Monique Spierenburg

Monique Spierenburg

Mede-eigenaar zijn is de ultieme vorm van toezicht

In 8 weken verschijnen er 8 interviews op onze website met personen die een duidelijk vernieuwende visie op hebben. Wat kunnen we over dit thema leren van sectoren buiten de langdurende zorg?

01-11-2016

De burger ziet de publieke sector vaker als een vijand dan als een bondgenoot, stelt Otwin van Dijk. Dit staat de ontwikkeling van een inclusieve samenleving ernstig in de weg. Die inclusieve samenleving krijgt alleen ruimte om tot bloei te komen als aanbieders in zorg en welzijn, zorgverzekeraars en gemeenten dichtbij de burger gaan staan, en die burger een stem geven in hun eigen beleidsontwikkeling.

Mede-eigenaar zijn is de ultieme vorm van toezicht

Otwin van Dijk werd op vrijdag 8 juli 2016 officieel geïnstalleerd als burgemeester van de gemeente Oude IJsselstreek. Hieraan vooraf ging een periode van 4 jaar als Tweede Kamerlid voor de PvdA. In deze functie diende hij op 1 juli 2015 samen met partijgenoot Lea Bouwmeester een motie in over governance in de zorg.

Medezeggenschap

Van Dijk en Bouwmeester betoogden in deze motie dat de medezeggenschap van patiënten- en cliëntenraden vaak nog geen betekenisvol onderdeel was van de integrale governance van zorginstellingen. Hierover vertelt hij nu: ‘Als bestuurder hoor je dienstbaar te zijn en je te organiseren ten opzichte van de partijen om je heen.

Met andere woorden: zet geen producten op de markt maar werk met elkaar samen ten behoeve van de klant. Als je de keten van langdurige zorg beperkt tot medische zorg en dagbesteding, dan snap je niet in wat voor samenleving we leven. Het is nu een heel andere tijd dan in het verleden, waarin je ermee kon volstaan simpelweg een bedrijf of een instelling te runnen. Het gaat erom mensen een plek te geven in de inclusieve samenleving.’

Eigen regie voor kwetsbare mensen

‘Een tijd dus waarin je als aanbieder van ouderenzorg moet nadenken over de vraag hoe je kwetsbare mensen eigen regie kunt geven zodat ze kunnen blijven participeren. Een tijd waarin je als aanbieder van zorg voor verstandelijk beperkten contact moet zoeken met de lokale middenstand om je cliënten opties voor begeleid werken te bieden. Een waanzinnig interessante tijd.’

‘Maar wij dienden die motie in omdat we zagen dat er nog wel heel wat moest gebeuren om aan de mogelijkheden hiervan invulling te kunnen geven op een manier waar mensen écht wat aan hebben. We zagen dat het – om gezonde checks and balances te organiseren – belangrijk was om cliënten en cliëntenraden invloed te geven op het beleid van zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Niet als tegenmacht maar als medemacht.’

De beweging naar inclusie

Van Dijk ziet een parallel met de Right to challenge die in 2015 in de Wmo is opgenomen en die burgers het recht geeft om de overheid uit te dagen als zij menen een dienst beter te kunnen aanbieden. ‘Je ziet nu dat al een stuk of veertig gemeenten hier heel actief mee bezig zijn’, zegt hij. ‘En zo hoort het ook, want de beweging naar inclusie hoort vanuit de samenleving te komen.’

Wat dat betreft moeten echter nog wel forse stappen worden gezet in de publieke sector, betoogt Van Dijk. ‘De publieke sector was ooit opgericht om mensen verder te helpen’, zegt hij. ‘Woningcorporaties om mensen aan betaalbare woningen te helpen, zorgverzekeraars om iedereen toegang te bieden tot gezondheidszorg, sociale diensten om mensen naar werk toe te leiden.’

