5 tips om cliënten verschillende woonvormen uit te laten proberen

Mensen met een beperking willen meedoen in de samenleving. Zij willen dezelfde dingen doen als mensen zonder beperking. Bijvoorbeeld zelf beslissen waar te wonen. Daar hoort bij dat zij manieren van wonen kunnen uitproberen. Maar hoe regel je dat als zorgaanbieder? Het Kennisplein Gehandicaptensector besteedt aandacht aan de verhalen en tips van andere organisaties.

16-08-2021

Tip 1: Onderzoek of u deeltijdverblijf kan aanbieden 

Prinsenstichting ging met deeltijdverblijf aan de slag. Bestuurder Ineke Huibregtsen vertelt over waarom zij dit zo belangrijk vinden. ‘Nu gebeurt het vaak zo dat mensen met een beperking heel lang in de eigen situatie worden opgevangen. Totdat het thuis niet meer te doen is. Dan volgt er een harde overgang. Dat past niet bij het gemiddelde leven van mensen. Het is normaal dat je verschillende vormen van wonen kunt uitproberen. Dat je daar je eigen regie in behoudt.’

Tip 2: Onderzoek of u logeeropvang kan aanbieden

Logeeropvang kan om af en toe een weekje of weekend logeren gaan. Ook kan logeeropvang helpen om mensen met een beperking vertrouwd te maken met een woonvorm. Daarnaast helpt het naasten om wat meer los te kunnen laten. Dit merkte Jahina bijvoorbeeld. Zij heeft een broer van 44 met een ernstig meervoudige verstandelijke beperking. Hij wordt begeleid door Cordaan. Voor haar ouders was het best wennen om haar broer gebruik te laten maken van logeeropvang. Maar het hielp ze enorm. 

Cordaan biedt logeeropvang en weekendlogeren. Zowel voor kinderen als voor mensen met een beperking boven de 21.

Tip 3: Begeleid jongeren in hun wens om op zichzelf te wonen

De overgang van bij je ouders wonen naar ‘op jezelf’ is een grote stap. Daarom werkt het goed als jongeren met een beperking alleen wonen kunnen uitproberen. Met begeleiding om op terug te vallen.  

Zorgorganisatie Ophovenerhof besloot daarin te voorzien met Tiny Houses. Wooncoördinator Yolanda Van der Heijden: ‘Een aantal van onze jongeren wilden niet in een woonvorm gaan wonen. Maar ze voelden zich er ook niet klaar voor om direct alleen te gaan wonen. Met een Tiny House kunnen ze uitproberen wat ze aankunnen. Mocht het toch niet gaan? Dan helpt deze ervaring hen in het accepteren van de situatie.’

Tip 4: Werk samen met buurt, naasten en cliënten

Wilt u ook een aanbod in wonen organiseren die ruimte geeft aan uitproberen? Doe dit dan samen met de buurt, naasten en cliënten. Zo vertelde Ophovenerhof buurtbewoners over Tiny Houses. Op die manier konden ze de angst wegnemen voor overlast. Daarnaast haalden ze wensen van cliënten en naasten op. Dit door grote vellen op de muur te hangen tijdens de bijeenkomst. Mensen konden daar dan hun inbreng op plakken met geeltjes.

Tip 5: Maak mensen vertrouwd met het aanbod

Stel: uw organisatie biedt al logeeropvang of deeltijdverblijf. Of wil dit in de nabije toekomst aanbieden. Dat betekent alleen nog niet dat naasten of cliënten eruit zichzelf om gaan vragen. Zij moeten eerst vertrouwd raken met het aanbod. Zorgorganisaties Prinsenstichting en Cordaan ontdekten wat daar goed bij werkt.

  • Bij Prinsenstichting bleek een casemanager goed te werken. Hij of zij kan ouders bezoeken om te bemiddelen tussen de logeerplek en de cliënt en zijn naasten.
  • Cordaan merkte dat er soms meer tijd nodig is om een vertrouwensband op te bouwen. Het gaat dan met name om ouders die niet vertrouwd zijn met de zorg. Deze ouders kiezen er vaker voor om zelf voor hun familielid met een beperking te blijven zorgen. Hierdoor lopen zij helaas ook meer risico op overbelasting. Logeeropvang kan juist voor deze mensen uitkomst bieden. Maar ook hier geldt dat je naasten eerst moet vertellen over het aanbod. Bijvoorbeeld door op huisbezoek te gaan. Meer weten? Bekijk 7 tips voor het omgaan met familieleden met een migratieachtergrond.

Lees meer over deze 5 tips op KPGHS

Meer informatie? Neem contact op met:

HilairSenior adviseur
Hilair
Balsters
Senior adviseur h.balsters@vilans.nl 06 22 81 00 70
Profiel
Persvragen? Neem contact op met afdeling communicatie via 06 460 433 51 of pers@vilans.nl