Saskia ter Kuile

Saskia ter Kuile

Rondetafelgesprek - 6 aandachtspunten bij langer thuis wonen

Gisteren deelde Mirella Minkman, Vilans-bestuurder en bijzonder hoogleraar innovatie van organisatie en governance van langdurige integrale zorg aan de Universiteit Tilburg/TIAS, kennis over 'langer thuis wonen van ouderen' tijdens het rondetafelgesprek Wonen en Zorg voor Ouderen in de Tweede Kamer. Zij gaf in een position paper 6 actuele punten aan die van belang zijn voor beleid en uitvoering.

01-10-2019

Wonen voor ouderen is nu en in de toekomst een urgente, maatschappelijk opgave. Wonen, en passend wonen hangt samen met veel andere vragen in het leven, zoals (de behoefte) aan sociale contacten en ondersteuning als mantelzorg, een passende leefomgeving (zowel binnen- als buitenshuis), beschikbaarheid van (diverse vormen van) voorzieningen, de behoefte aan zorg- en ondersteuning, een wens tot (een bepaalde mate van) zelfstandigheid, en verbinding met de medemens in de buurt en in de samenleving. Ouder worden alleen als ‘probleem’ van de woon- en/of zorgsector zien, leidt niet tot goede oplossingen. Het is een integraal vraagstuk, waarbij praktijk- of beleid interventies op al deze deelgebieden van belang zijn.

Dit omdat het vraagstuk van oude(re) burgers meerdere levensgebieden beslaat. Bundeling van krachten is dan ook van belang. Het is noodzakelijk om op elk niveau - burgers, professionals, organisaties voor zorg en welzijn, gemeentelijke en landelijke overheden - prikkels te introduceren om gezamenlijk oplossingen mee te vinden op maatschappelijke vraagstukken. 

Zes punten uit de position paper

1. Ondersteun het actief voorbereiden op ouder worden 
Oud worden en oud zijn hoort bij het leven. De vraag is of er, ook bij ouderen zelf, voldoende aandacht is voor het voorbereiden op situaties die horen bij het ouder worden. Tijdig woningaanpassingen regelen, tijdig nadenken over financiële gevolgen, tijdig ondersteuning zoeken bij een behoefte aan zorg en hulp, of ondersteuning als een mantelzorger plots uit- of wegvalt. Van belang is dat ouderen geprikkeld worden om voorbereiding actief op te pakken, weten waar ze terecht kunnen bij vragen, en er ‘1-loket’-concepten zijn bij gemeenten, of zorgaanbieders, of bij anderen. Het Sociaal en Cultureel Planbureau laat zien dat ouderen vooral behoefte hebben aan concrete adviezen over onder meer de woonsituatie, de mobiliteit en de financiën.

2. Kennis over initiatieven van bewoners en burger noodzakelijk
De behoefte aan passende ondersteuning in de eigen woonomgeving leidt tot de opkomst van initiatieven van burgers en bewoners zelf. Deze variëren in wat ze doen en hoe ze georganiseerd zijn, maar hebben gedeelde waarden zoals wederkerigheid, zorgen voor elkaar en verantwoordelijkheid nemen. Er is een duidelijk landelijke beweging gaande, die grote kansen biedt voor het betrekken van burgers bij het zorgen voor elkaar. Als we deze in maat en getal moeten duiden, is nog niet de juiste informatie voorhanden. Deze initiatieven willen van elkaar leren om hun maatschappelijke meerwaarde naar een volgende fase te tillen. Tegelijkertijd bestaat er bij lokale en landelijke beleidsmakers behoefte aan een beter inzicht in de aard, omvang en meerwaarde van de beweging en hoe deze gefaciliteerd kan worden. Er is hiervoor meer kennis nodig over wat kan, wat werkt, wat het daadwerkelijk oplevert en wanneer ook grenzen zichtbaar zijn. Deze kennis helpt initiatieven en beleidsmakers om toe te werken naar een volwaardige plek voor bewonerscollectieven in het zorgstelsel die past bij de bijdrage die zij leveren aan onze maatschappelijke uitdagingen.

3. Voorkom spoedopnames
Spoedsituaties worden een steeds gebruikelijkere aanleiding voor een verpleeghuisopname. Langdurige overbelasting van mantelzorgers kan bijvoorbeeld een onhoudbare thuissituatie tot gevolg hebben. Dit vergroot de kans dat spoedopname noodzakelijk wordt, waarbij burgers  op de spoedeisende hulp belanden en/of voor langere tijd in het ziekenhuis of via een kortdurend verblijf worden opgenomen. En als terugkeer van burgers naar de ‘oude’ thuissituatie niet haalbaar of wenselijk is, zijn professionals op de spoedeisende hulp en op de huisartsenpost vaak onvoldoende bekend met de beschikbare mogelijkheden voor inzet van extra thuiszorg en/of de verschillende vormen van kortdurend verblijf. Spoedopnames (bijvoorbeeld via een kortdurend verblijf) gaan vaak gepaard met extra verhuizingen, dat enorm belastend kan zijn. Als je moet verhuizen is de keuze vaak beperkter. En de problemen rond de doorstroom tussen de spoedeisende hulp, het eerstelijnsverblijf of de revalidatiezorg en de langdurige verpleeghuiszorg vergroot de zogenaamde ‘verkeerd-bed-problematiek’. Een reeks aan (beleids)initiatieven is gestart om spoed te voorkomen, zoals ‘het Praktijkteam palliatieve zorg VWS’, regionale overleggen/samenwerkingsafspraken en coördinatiepunten. Die samenwerking vormgeven is echter complexer dan gedacht, het versterken van de aandacht voor effectieve modellen voor het voorkomen van spoed is van belang.

