Twitter
Facebook
LinkedIn
Google+
E-mail

Op weg naar een participatiesamenleving

Er wordt heel veel van zorgaanbieders gevraagd terwijl nog heel veel onduidelijk is

In 8 weken verschijnen er 8 interviews op onze website waarbij bestuurders ingaan op één van de 4 gebieden van governance: toezicht, verantwoording, sturing en inkoop. Governance is een uit Engeland overgewaaide term en betekent vrij vertaald de manier van besturen. Dit keer is het de beurt aan Anneke Asberg, bestuurder Marente. Het interview is ook te bekijken in PDF-vorm.

In integrale samenwerking is het van belang dat organisaties samenwerken ten behoeve van complexe vraagstukken van burgers en cliënten. We zien nieuwe vormen van samenwerking ontstaan en daarin ontstaan ook nieuwe vormen van governance. Dit heeft gevolgen voor de verantwoording: meer gericht op legitimering van het aanbod. ‘Het is een vloeibare wereld’, zegt Anneke Asberg.

Anneke Asberg, bestuurder van Marente (zorg en ondersteuning aan ouderen en kwetsbaren), vertaalt het begrip verantwoording in legitimering van de vraag waarom een zorgaanbieder bestaansrecht heeft. Ze gelooft in de participatiesamenleving en ziet ook in dat die een missiewijziging van de zorgaanbieders vereist waarin de vraag centraal staat: Waar zijn wij voor? ‘Maar het eerste jaar van de transities die tot die participatiesamenleving moeten leiden, is wel moeilijk’, stelt ze. ‘Er wordt heel veel van zorgaanbieders gevraagd terwijl nog heel veel onduidelijk is’.

Onzekerheid over participatiesamenleving

‘Ook zorgverzekeraars en gemeenten opereren vanuit die onzekerheid. Het gevolg is dat ze zich nadrukkelijk richten op de systemische kant van de ontwikkeling en dan kan het in de dagelijkse gang van zaken gaan knellen. De gang naar de dagbesteding en individuele begeleiding bijvoorbeeld droogt op als de begeleider en de cliënt niet weten waar ze moeten zijn en degene achter het gemeenteloket niet weet welke voorzieningen er zijn. Ondanks dat de Wmo maar een klein deel van de omzet genereert, is deelname voor ons als zorgaanbieder erg belangrijk.’

Asberg benadrukt dit juist omdat ze in die participatiesamenleving gelooft. Ze voelt zich als zorgaanbieder verplicht om eraan bij te dragen dat de wereld er daadwerkelijk anders uit gaat zien.

Zelfredzaamheid faciliteren

Een zorgaanbieder kan 2 dingen doen, stelt Asberg: zorg aanbieden - wat als de traditionele taak wordt gezien en wat er ook toe heeft geleid dat mensen teveel zorg ontvingen – of meehelpen aan het ontstaan van een netwerk dat cliënten in staat stelt tot meer zelfredzaamheid. ‘Onze corebusiness is het eerste, maar we hebben het tweede toegevoegd aan onze missie’, zegt ze. ‘Dit betekent dat we onze medewerkers op een andere manier gaan inzetten, namelijk door ze onze cliënten te ondersteunen in eigen regie in plaats van ze alles uit handen te nemen.’

Hiertegenover staat de gemeente met een eigen agenda. Asberg: ‘Die moet dagbesteding aanbieden en ziet dat wij intramurale voorzieningen hebben. Een logische vraag is dan of we die ook kunnen inzetten om een laagdrempelige algemene voorziening te bieden aan ouderen die nog thuis wonen. En dus is onze coördinator welzijn er voor de intramurale cliënten én voor de burger in de wijk, zo haal je de buitenwereld binnen.’

‘Alle huizen zijn daarmee huizen van de wijk geworden, alle locatiemanagers zijn nu bezig de huizen een functie voor de wijk te geven. Maar wel op basis van wederkerigheid. De biljartclub mag in ons huis komen biljarten, maar dan mogen de biljarters ook helpen onze tuin te onderhouden. Tegelijkertijd kun je de buitenwereld ook naar binnen halen voor de intramurale bewoners. Bijvoorbeeld door kinderen van de kleuterschool binnen te halen, zodat de bewoners spelletjes kunnen doen en ze verhalen kunnen vertellen.’

Op weg naar een participatiesamenleving Anneke Asberg Marente

Ruimte voor mantelzorgers en vrijwilligers

Zo’n organisatie moet Marente zijn, zegt Asberg, maar ze voegt er eerlijk aan toe dit niveau nog niet te hebben bereikt. ‘De beddenreductie in de intramurale ouderenzorg zet door, daar mogen we vanuit gaan. Om de financiële gevolgen daarvan te kunnen opvangen, zullen we onze organisatie anders moeten inrichten. Mantelzorgers en vrijwilligers gaan dan een grotere rol spelen. Het zorgkantoor zegt nu al dat we mantelzorgers en vrijwilligers sterker moeten gaan inzetten voor de welzijnscomponent van onze bewoners. Daar zijn we over in gesprek, want we staan daarvoor open.’

Asberg merkt in de gesprekken die ze voert met mantelzorgers hoe anders die nu tegen hun rol en tegen de organisatie aankijken dan 5 jaar geleden. ‘Ze zijn nu heel mondig en spreken over “hun” afdeling, zegt ze. Ze brengen daar veel uren per week door, zelfs de mantelzorgers die zelf nog in het arbeidscircuit zitten. Sommigen nemen de totale coördinatie op zich van een naaste met dementie.’

