'Ik ga empathischer het gesprek in door de basismodule zelfmanagement'

Praktijkondersteuner Marja Immerzeel van huisartsenpraktijk Atrium in Noordwijk volgde begin dit jaar de basismodule ‘Zelfmanagement in de dagelijkse praktijk’ van Vilans. Hoe heeft ze de training ervaren en hoe gaat zelfmanagementondersteuning haar nu af?

Ik heb me voor de basismodule aangemeld omdat ik vaardiger wilde worden in het coachen van de patiënt. De patiënt meer zelf laten doen is mijn uitgangspunt. Daarbij gaat het om gedragsverandering. Voor de patiënt, maar ook voor mij. Het is een proces dat tijd kost en om oefening vraagt. Het is gewoon een heel andere benadering. Ik lees veel over zelfmanagement, ik heb deelgenomen aan twee werkconferenties over ‘werken met een individueel zorgplan voor vasculair risicomanagement’, die in het project van Vilans over werken met dit zorgplan hebben plaatsgevonden. En begin dit jaar heb ik deelgenomen aan de basismodule. Ik sta er steeds bewust bij stil: wat wil ik anders doen, wat zijn mijn aandachtspunten?

Op z’n Vilans

Ik zie dat ik nu anders het gesprek in ga, empathischer. En met een andere structuur. Ik ben veel meer bezig met de doelen van de patiënt en het verbeteren van zijn levensstijl. De verandering slijt er langzaam in, het wordt gedrag dat ik van nature ga doen. Maar heel strikt ‘op z’n Vilans’ - volgens de handreiking Individueel Zorgplan Vitale Vaten - pas ik het nog niet toe. Het is ook geen doel op zich om het individueel zorgplan vol te krijgen. Het gaat erom dat de patiënt meer zelf gaat doen.

Thuis beslissen

Bij sommige patiënten lukt dit heel goed. Bij anderen gaat het moeizamer. Het is heel wisselend. Als het minder goed lukt, probeer ik weer op een invoelende manier te interveniëren: “Wat vervelend dat het niet gelukt is, wat kunnen we anders doen?” Ik hou het klein, we nemen kleine stapjes. Tijdens het consult stel ik vragen die de patiënt aan het denken kunnen zetten over zijn manier van leven en verwachtingen voor de toekomst. Ik verwacht niet altijd direct een antwoord. Thuis werkt het gesprek vaak door. Het is bekend dat 70 tot 80 procent van de beslissingen thuis worden genomen. Het heeft geen zin om beslissingen in de spreekkamer te forceren.

Doelen opschrijven

De patiënt vragen zijn doelen op te schrijven was voor mij een lastig leerpunt. Dat hadden we nog nooit gedaan in de praktijk. Ik vond het nogal ver gaan om te vragen: schrijf het eens op. Inmiddels ben ik zover dat ik het op een open manier kan vragen. Ik vul niet meer voor de ander in dat het misschien teveel gevraagd is.

Zorg op afstand

Ik denk dat patiënten en zorgverleners zelfmanagement waarderen. Langzaam treedt het toe in de praktijken. Het is zo’n mooi instrument! Het mag geen tijdelijk verschijnsel zijn. Gezien de grote aantallen chronisch zieken die op ons afkomen, zal de patiënt meer zijn eigen verantwoordelijkheid moeten nemen. Hij zal meer gebruik gaan maken van ICT producten waarmee hij informatie over zijn ziekte krijgt, cursussen volgt en begeleiding ontvangt. Zorg op afstand zal toenemen.

Gezondheidswinst

Op dit moment mis ik een sterke prikkel van het veld om zelfmanagement bij de patiënt te activeren. Ik merk dat andere zorgprofessionals vaak te afwachtend zijn in het aanspreken van de patiënt als medebehandelaar van zijn ziekte of behoefte. Het besef dat zelfmanagement gezondheidswinst oplevert voor onze patiënten moet nog groeien bij verzekeraars en zorgverleners.