4.Tijdelijk ontlasten of samen (blijven) leven
Een groot deel van de ouderen woont alleen, maar voor zowel voor alleen- als samenwonende mensen is de rol van mantelzorgers en directe naasten van belang om zelfstandig te kunnen blijven wonen. De druk op mantelzorgers en vrijwilligers is echter groot. De motivatie en het commitment om voor een dierbare te zorgen is hoog, maar de balans tussen draagkracht en draaglast is vaak kwetsbaar. De mogelijkheid om, vaak tijdelijk, de zorg of support voor een dierbare even over te dragen is wezenlijk en zou beschikbaar moeten zijn in alle woonplaatsen. Diverse opties van respijtzorg, logeerhotels, buddy support en vele vormen zijn ontwikkeld en kunnen als voorbeeld dienen op plaatsen waar dit nog in mindere mate voorhanden is. Woonvormen waarbij partners of mantelzorgers met een verschillende zorgbehoefte toch (dicht) bij elkaar kunnen wonen (bijvoorbeeld bij een partner met dementie) kunnen bijdragen. Dit kunnen ook woonvormen zijn waarin verschillende groepen (bijvoorbeeld jong en oud) samenleven en voor elkaar ondersteunend zijn. De behoefte aan meer en diverse vormen van ‘samen zelfstandig collectief wonen’ is toenemend hoorbaar. 

5. Inzicht in capaciteit zorg en ondersteuning noodzakelijk
Voor een soepele overgang van thuis naar het verpleeghuis is het van belang dat zowel cliënten als verwijzers op de hoogte zijn van het regionale zorgaanbod. Welke verpleeghuiscapaciteit is er beschikbaar, zowel in getal (hoeveelheid beschikbare plekken) als de aard van zorg (bijvoorbeeld de mate van complexiteit) die geboden kan worden. Uit verschillende bronnen blijkt dat partijen vaak niet weten welke zorgaanbieders er aanwezig zijn in de regio. Als zij dit wel weten is er vaak beperkt zicht op welke typen zorg er worden geleverd, wat de kwaliteit en capaciteit is en hoe de zorg aansluit op de behoeftes en wensen van de cliënt. Deze onduidelijkheid vindt zijn oorzaak mede in het niet up-to-date zijn van informatiesystemen en het ontbreken van coördinatie. Zorgorganisaties blijken soms ook (te) weinig zicht te hebben op de eigen capaciteit om zorg te kunnen leveren, waarbij locaties of afdelingen niet altijd heldere in- en exclusiecriteria hebben voor mogelijke opnames. Daarnaast hebben zorgorganisaties soms lege bedden, maar toch wachtlijsten. Dit komt doordat vanuit de verschillende bekostigingsstromen verschillende bedden worden ingekocht. Deze bedden mogen vervolgens niet voor andere zorgvormen worden ingezet. Het merendeel van de regionale coördinatiepunten ELV richt zich inmiddels op meer dan alleen ELV om inzicht in capaciteit te bieden. Zorgkantoren richten zich toenemend op goede communicatie met burgers op wachtlijsten voor verpleeghuizen om te inventariseren of meer zorg nodig is (spoed voorkomen). In het algemeen is zicht op capaciteit van belang om de beschikbare capaciteit en expertise zo goed mogelijk te benutten, en deze flexibel in te zetten op basis van de behoefte van ouderen. 

6. Samenwerken als vak voor bestuurder en professional
Werken aan de woonopgave is een maatschappelijke opgave die verbinding vraagt tussen vele levensdomeinen. Dat vraagt een integrale blik en een gerichtheid op samenwerking waarbij het maatschappelijk belang boven het organisatiebelang uit rijst. Het vormgeven van deze samenwerking en het doorkruisen van domeinen vraagt vaardigheden die niet vanzelfsprekend aanwezig zijn, of die in opleidingen nadrukkelijk aandacht krijgen. Zowel van professionals, managers als bestuurders en toezichthouders vraagt dit vaardigheden die gericht zijn op het smeden van allianties, het omgaan met diverse belangen, het experimenteren met nieuwe vormen van samenwerken en organiseren en interdisciplinair leren. Gerichte kennis en leervormen die gericht zijn op deze vaardigheden en bijbehorende competenties is van belang om hedendaagse complexe vraagstukken die vaak oplossingen van meerdere partijen vragen dwars door domeinen heen, beter het hoofd te bieden.

Bekijk ook

Meer informatie? Neem contact op met:

MirellaLid raad van bestuur
Mirella
Minkman
Lid raad van bestuur m.minkman@vilans.nl 030 7892300
Profiel
Persvragen? Neem contact op met afdeling communicatie via 06 460 433 51 of pers@vilans.nl