Marjolein de Meijer

Marjolein de Meijer

Heb oog voor elkaars professionaliteit

Integraal werken in de wijk betekent nieuwe (andere) vormen van samenwerken en werkwijzen in het sociaal domein. Afgelopen jaar kwamen we in diverse projecten van ‘Integraal Werken in de Wijk’ mooie praktijkvoorbeelden tegen die we graag willen delen. Zo ook in Groningen.

De Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten (RIGG) startte afgelopen jaar pilots in 12 gemeenten om de verbinding tussen de huisartsenzorg en het basisteam van de gemeente te verstevigen door de inzet van de Ondersteuner Jeugd en Gezin (OJG). Projectleider Heleen Stevenson begeleidt dit proces in samenwerking met de verschillende gemeenten, diverse jeugdhulpaanbieders en Eerste Lijns Advies Noord-Nederland (ELANN).

Naam: Heleen Stevenson
Functie: projectleider ondersteuner Jeugd en Gezin
Doel: zorg dichtbij organiseren, verbinding huisartsen-basisteams verbeteren en doorverwijzingen intensievere jeugdhulp verminderen.
Gemeente: Groningen

In de provincie Groningen kopen de 20 gemeenten de jeugdhulp gezamenlijk in via de Regionale Inkooporganisatie Groninger Gemeenten (RIGG). De lokale toegang is per gemeente verschillend georganiseerd. Zo kent een aantal gemeenten een uitgebreid Centrum voor Jeugd & Gezin (CJG) en werken andere gemeenten met een sociaal wijkteam waarbij de jeugdhulp een onderdeel is van een breder takenpakket van het lokale team.

Jeugdhulp bij de huisarts

Heleen Stevenson vertelt over de totstandkoming van de pilot OJG. ‘De samenwerkende gemeenten hebben in RIGG-verband besloten om het project OJG te starten. Zij hechten aan een nauwere samenwerking met huisartsen. Bij de diverse pilots gaat het om het nader uitwerken van de samenwerking tussen een specifieke gemeente en de lokale huisartsen. Hierdoor is er ruimte voor lokale keuzes bij de diverse pilots. ELANN had voorafgaand aan deze pilots een modelovereenkomst als voorwaarde gesteld, waarin de taken en verantwoordelijkheden van de diverse betrokkenen op een heldere manier zijn beschreven. Dit om te voorkomen dat in elke gemeente opnieuw het wiel uitgevonden diende te worden.'

De samenwerkende gemeenten hechten aan een nauwere samenwerking met huisartsen.

'Met zoveel partijen tot overeenstemming te komen: dat was geen gemakkelijke stap! Maar wel een hele belangrijke stap in de samenwerking. Een fundamentele vraag is of het huisartsenzorg of jeugdhulp is? Omdat het erg lastig was om op dit punt tot overeenstemming te komen is op dit moment afgesproken: het is jeugdhulp bij de huisarts en de gemeenten financieren de kosten van de OJG’er.’

Schakelen met het basisteam van de gemeente

De Ondersteuners Jeugd en Gezin komen uit de gespecialiseerde jeugdhulp en zijn tevens lid van het basisteam van de gemeente. ‘Het is belangrijk dat je kennis van zaken hebt om tot een goede vraagverheldering te komen en om lichte vormen van begeleiding te kunnen bieden’, licht Heleen Stevenson toe. Afhankelijk van de omvang van de huisartsenpraktijk werkt een ondersteuner één of meerdere dagdelen per week bij de huisarts. De OJG’er heeft de volgende taken: consultatie bieden aan de huisarts, triage/screening, bieden opvoedingsondersteuning, hulp bij psychosociale problematiek, psycho-educatie en zorgbemiddeling.

Om welke ondersteuningsvragen gaat het?

Het gaat om lichte ondersteuningsvragen, zoals een kind dat niet goed slaapt, een kind met druk gedrag of ouders die zich zorgen maken over hun puber die (te veel) blowt. De huisarts beslist welke kinderen hij of zij onder de aandacht brengt van de OJG’er en vervolgens gaat de ondersteuner in gesprek met de ouder en/of het kind.

