Twitter
Facebook
LinkedIn
Google+
E-mail

Databank interventies: wetenschap, praktijk en ervaring verbinden

De vorige en de nieuwe voorzitter van de databank interventies in gesprek met Henk Nies over het nut en noodzaak van erkende interventies

De beide beoordelingscommissies van de databank interventies (ouderenzorg en gehandicaptenzorg) hebben een nieuwe voorzitter: Henk Garretsen, hoogleraar gezondheidszorgbeleid bij Tranzo. Hij volgt Pauline Meurs op. Pauline is hoogleraar bestuur van de gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit en voorzitter van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving. Wat zijn de beweegredenen en verwachtingen van deze bestuurders? Hoe ervaren ze hun rol als voorzitter? Henk Nies, lid RvB van Vilans, vroeg het hen.

Wat is het nut van het erkennen van interventies?

Pauline Meurs vindt het mooie van het erkenningstraject dat professionals zich verbinden met wetenschappers. ‘Dat dwingt professionals om na te denken over wat ze doen en of dat bijdraagt aan goede zorg. Zo maak je impliciete kennis expliciet en beschikbaar voor anderen.’ Henk Garretsen vult aan: ‘Goede interventies kun je nu makkelijker delen. Als je op een bepaald terrein aan de slag wilt, kun je snel zien wat anderen voor jou al ondernomen en ervaren hebben en hoe dat beoordeeld is. Je weet dan dat je geen kat in de zak koopt.’

Interventies op deze manier erkennen heeft ook nadelen, vindt Pauline. ‘Het lastige is dat het woord interventie een afbakening suggereert terwijl de voorstellen vaak een programmatisch karakter hebben. Dat leidt soms tot spanningen en dat begint al bij het invullen van het formulier: wat wil je precies beoordelen? Ook ligt bureaucratie op de loer. Het gevaar bestaat dat de aandacht te veel naar de aanvraag en het formulier uitgaat. Daar moet je als voorzitter alert op zijn. Je wilt een stimulerend instrument onderhouden en geen extra barrières opwerpen. Het erkennen van de toegevoegde waarde van kennis die in de praktijk is opgedaan is net zo belangrijk als het stempel “bewezen effectief”.’

databank interventies wetenschap praktijk ervaring verbinden

Hoe sluit deze functie aan op je loopbaan?

Henk vertelt dat Tranzo (wetenschappelijk centrum voor zorg en welzijn van Tilburg University waar hij tot voor kort directeur was) al vanaf 2000 bezig is met evidence based werken vanuit het perspectief van wetenschappers, professionals en cliënten. ‘De databank doet in feite hetzelfde: de zorg onderbouwen door wetenschap, praktijk en ervaring met elkaar te verbinden. Hoewel het perspectief van de cliënt nog wel een aandachtspunt is. Vooral het structureel betrekken van individuele cliënten blijkt lastig. Dat zul je ook terugzien bij de aanvragen. Wetenschappers en professionals zijn goed vertegenwoordigd, voor cliënten zal dat per project verschillen.’

Pauline beaamt dat. ‘Het is vaak een worsteling’, zegt ze. ‘Een van de criteria bij beoordeling is hoe patiënten, cliënten en familie bij het traject betrokken zijn. Soms wordt dat goed beschreven, soms helemaal niet. En hoe doe je dat eigenlijk, cliënten en familie goed betrekken bij de ontwikkeling van je interventie? Welke kennis heb je daarvoor nodig? Hoe voorkom je dat de professionele of wetenschappelijke kennis niet als de enige bron van kennis gezien wordt? Wetenschap, praktijk en ervaring moeten complementair zijn en als voorzitter moet je erop letten dat die drie bronnen voldoende waarde krijgen.’

Welke lessen neem je mee en hoe sluiten de werelden op elkaar aan?

Pauline: ‘De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving heeft onlangs een advies uitgebracht over evidence based practice met als titel ‘Zonder context geen bewijs’. Die context is belangrijk, die heb je nodig om evidence te verzamelen. Ik ben niet tegen gerandomiseerde onderzoeken om te bepalen of een interventie werkzaam of zinvol is, maar het is niet dé gouden standaard. In het advies laat de Raad zien dat er zeer verschillende methoden van wetenschappelijk onderzoek zijn, gerandomiseerd onderzoek is één van die methoden, soms passend bij de probleemstelling en soms zeker niet. Steeds opnieuw moeten we kijken wat het probleem is en welk type onderzoek daarbij past. Bovendien: het stempel “evidence based” is altijd tijdelijk en een uitnodiging om verder onderzoek te doen. Vaak is het idee: ik heb het uitgezocht, we hebben er een richtlijn van gemaakt, nu zijn we klaar. Maar dat is een illusie. Oók als de interventie “bewezen effectief” is en in de databank staat. Dat is wat ik uit mijn vorige en nieuwe functies meeneem: dat het een doorlopende voorstelling is.’

Henk stelt dat in het evidence based werken drie kenniscirkels van belang zijn: vanuit de wetenschap, vanuit de professional en vanuit de vraag van de cliënt. ‘Wat betreft de wetenschappelijke evidence moet je niet te snel grijpen naar de dure en ingrijpende randomised controlled trials. Het verdient de voorkeur om te beginnen met eenvoudiger vormen van observationeel onderzoek. Uiteindelijk moet je wel met de billen bloot durven te gaan en overgaan tot gerandomiseerd onderzoek.’