Beleid vanuit praktijk

Een volgende stap is het ontwikkelen van een mantelzorgbeleid waarbij bij de opname van een cliënt meteen de vraag wordt gesteld: wat kunt u als mantelzorger betekenen voor de organisatie? ‘We gaan hier geen verplichting op leggen’, zegt Asberg. ‘Iedereen moet zich vrij voelen om te zeggen wat hij wil betekenen voor een familielid. Maar veel mantelzorgers zijn al verder dan wij op dit punt in onze beleidsontwikkeling zijn. Ze voelen zich al onderdeel van het team. Zo ontstaat vanuit de praktijk het beleid.’

Natuurlijk staat hier tegenover de vraag van mantelzorgers die niet zo inzetbaar zijn wat wij kunnen bieden voor onze bewoners. Om aan die vraag te voldoen, zetten wij sterker in op vrijwilligers. We vragen ook aan mantelzorgers die wél beschikbaar zijn of ze zich ook als vrijwilliger willen inzetten. Er niet alleen voor hun eigen vader of moeder zijn dus, maar ook de krant lezen met andere bewoners of even toezicht houden op een afdeling als dit nodig is. Iemand die dit doet, hoort echt bij het team. Zo iemand staat aan de kant van de organisatie.’

Op het punt van verantwoording leidt dit tot discussie met de Inspectie voor de Gezondheidszorg. ‘Die vindt dat de verpleeghuizen steeds meer moeten inzetten op hoogwaardige zorgprofessionals nu de zorgzwaarte van de bewoners steeds groter wordt’, zegt Asberg. ‘Ik deel het standpunt van de Inspectie, maar vind tegelijkertijd ook dat we moeten ontprofessionaliseren daar waar het kan, op het welzijnsdomein. Dat is ook wat er in de praktijk gebeurt. De burger kan echt betekenis hebben als het gaat om wederkerigheid, en veel mantelzorgers willen graag vrijwilligers zijn.’

Talent benutten

Er is zelfs nog een volgende stap te maken in de ouderenzorg: aan de medewerkers vragen of ze een dagdeel per jaar inzetbaar zijn als vrijwilliger op een andere afdeling, om het talent te benutten waarom hun dagelijkse werk niet vraagt. Asberg: ‘Het is nog maar een gedachtespinsel van me, maar het past goed bij de ontwikkeling van de participatiesamenleving waarin ik geloof en het draagt bij aan de legitimatie van onze organisatie daarin. Daarvoor is trouwens ook op andere fronten actie nodig. Zingeving is bijvoorbeeld ook een onderwerp dat veel meer aandacht verdient van zorgaanbieders.’

‘Dit begint bij het besef dat de mens niet alleen een lichaam heeft dat steeds kwetsbaarder wordt, maar ook een geestelijke kant heeft. Als aanbieders in de langdurige zorg zeggen we dat wonen, welzijn en zorg verbonden moeten zijn. Maar mensen wonen niet in een verpleeghuis, ze leven er, het grootste deel van hun leven speelt zich af binnen de muren ervan. Het is aan ons om het leven binnen die beperking betekenis te laten hebben. Dit betekent dat we medewerkers moeten inspireren om hierop in te spelen.’

Geen blauwdruk voor participatiesamenleving

‘En dat we – zoals ik al eerder aangaf – de buitenwereld naar binnen moeten halen: schoolkinderen op bezoek laten komen bijvoorbeeld aan wie onze bewoners hun geschiedenis kunnen vertellen.’ Feitelijk staat alles ter discussie wat aanbieders in de langdurende zorg tot voor kort nog als zekerheden beschouwden, is de strekking van Asberg’s betoog. ‘Er is geen blauwdruk voor het laten ontstaan van de participatiesamenleving’, zegt ze afsluitend. ‘Vaste patronen bestaan even niet meer, ook niet in wat we wel en niet kunnen vragen van onze vrijwilligers.’

‘Meehelpen met iemand wassen? Ook typisch zo’n onderwerp waarmee de Inspectie voor de Gezondheidszorg nog moeite heeft, al is het in hospices gemeengoed. Zo zijn er meer onderwerpen die nog ter discussie staan en waaraan wij als bestuurders tegenwicht moeten bieden. Het is een vloeibare wereld.’

Meer informatie over governance

Deel deze pagina op Twitter Deel deze pagina op Facebook Deel deze pagina op LinkedIn Deel deze pagina op Google+ Deel deze pagina via E-mail Deel deze pagina via WhatsApp

Wij horen graag uw mening. Laat uw reactie achter.

Wilt u een link invoegen in de tekst? Zet deze tussen [].
Voorbeeld: [www.vilans.nl].

We willen graag weten met wie we in gesprek gaan, daarom vragen wij uw naam en e-mail. Uw e-mailadres zal niet online geplaatst worden.

Plaats het getal '149' in onderstaand controle veld.

2 reacties geplaatst
  • Zorgelooshuis

    schreef op 07 sep 2015

    Hallo Vilans,

    ‘Op weg naar een participatiesamenleving’ is op 18 augustus gepubliceerd op het Zorgelooshuis platform. Bedankt dat jullie toestemming geven voor het publiceren van dit treffende artikel. http://www.zorgelooshuis.nl/artikel/166/lees

  • J. Wierckx

    schreef op 13 aug 2015

    Een sterke en gedurfde visie. Succes met de verdere vertaling naar de praktijk!

Mantelzorger en oudere dame lezen een krant

Contact

030 789 23 00

Bezoekadres

Catharijnesingel 47
Postbus 8228
3503 RE Utrecht

Routebeschrijving

Volg ons op

LinkedIn
toggle_closeSluit

Top

vilans.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies. melding sluiten