Chantal Zuizewind

Chantal Zuizewind

Grote variatie in werkwijzen geheugenpoli’s

De geheugenpoli’s in Nederland spelen goed in op lokale behoeften en mogelijkheden van de organisaties waarvan zij deel uitmaken. Daardoor is er echter wel een grote variatie in hun werkwijzen. Dat blijkt uit onderzoek van Vilans naar de geheugenpoli’s, in opdracht van de Nederlandse Verenging voor Neurologie (NVN) en de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP), gefinancierd uit het gealloceerd budget van de Stichting Kwaliteitsgelden voor Medisch Specialisten (SKMS).

19-07-2019

Het onderzoek inventariseert de werkwijzen van geheugenpoli’s in Nederland, maakt ervaringen en overwegingen inzichtelijk en brengt in beeld waarom geheugenpoliklinieken kiezen voor bepaalde werkwijzen. Veel werkwijzen van geheugenpoli’s zijn afgestemd op contextuele factoren en daardoor is er veel verschil in hun werkwijzen. Transparantie is echter nog altijd wenselijk voor professionals op geheugenpoli’s om te leren van elkaars werkwijzen. En voor patiënten, die een geïnformeerde keuze willen maken wanneer het gaat om hun behandeling en zorg. Het is dan ook belangrijk om toe te werken naar meer zichtbaarheid in de manier waarop geheugenpoli’s hun werkwijzen organiseren. Dit rapport geeft hiertoe een eerste aanzet.

Download het rapport

De belangrijkste resultaten

  • Teamsamenstelling: De meest voorkomende specialisten op geheugenpoli’s zijn de neuroloog, de klinisch geriater en de gz-psycholoog. Ook zijn psychiaters en dementieverpleegkundigen relatief veel vertegenwoordigd. Voor de invulling van het team vindt men het enerzijds belangrijk casuïstiek van verschillende kanten te kunnen bekijken en heeft men dus behoefte aan een breed multidisciplinair team. Anderzijds is er behoefte aan slagvaardige besluitvorming. De meeste geheugenpoli’s kiezen voor een middenweg.
  • Triage: Er lijken vier (elkaar niet uitsluitende) ‘manieren’ naar voren te komen: triage op basis van verwijzer, triage door één professional, triage als groepsproces en triage met gebruik van zorgpaden. Bij de triage spelen criteria als leeftijd, medische voorgeschiedenis en het advies van de verwijzer een rol, een enkele keer de voorkeur van de patiënt. 
  • Nazorg: Op ongeveer driekwart van de geheugenpoli’s vindt structureel nazorg plaats. Een kwart van de geheugenpoli’s biedt nazorg aan een deel van hun patiënten. De werkwijzen en afspraken ver nazorg hangen samen met factoren als de diagnose (wel/geen dementie, MCI, onduidelijkheid over diagnose), de situatie/voorkeur van de patiënt, medicatie, de samenwerking met regionale zorgaanbieders, het regionale zorgaanbod en de visie van geheugenpoliklinieken zelf. 
  • Regionale samenwerking: Een sterk regionaal zorgaanbod en goed georganiseerde eerstelijns hebben invloed hebben op het nazorgtraject en op de duur van deze nazorg. Geheugenpoliklinieken hebben samenwerkingsverbanden met regionale zorgaanbieders onder meer om efficiënte nazorg en een warme overdracht te kunnen organiseren. Ook komen die een efficiënte verwijzing en kennisuitwisseling ten goede.

Wat zijn geheugenpoli's?

Geheugenpoli’s zijn ambulante voorzieningen met multidisciplinaire teams die zich richten op de diagnostiek van cognitieve stoornissen, waaronder dementie, en op de behandeling en advisering van de patiënten. De geheugenpolikliniek is niet alleen voor ouderen maar ook voor jongere mensen met geheugenklachten. In Nederland zijn er circa 90 geheugenpoliklinieken.

Meer informatie? Neem contact op met:

ChantalOnderzoeker
Chantal
Zuizewind
Onderzoeker c.zuizewind@vilans.nl 06 27 84 56 35
Profiel
Persvragen? Neem contact op met afdeling communicatie via 06 460 433 51 of pers@vilans.nl