Anneke Augustinus

Anneke Augustinus

‘Er lijkt sprake van wildgroei aan kwaliteitsinstrumenten'

Het is belangrijk dat kwaliteitsinstrumenten onder andere eenvoudig en breed toepasbaar zijn. Dit blijkt uit het onderzoek dat is uitgevoerd door onderzoekers van het Nivel. Het onderzoek bracht in kaart welke factoren een rol spelen bij het toepassen van kwaliteitsinstrumenten en werd uitgevoerd voor het kennisprogramma ‘Waardigheid en trots, Ruimte voor verpleeghuizen’.

25-09-2018

Onderzoeker Mattanja Triemstra: ‘Begin vorig jaar zijn we het onderzoek gestart met te kijken naar welke kwaliteitsinstrumenten er voor de verpleeghuiszorg bestaan en door verpleeghuizen worden gebruikt. Met onze inventarisatie kwamen we op een aantal van 87. Ook de stuurgroep van het Kwaliteitskader Verpleeghuiszorg liet een landelijke inventarisatie uitvoeren. Zij kwamen begin dit jaar uit op ruim 130 instrumenten. Als je dan bedenkt dat er in Nederland ongeveer 340 verpleeghuizen zijn en zeker 1 op de 3 dan een eigen instrument heeft, zou je kunnen spreken van een wildgroei.’

Download de eindrapportage

Download het overzicht van kwaliteitsinstrumenten

Vergelijkbaarheid staat onder druk

Triemstra: ‘In 2015 hadden we nog maar zo’n 20 instrumenten, inmiddels zijn dat er 130. Dat betekent een enorme toename. Organisaties zijn kennelijk erg aan het nadenken over kwaliteit en hoe dat te borgen. Ook is er behoefte aan vergelijkbaarheid. Dit kan bijvoorbeeld voor beleidsmakers waardevolle informatie zijn. Dit bereik je alleen als organisaties dezelfde instrumenten gebruiken, met standaardvragen die top-down zijn bepaald. We zien dat organisaties nu vooral hun eigen draai geven aan kwaliteitsinstrumenten of ze zelf ontwikkelen, maar daardoor staat de vergelijkbaarheid onder druk.’

We zien dat organisaties nu vooral hun eigen draai geven aan kwaliteitsinstrumenten.

Liever geen opgelegde kwaliteitsinstrumenten

Margreeth van der Beek is manager bij ouderenzorgorganisatie Interzorg en vindt het inderdaad belangrijk om als organisatie de ruimte te krijgen: ‘Ik ben blij dat we niet met opgelegde kwaliteitsinstrumenten werken. De kans is dan te groot dat zo’n instrument niet bij de visie en de ontwikkeling van de eigen organisatie past. Ik vind het wel belangrijk om kwaliteitsinstrumenten die goed werken te delen met een groter publiek.’

Eenvoud is succesfactor

Het onderzoek van Nivel richtte zich dan ook op een door Interzorg ontwikkeld kwaliteitsinstrument dat goed in de praktijk werkt, namelijk ‘Waarmee kan ik u van dienst zijn?’ Van der Beek: ‘Het instrument past goed bij de manier waarop we zorg willen leveren, namelijk door het centraal stellen van de cliënt. En wanneer de cliënt zelf niet in staat is zijn wensen te verwoorden, richten we ons op zijn naaste. Eén keer in de maand hebben de persoonlijk begeleiders dan ook een gesprek met een cliënt en zijn naaste waarbij de focus ligt op hoe de zorg nog beter kan. Daarnaast versturen we één keer in de drie maanden een digitale evaluatie naar cliënten of hun naasten om te onderzoeken hoe tevreden zij zijn over de zorg. Veel ingewikkelder dan dit is het niet.’ Triemstra: ‘Eenvoud is inderdaad een belangrijke factor die meespeelt bij de implementatie van een kwaliteitsinstrument.’

Eenvoud is een belangrijke factor die meespeelt bij de implementatie van een kwaliteitsinstrument.

Levendige zorg

Een andere factor is dat medewerkers het gevoel moeten krijgen dat het kwaliteitsinstrument wat oplevert, anders wordt het heel snel niet meer gebruikt. Bij het kwaliteitsinstrument van Interzorg is dat het geval. Van der Beek: ‘De bedoeling van de evaluatiegesprekken is om ruimte te maken voor een ander soort contact dan de dagelijkse gang van zaken. Zorgmedewerkers denken soms dat ze deze momenten al hebben, maar we merken dat ze dan toch verrast zijn doordat er nieuwe inzichten naar voren komen. Het levert vaak kleine aanpassingen op die de zorg levendig maken en de routine doorbreken, zoals regelen dat iemand naar een voetbalwedstrijd kan gaan, de nagels lakken van een mevrouw of aandacht voor het toetje dat iemand te koud vindt.

Dilemma’s bij leveren zorg

Toch brengt het ook dilemma’s met zich mee. Van der Beek: ‘Uiteraard kunnen we niet aan alle verzoeken voldoen. Soms moet iets uitbesteed worden en het kan ook zijn dat we vanuit professioneel oogpunt duidelijk weten dat een bewoner bijvoorbeeld niet gebaat is bij vaker naar de fysiotherapeut gaan, ook al is dat het verzoek. Ook zijn we het instrument nog aan het ontwikkelen. Zo merken we dat naasten er niet altijd op zitten te wachten om elke drie maanden een digitale evaluatie in te vullen. Een oplossing kan zijn dat mensen ook een frequentie van één keer in het jaar mogen aangeven.’

Cliëntperspectief

Triemstra noemt nog meer factoren die meespelen bij een succesvolle implementatie van een instrument: ‘Het moet makkelijk in te passen zijn in het dagelijks werk en aansluiten op de overleggen of evaluaties die er al zijn. Ook helpt het als het instrument breed toepasbaar is voor meerdere cliëntengroepen. Anders moet er voor elke doelgroep een ander instrument worden gebruikt en dat is lastig als je als organisatie zorg levert aan meerdere soorten cliënten.’ Daarnaast is het essentieel dat het instrument aansprekend is voor cliënten zelf. Triemstra: ‘Om te weten wat cliënten belangrijk vinden, moet je ze echt betrekken. De neiging is al snel om voor een cliënt te denken.’

Het is essentieel dat het instrument aansprekend is voor cliënten zelf.

‘Zonde als een instrument niet wordt gebruikt’

'Alle partijen moeten in een vroeg stadium worden betrokken bij de ontwikkeling en toepassing van een instrument. Dit klinkt heel logisch, maar in de praktijk gaat dit toch wel eens mis. Dan is er onvoldoende draagvlak en komt de toepassing van een instrument maar moeilijk van de grond. Daarom is het belangrijk om ontwikkelaars hier op te wijzen. Het is zonde van alle inspanningen als een instrument nauwelijks wordt gebruikt en toch niet in de behoeften van medewerkers en cliënten of naasten voorziet.’

Lees meer

Meer informatie? Neem contact op met:

AnnekeDirecteur Waardigheid en trots
Anneke
Augustinus
Directeur Waardigheid en trots a.augustinus@vilans.nl
Profiel
Persvragen? Neem contact op met afdeling communicatie via 06 460 433 51 of pers@vilans.nl