Bezuinigingen

Door de bezuinigingen zal er straks een kleinere zak met geld zijn voor de eerste lijn, terwijl het aantal chronische zieken toeneemt. We moeten meedenken hoe we met hetzelfde geld meer patiënten kunnen begeleiden. Een mooie uitdaging. Tegelijkertijd betekent goed zelfmanagement ook: we laten de patiënt zelf bepalen welke begeleiding hij wenst. Misschien is dat wel minder dan we nu denken. Gezondheid is ieders eigen verantwoordelijkheid. Patiënten die niet willen, hoeven we niet koste wat het kost te behandelen. Het geld gaat naar patiënten die wél willen. Die kunnen we dan een goede begeleiding bieden.

Multidisciplinaire aanpak

Dat Vilans een multidisciplinaire aanpak van zelfmanagementondersteuning stimuleert, vind ik een goede zaak. Zelfmanagementondersteuning gaat over een nieuwe, meer gelijkwaardige manier van communiceren. Voor zorgverleners in alle disciplines zou het goed zijn om zich die nieuwe stijl eigen te maken. Dat niet alleen de praktijkondersteuner, maar ook de apothekersassistent straks zegt: ‘Moeilijk hè, om al die pillen op het juiste moment in te nemen. Wat lukt u niet en hoe kunt u dit anders gaan doen?’ In mijn praktijk doen op dit moment de huisarts en de diëtiste mee. Voor de praktijkondersteuner zie ik een centrale rol weggelegd. Hij of zij stelt samen met de patiënt de doelen op en werkt aan vertrouwen en motivatie. Mensen die meer begeleiding op voedingsgebied nodig hebben, verwijs ik door naar de diëtiste. Ook zij werkt volgens het principe van zelfmanagement en stelt samen met de patiënt doelen op.

Ideale eerstelijnszorg

Bij de ideale eerstelijnszorg denk ik aan huisartsenpraktijken die kleinschalig zijn ‘aan de voorkant’, en grootschalig ‘aan de achterkant’. Deze praktijken reageren snel en adequaat op acute klachten en ontregelde chronische patiënten. Vervolgens worden chronische of hoge risicopatiënten doorverwezen naar een groot gebouw midden in de wijk waar multidisciplinaire zorg verleend wordt. Hier werken fysiotherapeuten, diëtisten, praktijkondersteuners, apothekers, nurse-practitioners, maar ook sportverenigingen met elkaar samen. Dit centrum biedt zowel zorgprogramma’s als levensstijlbegeleiding. Er worden allerlei cursussen gegeven. Boven dit centrum is een digitaal lokaal. Patiënten kunnen vanuit huis online cursussen volgen en informatie over hun persoonlijke situatie vinden in het elektronisch patiëntendossier. Een keer per dag komt er een arts langs voor een patiëntenbespreking met alle disciplines. Of dit al bestaat? Ja in mijn hoofd! Maar de eerste stap is gezet. We zijn in Noordwijk met een aantal disciplines in gesprek om volgens de zorgstandaarden te gaan werken.

Gesprekstechnieken oefenen

Ik vind mijn vak veel leuker geworden. Het is ontzettend leuk om samen te kijken naar vragen als: Wat heeft u al gedaan? Wat kunt u nog meer doen? Samen een beslissing nemen. Mijn consultvoering is veranderd, de patiënten voelen zich meer gehoord. Ze brengen hun vragen of mening in, laten zien dat ze al veel van hun ziekte afweten. Ik laat merken dat ik dat waardeer. Zo werken we in kleine stappen naar een nieuwe gelijkwaardige rolverdeling toe. Naar tevredenheid van beide partijen. Mijn motivatie en vertrouwen zijn en blijven groot. Toch is het trainen van zelfmanagementondersteuning nog steeds welkom. Ik ben nog niet op het gewenste niveau. Het oefenen van gesprekstechnieken voor gedragsverandering vond ik heel leerzaam. Dat zou ik nog wel drie dagen willen doen!

Op 20 oktober start er weer een basismodule Zelfmanagement in de dagelijkse praktijk.

Tags: zelfmanagement, diseasemanagement, individuele zorgplannen

Contactpersoon

foto Jeanny  Engels

Jeanny Engels

Senior programmamedewerker kwaliteit en innovatie chronisch zieken

(030) 789 25 34 / (06) 8185 0882