Marit van der Meulen

Marit van der Meulen

Tekort aan artsen voor verstandelijk gehandicapten: wat moet beter?

Er bestaat krapte in het aanbod van artsen voor verstandelijk gehandicapten (AVG's). Voor zorgorganisaties wordt het daardoor steeds lastiger om medische zorg te borgen. Wat kan er beter in de toekomst? Twee beleidsadviseurs van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) gingen daarover in gesprek met zorgorganisatie Buro Lima.

11-02-2021

Bron foto: Verleg Fotografie René‘We weten dat er in Nederland zo’n 220 (200 fte) AVG’s zijn', vertelt Jacco van Nieuwkoop, beleidsadviseur langdurige zorg bij VWS. ‘Dat staat niet in verhouding tot de zorgvraag. Wat deze artsen precies doen, is niet zichtbaar, omdat instellingen een totaalbudget krijgen voor het inkopen van medische zorg en behandeling. Daarmee kunnen ze AVG’s op verschillende manieren inzetten. De ene organisatie heeft twee AVG’s in de behandeldienst, de andere tien. Dat maakt het lastig om organisaties te vergelijken en aan te geven wat de omvang van het tekort is. Er is dus een slag te maken in transparantie. Niet alleen om de pijn in schaarste te verdelen, maar ook om AVG’s efficiënt in te zetten.’

Bron foto: René Verleg Fotografie

Leer mee over efficiënte inzet van AVG’s

In opdracht van het ministerie van VWS verzamelden we goede voorbeelden hoe je de samenwerking en organisatie van artsenzorg zo goed mogelijk kunt inrichten. Ondanks de tekorten. Dit kan bijvoorbeeld door meer regionale samenwerking of AVG’s te ontlasten door de inzet van verpleegkundig specialisten (VS’en).

Wat als je gebruikmaakt van externe behandelaren?

Gelukkig lukte het Buro Lima wel om een AVG te contracteren. Maar het regelen van goede samenwerkingsafspraken tussen de huisarts, AVG en de behandelcoördinator bleek lastig. Buro Lima is een kleinschalige zorgorganisatie en biedt verblijf inclusief behandeling aan jeugdigen met een verstandelijke beperking. De organisatie heeft ervoor gekozen om de meeste behandelaren extern te contracteren. Alleen de behandelcoördinator is in dienst bij de organisatie. 

Op afstand verantwoordelijk zijn

‘Met name afspraken over taken en verantwoordelijkheden blijkt een ingewikkelde zoektocht’, vertelt bestuurder Lianne van Genugten. ‘We hebben afgesproken dat de AVG jaarlijks op consult komt en we dag en nacht een AVG telefonisch kunnen raadplegen. De vraag is hoe de inzet van de AVG te regelen zodat zij én de juiste, optimale verantwoordelijkheid kan dragen terwijl ze op afstand is. Denk hierbij aan de hygiënekwaliteit.’

Samenwerking blijft gepuzzel

‘Als behandelcoördinator ben ik intern verantwoordelijk voor wie de juiste zorg verleent’, vult Marleen Maas aan. ‘We zouden ook graag meer duidelijkheid willen over de samenwerking in de driehoek: huisarts, AVG en de behandelcoördinator. Voor ons is dat nu nog te veel een gepuzzel. Voor de samenwerking tussen huisarts en de AVG bestaat er wel al een leidraad met een modelovereenkomst voor huisartsen en AVG's. Deze is beschikbaar gesteld door de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV). Maar voor de samenwerking in de driehoek ontbreekt zoiets nog.’ 

Vertrouwen belangrijk bij externe behandelaren

Genugten: ‘Als organisatie gaan wij dan ook samen met Novicare een pilot uitvoeren. Novicare biedt bij organisaties specialistische medische behandeling, aanvullend op de basis medische zorg. We gaan onderzoeken hoe we de communicatie tussen de AVG, huisarts en ons als organisatie kunnen bevorderen. Wat in ieder geval belangrijk is, is om te zorgen voor een goed contact tussen bijvoorbeeld de huisarts en de AVG. Onderling vertrouwen blijft toch vaak de basis van goede samenwerking. Daar moet je dan als organisatie meer moeite voor doen als het om externe behandelaren gaat.’

Samenwerking op regionaal niveau

De overheid is van mening dat de samenwerking tussen betrokken partijen versterkt moet worden om 24-uurs beschikbaarheid van medisch-generalistische zorg toekomstbestendig te organiseren. Zo stuurde minister Van Ark op 13 januari nog een Kamerbrief over dit onderwerp. ‘De minister heeft hierin aangegeven dat het goed zou zijn om de samenwerking op regionaal niveau te organiseren,’ vertelt Karlijn Hendriks, beleidsadviseur langdurige zorg bij VWS. ‘Door de arbeidsmarktproblematiek lukt het namelijk niet alle zorgaanbieders om de medische zorg voor patiënten met een complexe zorgvraag goed te organiseren. En dat terwijl deze zorgvraag nog verder toeneemt.'