Waar heb je het meest van geleerd?

Pauline heeft vooral gezien hoe ingewikkeld de problemen van cliënten in de langdurende zorg zijn en hoe moeilijk het daardoor soms is aan de criteria te voldoen. ‘Dat maakt het lastig de aanvragen in samenhang te beoordelen. Ook de balans in de driehoek wetenschap - praktijk - ervaring was en is een aandachtspunt. Idealiter moet je voor alle cirkels positief scoren, maar in de praktijk blijkt dat moeilijk. Dat leidde tot veel “goed onderbouwde interventies” en weinig “bewezen effectieve”. Moet je de lat dan maar lager leggen? Dan maak je niet waar wat je belooft. Een belangrijke discussie die nog lang niet klaar is. Bemoedigend vind ik dat er heel goed wordt gekeken naar het buitenland en de vertaling van die ervaringen naar de Nederlandse praktijk.’ Pauline’s wens: meer eclectisch werken. ‘Ik vind het jammer dat er verschillende scholen zijn die elkaar bestrijden, zowel bij de indieners als in de commissie. We moeten veel meer kijken naar wat werkt bij welk vraagstuk.’

Welke goede voornemens heb je?

Henk heeft van beide commissie inmiddels een vergadering bijgewoond. ‘Daar past bescheidenheid bij, dus ik heb nog geen inhoudelijke voornemens’, zegt hij. ‘Wel wil ik het multi-methodische erin houden. En ik wil onderzoeken hoe we meer uitnodigend kunnen zijn zodat er meer aanvragen binnenkomen.’ Pauline vult aan. ‘De secretarissen leveren fantastisch werk in het begeleiden van de aanvragers. Wij waken voor het gevaar dat ze zich te sterk inleven en dat het daardoor ‘hun’ aanvraag wordt. Prima dus om mensen uit te nodigen en te helpen maar pas op voor te veel klantgerichtheid. De indiener moet in the lead zijn. En tegen de indieners zou ik willen zeggen: als je aanvraag er niet in een keer door komt, betekent dat nog niet dat je slecht werk hebt geleverd.

Ook het indienen is een leerproces en geen verloren tijd. Gebruik de feedback van de commissie om je voorstel en de ontwikkeling van je interventie nóg beter te krijgen.’ Henk heeft gemerkt dat de effectiviteit van interventies in andere sectoren, zoals bijvoorbeeld in de public health, veel meer leeft. ‘Dat kan een wereld van verschil zijn. In sommige sectoren is het een grote eer als een interventie wordt erkend en wordt daar goede sier mee gemaakt op websites. De oplossing zit niet bij individuele aanvragers maar bij organisaties. Je moet dus ook naar de randvoorwaarden kijken, bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat organisaties ruimte maken voor onderzoek. En door het prestige van een erkenning op te vijzelen.’

Wat wil je verder nog kwijt?

Henks hartenkreet: wetenschap en praktijk meer aan elkaar verbinden. ‘Bij Tranzo hebben we genoeg voorbeelden dat het kan en dat het werkt.’ Pauline pleit voor multi-methodische, verschillende soorten wetenschappelijk onderzoek. ‘Juist bij deze commissies, zodat je niet in een medisch model terechtkomt.’ Beiden voorzitters vinden dat evidence based practice nog niet automatisch inhoudt dat er ook goede zorg verleend wordt. Daar is meer voor nodig. Want uiteindelijk is het aan de cliënt om te bepalen of hij goed geholpen wordt om het leven te leiden dat het best past bij wat hij of zij belangrijk vindt.

Henk Garretsen
Henk Garretsen is hoogleraar gezondheidszorgbeleid bij Tranzo, wetenschappelijk centrum voor zorg en welzijn van Tilburg University. Van 2000 tot 2017 was hij directeur van Tranzo. Daarvoor was hij hoogleraar verslaving aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en directeur van het Instituut voor onderzoek naar leefwijzen en verslaving (IVO). Ook was hij lid van het managementteam van de GGD Rotterdam e.o.

Pauline Meurs
Pauline Meurs is hoogleraar bestuur van de gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en directeur van het door haar opgerichte Erasmus Centrum voor Zorgbestuur. Van 2007 tot 2015 was ze voorzitter van ZonMw. Sinds 1 september 2014 is ze voorzitter van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg. Pauline Meurs was drie jaar voorzitter van de erkenningscommissies ouderenzorg en gehandicaptenzorg voor de databank interventies.

Deel deze pagina via E-mail Deel deze pagina op LinkedIn Deel deze pagina op Facebook Deel deze pagina op Twitter Deel deze pagina via WhatsApp Deel deze pagina op Google+

Wij horen graag uw mening. Laat uw reactie achter.

Wilt u een link invoegen in de tekst? Zet deze tussen [].
Voorbeeld: [www.vilans.nl].

We willen graag weten met wie we in gesprek gaan, daarom vragen wij uw naam en e-mail. Uw e-mailadres zal niet online geplaatst worden.

Plaats het getal '302' in onderstaand controle veld.

Mantelzorger en oudere dame lezen een krant

Contact

030 789 23 00

Bezoekadres

Catharijnesingel 47
Postbus 8228
3503 RE Utrecht

Routebeschrijving

Volg ons op

LinkedIn
toggle_closeSluit

Top

vilans.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. melding sluiten