Medezeggenschap moet van twee kanten komen

‘Nu ziet de burger het echter vaker als vijand dan als bondgenoot. We voelen ons vervreemd van de publieke sector, terwijl die er juist voor ons hoort te zijn. Een probleem dat je alleen kunt oplossen door mensen eigenaarschap te geven. Dáárover ging die motie. Die medezeggenschap is altijd de bedoeling geweest, maar dit is van twee kanten fout gegaan. Van de zijde van de publieke sector zelf door expansie van organisaties en hoge salarissen. En van de zijde van de burger doordat het makkelijker is om naar zorgaanbieders en zorgverzekeraars te wijzen dan om zelf een actieve bijdrage aan oplossingen te bieden. Medezeggenschap moet dus van twee kanten komen.’

De zoekende gemeente

Inmiddels heeft Van Dijk het Kamerlidmaatschap dus ingeruild voor burgemeesterschap in de Achterhoek. Wat trof hij daar aan? ‘Gemeenten zijn erg zoekend om dingen anders te doen, dat geldt ook voor mijn gemeente’, zegt hij. ‘Tegelijkertijd is dit gelukkig geen gemeente die het VNG-beleid klakkeloos vertaalt naar gemeentelijke documenten, maar die innovatief wil zijn en daar partners uit de samenleving bij wil betrekken.’

‘Het is goed om na te denken over de mogelijkheid om af te komen van het huidige, jaarlijkse inkoopcircus voor zorg en welzijn. In dat circus is iedereen bezig met definiëring van inkoopprocessen en -producten. Je hebt er veel meer aan om op basis van meerjarenafspraken ieder jaar verandergesprekken met elkaar te voeren.’

Ketengovernance

Maar ketengovernance gaat over meer dan inkoop alleen. ‘Je moet ook de verbinding leggen tussen welzijn en de curatieve zorg’, zegt Van Dijk. ‘Veel mensen zijn eenzaam en van eenzaamheid word je echt ziek. Maar toch is welzijn belegd bij gemeenten en de curatieve zorg bij de zorgverzekeraars. Wat zie je gebeuren? Dat gemeenten gaan besparen op bewegen voor ouderen en dat de zorgverzekeraars een toename zien in de facturen voor fracturen. Stop liever het geld samen in een pot en deel de benefits. Pak alles wat zich afspeelt in de gemeente samen op – de gevolgen van een lagere sociaaleconomische status, eenzaamheid, overgewicht bij kinderen, zorg voor kwetsbare ouderen.’

Een uur betaalde aandacht lost geen eenzaamheid op

Dit geeft echter nog geen antwoord op de vraag hoe we als samenleving met elkaar omgaan. Eenzaamheid gaan we niet oplossen met een uur betaalde aandacht per week, stelt Van Dijk terecht. ‘We zijn echt geen egocentrisch land, maar toch moet er echt nog wel een tandje bij’, zegt hij. ‘Wat we nu nog zien, is vraagverlegenheid. Er zijn genoeg mensen die vrijwilligerswerk willen doen, maar te weinig mensen die durven zeggen dat ze de inzet van een vrijwilliger heel goed zouden kunnen gebruiken.’

Zoeken naar verbinding

‘Het is dus zaak op een respectvolle manier vraag en aanbod met elkaar te verbinden. Als dat lukt, zul je vanzelf zien dat de grens tussen niets kunnen en iets kunnen vervaagt. Iedereen kan iets, en kan dus ook iets terugdoen voor een ander. Waarom zouden we in dat spel van vraag en aanbod dus niet iets van wederkerigheid introduceren. Niet als voorwaarde om voor hulp in aanmerking te kunnen komen, maar omdat het goed is voor je eigenwaarde om te zien dat je iets voor een ander kunt betekenen.’

Wie de Kamerdebatten volgt, kan de indruk krijgen dat de transitie van taken naar de gemeenten één grote mislukking was, stelt Van Dijk. ‘Nu ik er in mijn rol als burgemeester veel dichterbij sta, zie ik dat er veel meer gebeurt dan Den Haag denkt’, zegt hij. ‘Gemeenten zijn – in wisselende mate, maar toch – wel degelijk bezig met het herverdelen van verantwoordelijkheden en het betrekken van de samenleving.’

