Homoseksuele ouderenHomoseksuele ouderen zijn lange tijd onzichtbaar gebleven binnen de maatschappij. Velen zijn opgegroeid in een omgeving waarin homoseksualiteit onbespreekbaar was. De geslotenheid van toen maakt de huidige generatie homoseksuele ouderen tot een, je zou bijna zeggen 'onzichtbare en vergeten generatie'. Wanneer we uitgaan van de leeftijd van 55+ dan spreken we toch al gauw over een groep van tussen 176.000 en 246.000 homoseksuele ouderen (m/v). Management en verzorgend personeel zeggen vaak: ‘Bij ons wonen geen homoseksuelen’, maar uitgaande van de genoemde getallen is dat onwaarschijnlijk. De problemen van homoseksuele en lesbische ouderen hebben te maken met hun generatie en geschiedenis. De meeste homoseksuelen die nu oud zijn, zijn pas later in hun leven uitgekomen voor hun seksuele voorkeur (sommigen nog nooit). De eerste reacties waren meestal negatief en soms werd het contact met vrienden, familie of kinderen verbroken. Van de oudere (boven 65 jaar) homoseksuelen heeft meer dan de helft geen kinderen en de meeste klagen ook over een slecht contact met de familie. Dat betekent dat wanneer zij zelf mantelzorg nodig hebben, er niemand voorhanden is. Eerder onderzoek heeft aangetoond dat de woon- en leefomgeving een belangrijk element vormt in de kwaliteit van leven van ouderen. Naarmate mensen ouder worden neemt immers de directe omgeving een prominentere plaats in binnen het leven. Wanneer deze omgeving niet aansluit bij de wensen en mogelijkheden (en beperkingen) van de oudere komt de kwaliteit van leven in gevaar. Een duidelijk voorbeeld is een zorgaanbod dat niet aansluit bij de zorgvraag van een oudere. Voor homoseksuele ouderen kan bijvoorbeeld ook een intolerante omgeving resulteren in een negatief effect op de kwaliteit van leven.Uit diverse publicaties komt naar voren dat ouderen met een homoseksuele geaardheid zich niet thuis voelen in zorginstellingen. Homoseksuele, lesbische en biseksuele mannen en vrouwen willen zich niet laten opnemen in verzorgingsinstellingen omdat ze bang zijn hun homoseksuele identiteit kwijt te raken. Er heerst een heteronorm in de zorghuizen. Het verbergen van de seksuele voorkeur leidt ertoe dat de omgeving een aantal behoeften niet opmerkt en dat er voor hen geen relevante aandacht is. Daardoor hebben homoseksuele en lesbische ouderen in vergelijking met heteroseksuele ouderen vaker psychische klachten. Een deel van de afhoudende houding van oudere homoseksuelen wordt ingegeven door angst voor discriminatie. Dat geldt vooral ten aanzien van de thuiszorg. Helemaal verwonderlijk is dat niet; de thuiszorg komt immers in de meest intieme levenssfeer van de oudere - thuis - over de vloer. Het komt helaas geregeld voor dat homoseksuele ouderen zorgvuldig alle verwijzingen naar homoseksualiteit verwijderen zoals foto's van geliefden en tijdschriften. De veranderende samenstelling van de bevolking baart een aantal oudere homoseksuelen ook zorgen, omdat zij vermoeden dat de jongere generatie, die ook bestaat uit allochtone verzorgenden, minder tolerant tegenover homoseksualiteit zullen staan. Homoseksuele ouderen ondervinden vooral problemen als zij zorgafhankelijk worden en binnen een verzorgingsinstelling terechtkomen in een omgeving waarin een gouden huwelijk en het krijgen van bezoek van kinderen en kleinkinderen een bepaalde status oplevert. Uit onderzoek blijkt dat homoseksuele ouderen zich vaak ergeren over de mate waarin medebewoners zich afhankelijk opstellen van hun kinderen en de mate waarin de gesprekken altijd maar weer gaan over de (klein)kinderen. Hun eigen verhaal kunnen zij echter meestal niet kwijt. De oudere generatie homo's durft zich meestal niet over het verleden uit te laten. Vooral de hoogbejaarden voelen zich hierdoor erg geïsoleerd.
Ontleend aan: Schuyf, J. & Dankmeijer, P. (2006) Handreiking Wmo en seksuele diversiteit. Amsterdam: COC Nederland/Kenniscentrum Lesbisch en Homo-emancipatiebeleid. Meer weten? |
|