De minister geeft aan dat het goed zou zijn om de samenwerking regionaal te organiseren.

'Er is steeds meer kleinschalige zorg, en steeds meer cliënten wonen thuis. Dat betekent dat je minder artsen, over meer plekken én meer patiënten moet verdelen. Daarom moet die samenwerking versterkt worden. Het zorgstelsel richt zich nu nog te veel op het organiseren van deze zorg voor de eigen instelling. Dat staat regionale samenwerking in de weg.’

Meer weten over de Kamerbrief?

Op 13 januari 2021 stuurde minister van Ark een Kamerbrief, waarin ze reageerde op het onderzoeksrapport van de Nederlandse Zorgautoriteit (Nza). Dit rapport gaat in op de toegankelijkheid, beschikbaarheid en organiseerbaarheid van de medisch-generalistische zorg. 

‘Organisaties hebben nu enorm zware verantwoordelijkheid’

‘We willen er met alle partijen naar streven dat er 24/7 medische zorg beschikbaar is voor alle patiënten met een complexe zorgvraag’, benadrukt Van Nieuwkoop. ‘Het feit dat er nu twee modellen van bekostiging mogelijk zijn, via de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz), zorgt voor complexiteit en een onduidelijke verantwoordelijkheidsverdeling. De schaarste in medische zorg vraagt om een doorbraak. Nu moeten organisaties zelf die 24-uurs medische zorg regelen. Dit is een enorm zware verantwoordelijkheid en lukt de één beter dan de ander, gezien de arbeidsmarktproblematiek. Het zou beter zijn als in de toekomst het zorgkantoor of de zorgverzekeraar regionaal verantwoordelijkheid draagt voor de medische beschikbaarheid.’

‘Meer duidelijke samenwerkingsafspraken nodig’

Hendriks: Het zou voor veel minder complexiteit zorgen wanneer medisch-generalistische zorg helemaal onder de Wlz of de Zvw zou vallen. Dat er één partij is, de zorgverzekeraar of het zorgkantoor, die de zorgplicht draagt voor de zorg van de huisarts en AVG. Bovendien moeten er ook duidelijke afspraken komen over de manier waarop de samenwerking tussen artsen kan worden gefaciliteerd. Het convenant van samenwerkingsafspraken in de gehandicaptenzorg is hierin een mooie stap.’

Betere digitale gegevensuitwisseling

Maar ook organisaties zelf kunnen stappen zetten. Hendriks: ‘Zo is het belangrijk dat organisaties nagaan of er voldoende medisch bewustzijn is. Vroeger had de medische zorg een groter aandeel in de gehandicaptenzorg. Nu is het gedragskundige meer op de voorgrond. Ook zeker erg belangrijk, maar het is goed om dat weer op gelijke voet te brengen. Een heel ander punt is bijvoorbeeld de digitale gegevensuitwisseling. Wanneer je als AVG voor meerdere organisaties werkt, is het natuurlijk irritant als je steeds weer in een ander systeem moeten inloggen.’

Uitbreiding opleidingsplaatsen nodig

Hendriks: ‘Verder is het belangrijk zichtbaarder te krijgen wat de AVG precies doet. Artsen zelf spreken met zoveel passie over hun werk, maar het beroep heeft vaak nog niet dat imago. Daarnaast kunnen we de opleidingsplaatsen uitbreiden. Nu is de enige opleidingsmogelijkheid in Rotterdam. Dat kan met de aanvang van fysieke lessen straks een drempel vormen voor studenten die uit alle hoeken van het land moeten komen. De beroepsvereniging is hier met andere betrokken partijen hard mee aan de slag.’

Over Volwaardig leven 

Buro Lima neemt deel aan een focusgroep van Volwaardig leven die uit kleine organisaties bestaat. Gezamenlijk brengen zij vraagstukken in waar specifiek kleine organisaties mee te maken hebben. Om tot goede samenwerkingsafspraken te komen met externe behandelaren is daar één van. Met het programma Volwaardig leven wil het ministerie de gehandicaptenzorg en complexe zorg meer passend maken en beter voorbereiden op de toekomst. Vilans geeft uitvoering aan Volwaardig leven in de deelprogramma’s Begeleiding à la carte en de Innovatie-impuls.

Meer informatie? Neem contact op met:

PetraSenior adviseur
Petra
van Alphen
Senior adviseur p.vanalphen@vilans.nl
Profiel
Persvragen? Neem contact op met afdeling communicatie via 06 460 433 51 of pers@vilans.nl