‘Natuurlijk snap ik dat mensen desondanks nog zeggen dat ze geen innovatie maar verschraling zien. Daar moeten we ook een antwoord op vinden, maar mensen moeten zich ook realiseren dat sprake is van een cultuuromslag en dat niet alles meer mogelijk is wat ze tot voor kort nog als een vanzelfsprekend recht beschouwden. Het rijk en de gemeenten moeten mensen hierin meenemen.’

Van exclusie naar inclusie

Als dit niet gebeurt, betoogt Van Dijk, kan de inclusieve samenleving die beoogd wordt nooit succesvol tot stand komen. ‘Dit land geeft anderhalf miljard uit aan doelgroepenvervoer’, zegt hij. ‘We hebben overal in het land verpleeg- en verzorgingshuizen neergezet in plaats van goede zorg in de buurt te regelen. We zijn jarenlang veel meer gericht geweest op exclusie dan op inclusie. Als we dit nu willen omkeren, moeten we zorgen voor toegankelijkheid. Mensen met een beperking moeten de bus in kunnen, de ingang van een gebouw mag geen drempel opwerpen. Gemeenten en zorgaanbieders moeten zich hier gezamenlijk sterk voor maken, om te bewerkstelligen dat iedereen daadwerkelijk een onderdeel van de samenleving kan zijn.’

Mede-eigenaarschap

‘Hierover praten we wel, maar tot nu toe doen we veel te weinig. We moeten hier veel meer in sturen. En misschien moeten we ook wel naar een nieuwe vorm van toezicht, een vorm die veel dichter bij de leefwereld van mensen staat. Mede-eigenaar zijn is de overtreffende vorm van toezicht. Dit vraagt dat je dingen sámen organiseert, kleinschalig maakt en dichtbij brengt dus.’

Soms komt dit tot stand als gevolg van een crisissituatie, stelt Van Dijk. Hij verwijst naar het failliet van TSN Thuiszorg. ‘Dit leidde tot oplossingen met lokale verankering en verbinding’, zegt hij.

Bij zorgaanbieders die in de transitie van taken naar de gemeenten wel overeind zijn gebleven zegt hij wisselende reacties te zien. ‘Een deel is meer gaan nadenken over zijn kernopdracht, samen met de gemeenten en de zorgverzekeraars’, zegt hij. ‘Maar er zijn ook aanbieders die op de budgetkrapte reageren door te gaan schrapen. Maar ik denk niet dat ze het met schrapen alleen gaan redden. Ze zullen grotere stappen moeten zetten als ze hun aanbod echt willen afstemmen op de vraag die ze bij de mensen thuis aantreffen.’

Cliënten willen gehoord worden

‘Ik zou het mooi vinden als een zorgaanbieder het aandurft zijn hoofdkantoor te sluiten en de medewerkers te verdelen over de buurtcentra van de gemeenten waarin hij actief is. Zorgaanbieders zijn nu zoveel tijd kwijt met inkoop, toezicht, indicatiestelling en het halen van bezuinigingsdoelstellen. Laat ze liever medewerkers hun vak weer teruggeven. Dat is ook in het voordeel van de cliënten waarvoor je als aanbieder bestaat. Die willen niet voor een intake naar een hoofdkantoor komen waar ze een nummertje moeten trekken, die willen gehoord worden. Richt je organisatie dus daarop in.’

Bekijk dit interview in PDF-vorm

Meer interviews over governance

Lees de andere interviews:

Meer informatie? Neem contact op met:

MoniqueExpert
Monique
Spierenburg
Expert m.spierenburg@vilans.nl 06 29 32 15 42
Profiel
Persvragen? Neem contact op met afdeling communicatie via 06 460 433 51 of pers@vilans.nl