Marjolein van Vliet

Marjolein van Vliet

De harde leerschool van een MRSA-uitbraak

Het begon met 1 bewoner die MRSA-drager was. Maar dat was slechts het begin. Onderzoek wees al snel uit dat meer bewoners en ook enkele medewerkers dragers waren.

12-03-2018

Door Frank van Wijck

Stichting Zorggroep Noordwest Veluwe (ZNWV) had in 2012 te kampen met een massale MRSA-uitbraak. Die had verstrekkende – en jarenlange – gevolgen voor de bewoners, de medewerkers en de organisatie.

Grote uitbraak

 ‘Onder andere een flexwerker die ook op andere locaties van onze organisatie werkte’, vertelt specialist ouderengeneeskunde Pieter Schimmel. ‘Binnen de kortste keren was duidelijk dat we met een grote uitbraak te maken hadden. In dat ene verzorgingshuis hadden we het probleem snel onder controle. Maar in een somatische verpleeghuislocatie hadden we op het hoogtepunt zo’n 25 bewoners die drager waren. Er werd een verband gelegd tussen de flexmedewerker en de verspreiding van de bacterie.’
 

Antibioticaresistentie (ABR) is een wereldwijd probleem. Help mee ABR te bestrijden.

Verspreiding over afdelingen

Op andere somatische afdelingen werd de MRSA-besmetting ook aangetroffen. Deskundige infectiepreventie Edwin Bijster (deels werkzaam bij GGD Noordoost Gelderland en deels gedetacheerd bij ZNWV) vertelt: ‘Als MRSA wordt gevonden, wordt een kweek ervan geanalyseerd door het RIVM om de stam te bepalen. Het bleek op de verschillende locaties om dezelfde stam te gaan. Maar op die andere locaties werkte die flexwerker niet, dus het bleek niet mogelijk om een volledige relatie te leggen tussen de locaties waarop het probleem zich voordeed.’

Verdere uitbraken voorkomen

Direct werd een MRSA-calamiteitencommissie in het leven geroepen, met interne participatie (managers, bedrijfsarts), externe partners: de GGD, de afdeling medische microbiologie uit het ziekenhuis en waar nodig de huisartsen. Het doel was tweeledig: de oorzaak van de uitbraak achterhalen en verdere uitbraken voorkomen.

Aanscherpen hygiënemaatregelen

Schimmel: ‘De oorzaak achterhalen begint ermee dat je in kaart brengt welke bewoners en medewerkers besmet zijn. Ook zijn direct de hygiënemaatregelen aangescherpt. Niet dat daarin niet goed werd gewerkt, maar het was wel zaak verdere escalatie te voorkomen. Bij dit laatste speelt strikte isolatie tijdens zorgmomenten bij besmette bewoners een belangrijke rol.’

Hygiëne en huiselijkheid

Al snel werd duidelijk dat familieleden van bewoners via internet informatie gingen verzamelen over MRSA en de maatregelen die nodig zijn om een besmetting aan te pakken. ‘We merkten dat hierbij de MRSA- en verpleeghuisprotocollen door elkaar heen liepen’, zegt Schimmel. ‘Onterecht natuurlijk, want in een verpleeghuis moet je echt een goede balans bewaken tussen enerzijds de maatregelen die nodig zijn en anderzijds de huiselijkheid die overeind moet blijven. Communicatie was dus essentieel om uit te leggen wat in onze ogen en vanuit de richtlijnen wenselijk en haalbaar was.’

Veel vragen over hygiëne

Onder de medewerkers bestond een kennisachterstand over hygiënemaatregelen. Anneke Bruinink, verpleegkundige met aandachtsgebied MRSA, heeft een belangrijke rol gespeeld om hierin verandering te brengen. ‘Ik ben vooral heel veel op de woningen geweest om te praten over wat ik daar zag en antwoorden te geven op de vele vragen die onder de medewerkers leefden. Bij dit laatste was heel handig dat ik korte lijnen heb naar Pieter en Edwin.’

Concentratie op 1 afdeling

Om inzicht te krijgen in de herkomst van de bacterie werden ruim 1,5 jaar bij nieuwe bewoners MRSA-kweken afgenomen. Daarbij werd geen MRSA aangetoond. ‘Blijkbaar hielden we het probleem dus intern in stand’, zegt Schimmel. ‘Dit leidde tot een ethisch beraad waarbij ook de cliëntenraad werd betrokken, en waarin we hebben besloten alle chronische dragers bij elkaar te brengen op 1 afdeling. Een vergaande maatregel, want het betekende dat de dragers moesten verhuizen naar 1 afdeling en dat de mensen die daar al woonden moesten verhuizen naar een andere afdeling.’

Protocollair werken

In het verlengde hiervan werden ook medewerkers gevraagd om exclusief op die afdeling te werken. ‘Het voordeel hiervan is dat ze hier alle aandacht krijgen voor protocollair werken, wat kennisvergroting in de hand werkt’, zegt Bijster. Schimmel vult aan: ‘Maar we moesten wel mensen bereid vinden om op die afdeling te gaan werken. Gelukkig lukte dit op basis van goede communicatie snel. De gedachte was: dit zijn onze bewoners, die willen we niet in de steek laten.’

Geen nieuwe besmettingen

In 2014 is een begin gemaakt om alle gegevens over positieve bewoners en medewerkers in kaart te brengen, om overzicht te houden. Ook zijn zorgvuldige kweekschema’s opgesteld en wordt toegezien op de naleving ervan. Inmiddels is – door natuurlijk verloop en door de genomen maatregelen – het aantal bewoners op de afdeling met mensen met chronisch dragerschap gedaald van 18 naar 3. Op andere afdelingen hebben zich geen nieuwe besmettingen meer voorgedaan.

Thuiszorgmedewerkers positief

‘We hebben draconische maatregelen moeten nemen’, zegt Schimmel, ‘maar die hebben dus wel geholpen. Wel heeft zich recent een uitbraak voorgedaan in een thuissituatie, waarbij ringonderzoek uitwees dat ook thuiszorgmedewerkers positief waren. Enorm complex om in te dammen, maar ook dat is gelukt.’

‘Ik denk dat we met de kennis van nu een uitbraak veel sneller onder controle zouden kunnen krijgen. De medewerkers zijn ook volledig bereid om hieraan mee te werken en ze hebben nu veel meer kennis van zaken. Bij het management heeft de uitbraak ertoe geleid dat de hygiënematerialen die de medewerkers nodig hebben nu veel ruimer beschikbaar zijn.’

Meer informatie over antibioticaresistentie

Meer informatie? Neem contact op met:

MarjoleinExpert
Marjolein
van Vliet
Expert m.vanvliet@vilans.nl 06 22 81 00 10
Profiel
Persvragen? Neem contact op met afdeling communicatie via 06 460 433 51 of pers@vilans.nl