Mocht de OJG’er bij de inventarisatie van de hulpvraag het idee hebben dat de problematiek samenhangt met andere vragen in het gezin, zoals schuldenproblematiek, dan kan de ondersteuner in overleg met de ouders contact leggen met de collega’s in het basisteam. Het kan ook zijn dat de OJG’er de inschatting maakt dat de vraag niet in 1 tot 5 gesprekken opgelost kan worden en dat gespecialiseerde jeugdhulp nodig is. In dat geval zal de ondersteuner de huisarts adviseren om te verwijzen naar intensievere vormen van jeugdhulp.

Wie financiert deze pilot? 

‘De financiering van de pilots was een hobbel: financiert de zorgverzekeraar mee? Wat financieren de samenwerkende gemeenten en wat financieren de lokale gemeenten? Gemeenten willen het liefst van tevoren weten of de inzet van de ondersteuner ook daadwerkelijk tot minder doorverwijzingen naar intensievere vormen van jeugdhulp leidt. Hier zijn nog geen keiharde cijfers over bekend, dus het is van belang om dit goed te monitoren. Afgelopen jaar kwam het budget uit de gemeentelijke solidariteitspot, maar vanaf 1 januari 2018 betalen gemeenten zelf. Daar ben ik heel blij om; zo wordt de werkwijze geborgd. Wethouders staan erachter en in sommige gemeenten is het voorstel voor de pilot ook door de colleges vastgesteld. We willen de pilot goed evalueren, daarom loopt er een monitoringsonderzoek. Belangrijk is dat de gegevens op een eenduidige manier worden vastgelegd.’

We willen de pilot goed evalueren, daarom loopt er een monitoringsonderzoek.

Van elkaar leren

‘Ik vind het belangrijk om begrip te hebben voor elkaars professionaliteit. En het feit dat het twee verschillende werelden zijn: de wereld van huisartsenzorg en die van de gemeente. Ik zie dat het helpt om zo’n verbindingsfunctionaris in te zetten. Een huisarts heeft per patiënt weinig tijd en heeft niet altijd zicht op alle veranderingen die zich in de jeugdhulp afspelen. En de werkwijze die in de medische keten vanzelfsprekend is, sluit niet altijd aan op de werkwijze van de gemeente.'

Een huisarts heeft per patiënt weinig tijd en heeft niet altijd zicht op alle veranderingen die zich in de jeugdhulp afspelen.

'Sommige huisartsen zijn wat huiverig om te starten met de pilot, maar de meeste huisartsen reageren heel enthousiast. Ze merken dat hun patiënten goede zorg dichtbij krijgen en dat het leidt tot een vermindering van de werkdruk. Bovendien heeft het als bijkomend voordeel dat de huisartsen meer zicht krijgen op wat er gebeurt aan de gemeentelijke kant. Het kost tijd. Er zit veel kennis en kunde bij de wijkteams. Het is een kans om die kennis te verbinden met de huisartsenzorg!’ besluit Heleen Stevenson.

Ze merken dat hun patiënten goede zorg dichtbij krijgen en dat het leidt tot een vermindering van de werkdruk.

Tips

  • Investeer vooraf in een aantal gemeenschappelijke kaders zoals een modelovereenkomst met alle betrokken partijen waarin taken en verantwoordelijkheden goed zijn geregeld. Maak een functieprofiel. Door dit soort kaders uit te werken, ben je er met de meeste huisartspraktijken sneller uit!
  • Probeer tot een eenduidige registratie te komen. De systemen van gemeenten verschillen en de huisarts is hier vaak niet op aangehaakt. Maar om te weten of een pilot leidt tot de gewenste doelen, zijn eenduidige registratie en monitoring vereist.

Dit interview maakt deel uit van de publicatie Van gebiedsregisseur tot informatieanalist, nieuwe functies in het sociaal domein.

Lees meer

Meer informatie? Neem contact op met:

MarjoleinSenior adviseur
Marjolein
de Meijer
Senior adviseur m.demeijer@vilans.nl 06 22 81 02 31
Profiel
Persvragen? Neem contact op met afdeling communicatie via 06 460 433 51 of pers@vilans.nl