Hoe ver is úw organisatie met de Wet zorg en dwang?

Een jaar geleden ging de Wet zorg en dwang (Wzd) in. Een goed moment om stil te staan bij de implementatie van de wet. Want hoe ver is uw organisatie? Op 20 januari 2021 organiseerde Waardigheid en trots een webinar voor kwaliteitsverpleegkundigen en andere geïnteresseerden. Irme de Bonth, adviseur bij Vilans, beantwoordde hun vragen.

03-02-2021

Wat doe je als een bewoonster elke ochtend na het wakker worden de kamers van andere bewoners ingaat en daar wat rondscharrelt? Familieleden van medebewoners vragen om ingrijpen: alle deuren op slot. Maar is dat wel de beste oplossing? ‘In de zorg willen we handelen, het probleem snel oplossen’, zegt De Bonth. ‘Zodat de situatie zich niet meer voordoet. Maar soms helpt het om even stil te staan en goed naar de situatie te kijken.’ In dit geval kozen de medewerkers voor het laatste. Ze gingen in gesprek met de familie van de bewoonster. Om erachter te komen waarom ze dit gedrag vertoonde. Ze hoorden dat de bewoonster haar hele leven al kleren klaarlegde op de stoel naast haar bed. Oók in het verpleeghuis, maar de nachtdienst ruimde de kleren ‘s avond netjes op. Elke ochtend zocht de bewoonster haar kleren. Toen de kleren op de stoel bleven liggen, stopte het dwalen.

Recht op vrijheid

Met dit voorbeeld illustreert De Bonth het brede perspectief van de Wet zorg en dwang. ‘De wet is gekoppeld aan onvrijwillige zorg, maar gaat over veel meer. Namelijk over álle zorg voor de individuele cliënt. En dat raakt aan zorgplannen, MDO’s, aan kennis van dementie en kennis van gedrag, eigenlijk aan alles in de organisatie. Centraal staat of je professioneel genoeg bent om met de zorgvragen van de cliënt om te gaan.’ De essentie van de wet is het recht op vrijheid. De Bonth maakt een bruggetje naar een actualiteit: de avondklok. ‘We merken nu allemaal hoe het voelt als iemand iets voor je beslist. Zorgmedewerkers doen dat elke keer als ze voor een cliënt een keuze maken. Ook al is dit natuurlijk met de beste bedoelingen.’

We merken tijdens de avondklok nu allemaal hoe het voelt als iemand iets voor je beslist.

Verschil met de vorige wet

De Wet zorg en dwang is cliëntvolgend. De Bonth: ‘Anders dan de Wet Bopz, waar vaak sprake was van een gesloten afdeling, geldt de Wzd thuis, op de dagbesteding en in het verpleeghuis. Daar waar de cliënt verblijft en mogelijk onvrijwillige zorg krijgt.’ De Wzd gaat dus ook verder dan vrijheidsbeperkende maatregelen als bedhekken en rolstoelgordels. ‘Niet de zorgvorm, maar het individu staat centraal. Want of iets onvrijwillige zorg is, is voor elke individu anders.’

Begin bij de cliënt

Er is sprake van onvrijwillige zorg als de cliënt zich verzet of - wanneer de cliënt wilsonbekwaam is - als de vertegenwoordiger er niet mee instemt. ‘Maar je begint altijd bij de cliënt’, zegt De Bonth. ‘Als een cliënt wilsonbekwaam is en verzet toont, is dat leidend. Oók als de vertegenwoordiger heeft gezegd dat het goed is.’ Een van de deelnemers vraagt: ‘Als een bewoner geen verzet toont, is het dus geen onvrijwillige zorg?’ ‘Precies, behalve als de cliënt wilsonbekwaam is en de familie niet instemt’, antwoordt De Bonth. ‘Maar de bedoeling van de Wzd gaat verder, namelijk dat je je bij alles afvraagt wat de cliënt wil. De Wzd is het ultieme persoonsgericht werken.’

Wat als onvrijwillige zorg toch nodig is?

Soms is onvrijwillige zorg toch nodig. ‘Maar dat doe je alleen om ernstig nadeel te voorkomen en als er geen alternatief is. Je doet dat zorgvuldig en legt het vast in het ECD. Je gebruikt het stappenplan van de Wzd.’ Behalve bij onvrijwillige zorg is het stappenplan ook verplicht in 3 andere situaties. ‘De Wzd onderscheidt 9 categorieën van (onvrijwillige) zorg. Bij de eerste 3 - toedienen van gedragsmedicatie buiten de richtlijn, beperken van de bewegingsvrijheid en toepassen van een vorm van insluiting - gebruik je voor wilsonbekwame cliënten altijd het stappenplan. Oók als de cliënt zich niet verzet en de vertegenwoordiger instemt. Want deze beslissingen zijn dermate ingrijpend dat ze de maximale bescherming van de vrijheid van de cliënt en de maximale zorgvuldigheid van de zorgverlener verdienen.’

Wanneer is iemand wilsonbekwaam?

‘Wat moet je doen als familie onvrijwillige zorg verleent?’, vraagt een deelnemer. ‘Goede vraag’, aldus De Bonth. ‘De Wzd regelt de bevoegdheden van zorgverleners, dus niet wat familie en mantelzorgers doen. Maar los van de wet is dit iets waarover je het gesprek aangaat. Vanuit de vraag “doen we het goede voor de cliënt?”. Hoe complex en moeilijk zo’n gesprek ook kan zijn.’ ‘Wanneer is iemand wilsonbekwaam? Moet dat in het zorgplan staan?’, vraagt een andere deelnemer. ‘Wils(on)bekwaamheid zit in hele kleine dingen’, antwoordt ze. ‘Als een van de 9 categorieën van de Wzd aan de orde is, ga je kijken of een cliënt zelf kan beslissen of dat zijn of haar familie dat moet doen.’

Probeer niet geïsoleerd aan onvrijwillige zorg te denken.

De Bonth besluit met een laatste tip. ‘Twijfel je nog aan de toepassing van de Wzd in de praktijk? Bekijk het dan vanuit dit perspectief: een individuele cliënt met dementie aan wie je goede, professionele zorg verleent. Probeer niet geïsoleerd aan onvrijwillige zorg te denken. En ga met elkaar in gesprek over dilemma’s. Even stilstaan, reflecteren en dat met elkaar doen is heel belangrijk. Organisaties moeten dat faciliteren.’

Auteur: Ingrid Brons

Lees het hele artikel van Waardigheid en trots

Lees meer over de Wet zorg en dwang

Meer informatie? Neem contact op met:

IrmeExpert
Irme
de Bonth
Expert i.debonth@vilans.nl 06 22 81 07 32
Profiel
Persvragen? Neem contact op met afdeling communicatie via 06 460 433 51 of pers@vilans.nl