. Perk bijvoorbeeld het werkgebied in: in stedelijke gebieden een wijk of buurt en op het platteland een aantal dorpen. Een werkgebied kan ook specifiek worden gericht op een achterstandsgebied waar weinig sociale samenhang is.

6. T – Maak een Tijdsafbakening

Begrens de tijd. Zowel de maximale tijd die netwerkdeelnemers per cliënt inzetten als de levensduur van het signaleringsnetwerk zelf. Spreek de criteria af op basis waarvan het netwerk wordt opgeheven of juist voortgezet.. Las evaluatiemomenten in.

xMeer weten

Rapport Kwetsbare ouderen (pdf) van het Sociaal Cultureel Planbureau (2011)

Loket Gezond Leven (externe link)
Informatie over gezondheidsbevordering en preventie, interventies voor gezondheidsbevordering en instrumenten voor planmatig werken aan preventie zoals de Handreiking Gezonde Gemeente.

GGD (externe link)
GGD-en houden zich bezig met publieke gezondheid.

Tags: signalering

Laat een reactie achter

Laat een reactie achter

Wilt u een link invoegen in de tekst? Zet deze tussen [].
Voorbeeld: [www.vilans.nl] of [http://www.vilans.nl]
Velden met een (*) zijn verplicht.


Om u zo goed mogelijk van dienst te zijn gebruikt vilans.nl cookies.