Aandacht ontbreekt in identiteit van zorgprofessional

Soms gaat het snel. In april 2016 overleed mijn moeder. Al eerder schreef ik over . Ervaringen die een ander licht doen schijnen op het recente debat over de verpleeghuiszorg, dat eens te meer de roep om persoonsgerichte zorg rechtvaardigt.

28-07-2016

Aandacht ontbreekt in identiteit van zorgprofessional Blog geschreven door Stannie Driessen

Op de lijst met slecht presterende zorgorganisaties van de Inspectie, kwam het verpleeghuis van mijn moeder niet voor. Wat zegt dat eigenlijk? Zegt het iets over wat de samenleving belangrijk vindt? Zegt het iets over wat de Inspectie of de politiek belangrijk vindt? Of over wat de cliënt, mijn moeder dus, belangrijk vond?

Eerst basiszorg op orde

Ik was laatst bij Humanitas in Rotterdam; een van de instellingen die op de zwarte lijst van de Inspectie voorkomen. ’s Avonds om 19.00 uur was er reuring en gezelligheid; ik had het mijn moeder gegund als zij dat in haar verpleeghuis ook had meegemaakt. Laat ik niettemin voorop stellen dat de basiszorg van organisaties op orde moet zijn. Dat wil zeggen dat sprake is van veilige zorg volgens het kwaliteitskader dat verschillende partijen in de zorg hebben opgesteld. Maar is dat dan de essentie van goede zorg? Wat mij betreft niet. Het is een basisvoorwaarde. Daarna begint pas ‘goede zorg’.

Werkritme van de medewerker

Als ik terugkijk op de zorg die mijn moeder heeft ontvangen in haar verpleeghuis dan was ik daar kritisch over, omdat ik de zorg weinig persoonsgericht vond. Het schema van de zorgprofessional bepaalde de routine van de dag en wanneer er aandacht was voor mijn moeder. Een schema dat was afgestemd op het collectief van bewoners of misschien wel op het ‘werkritme van de medewerker’; als mijn moeder iets anders wilde, dan zat het schema in de weg en werd het een lastig verhaal. Overigens ervoer zij dat zelf niet in die mate. Ik nam het waar als haar dochter.

Persoonsgerichte zorg

Zo gebeurde het dat mijn moeder ’s morgens om 11 uur een paracetamol kreeg omdat zij hoofdpijn had. Na een uur stond een andere verzorger in haar kamer om haar wederom een paracetamol te geven. Ik zei dat het niet nodig was, de vorige van 11 uur gaf haar immers nog genoeg pijnstilling. De verzorger stond erop, het stond namelijk op zijn lijstje. Ik heb geweigerd en er kwam bijna ruzie van.

Daar zit ‘m de achilleshiel. Waar lijstjes en protocollen de dienst uitmaken ten koste van gezond verstand, is persoonsgerichte zorg vaak ver te zoeken. Met aandacht voor de mens achter de cliënt, op het moment dat de cliënt daaraan behoefte heeft. Iedere dag opnieuw. Niet volgens een schema en niet in een schema te vatten.

Maar dat schema is wel wat de identiteit van de zorgprofessional bepaalt. Een identiteit gebaseerd op wat anderen van hem (m/v) verlangen: de teamleider, dokter, directie, Inspectie, misschien nog wel de familie. Dan, pas veel later de cliënt.

Plek voor aandacht

In de allerlaatste stervensfase heb ik die aandacht overigens wel gezien. Liefdevol, intiem en toegewijd. De zorg op de juiste manier geboden en afstand nemende als wij, de familie, het zelf wilden doen. Ik kijk daar met een goed gemoed op terug. Het kan dus wel, als de omstandigheden daartoe dwingen.

Maar zijn die dwingende omstandigheden er niet, dan roept dat de vraag op waar ‘aandacht’ in de professionele identiteit van de zorgprofessional een plek krijgt. Dat zou wat mij betreft het huidige debat moeten domineren.  

Meer informatie over verpleeghuiszorg

Meer informatie? Neem contact op met:

RianExpert
Rian
van de Schoot
Expert r.vandeschoot@vilans.nl 06 22 81 07 08
Profiel
Persvragen? Neem contact op met afdeling communicatie via 06 460 433 51 of pers@vilans.nl