Nick Zonneveld

Nick Zonneveld

Wat werkt bij het verbeteren van integrale zorg voor ouderen?

Hoe kan integrale zorg in Europa worden verbeterd? Met deze vraag houdt het Europese project SUSTAIN zich bezig. In dit project analyseren onderzoekers, beleidsadviseurs en andere partners uit 8 Europese landen initiatieven op het gebied van integrale zorg voor thuiswonende ouderen. En dat levert waardevolle inzichten op!

28-01-2019

SUSTAIN is een onderzoeksproject dat 14 bestaande Europese initiatieven in kaart brengt. Onze rol hierin is om te onderzoeken en kennis te verspreiden. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en VU medisch centrum (VUmc) zijn initiatiefnemers en vervullen een coördinerende rol.

Gemeenschappelijke knelpunten

‘SUSTAIN is bedoeld om te kijken naar bestaande initiatieven, hoe die verbeterd kunnen worden en hoe we deze kennis vervolgens kunnen verspreiden,’ vertelt SUSTAIN-coördinator Caroline Baan van het RIVM. ‘Wij hebben de criteria opgesteld waar de initiatieven aan moesten voldoen. Zo moesten ze bijvoorbeeld gericht zijn op thuiswonende ouderen met een complexe zorgvraag en moest de wil er zijn om de huidige manier van werken te veranderen. Verbeterpunten zijn in kaart gebracht met managers, zorg- en welzijnsprofesionals, gemeenten en vertegenwoordigers van ouderen en mantelzorgers. Hierbij spelen een aantal gemeenschappelijke vragen, namelijk: “Hoe kunnen we…”

  1. Welzijnsprofessionals en zorgprofessionals beter met elkaar laten samenwerken?
  2. Onderling beter informatie delen?
  3. Meer persoonsgericht werken?
  4. Ouderen meer betrekken bij de zorg?’

Uniforme onderzoekswijze

‘Bij alle initiatieven zijn verbeterprojecten geïmplementeerd waarin aandacht werd besteed aan lokale knelpunten,’ vertelt SUSTAIN-projectmanager Simone de Bruin van het RIVM. ‘Als onderzoekers hebben we het implementatieproces geëvalueerd. Het onderzoek is uitgevoerd door interviews met ouderen, mantelzorgers, managers en professionals te houden. Dit aan de hand van thema’s die belangrijk zijn voor de Europese Unie. Namelijk: hoe wordt aandacht besteed aan persoonsgericht werken, veiligheid, efficiency en preventie? Maar ook: wat ging wel en wat ging niet goed binnen het verbeterproject?’

Andere opvattingen over persoonsgerichte zorg

De Bruin: ‘Opvallend zijn de overeenkomsten in de uitkomsten. Zo zien we bijvoorbeeld dat professionals en managers vaak tevreden zijn over de geleverde persoonsgerichte zorg. Ouderen en mantelzorgers hebben vaak andere opvattingen dan zorgprofessionals over wat persoonsgerichte zorg is. Zo vond een deel van de ouderen bijvoorbeeld dat er onvoldoende naar hun behoeften werd gekeken. Ook wisten zij niet dat zij een zorgplan hadden, wat zij ermee konden en hoe zij konden meebeslissen over de zorg. Verder zien we vergelijkbare factoren die heel bepalend zijn of zo’n verbetertraject wel of niet werkt. Zo is leiderschap belangrijk, moet je elkaars taal spreken en is het belangrijk dat professionals gefaciliteerd worden in het delen van informatie.’

Een deel van de ouderen vond dat er onvoldoende naar hun behoeften werd gekeken.

Twee type verbetertrajecten

Baan: ‘We zijn twee verschillende verbetertrajecten tegen gekomen. Het ene type is vooral gericht op dat betrokken zorg- en welzijnsprofessionals van verschillende organisaties elkaar beter leren kennen, en daardoor beter met elkaar samenwerken en communiceren. Dit hebben we vooral gezien bij initiatieven die nog niet zo lang bestaan. Bij initiatieven waar al langer werd samengewerkt, richtten zorg- en welzijnsprofessionals, vrijwilligers en gemeenten zich de op het verbeteren van het inhoudelijke zorgproces.’

Geleerde lessen West-Friesland

Het RIVM en VUmc waren zelf ook betrokken bij het initiatief in West-Friesland. Baan: ‘Dit was vooral een eerste type verbetertraject. Daarom waren de verbeteringen vooral gericht op het stimuleren van vertrouwen tussen professionals en elkaar beter leren kennen. Dit gebeurde door op elkaars werkplek te kijken en gezamenlijke intervisiebijeenkomsten bij te wonen. Het is goed om te weten dat dergelijke trajecten veel tijd kosten. Ook is het belangrijk dat er een kartrekker is en dat de lagen in een organisatie goed met elkaar samenwerken. Een uitdaging is om de ingezette verbeteringen te borgen, ook omdat er in de regio allerlei andere ontwikkelingen zijn die om aandacht vragen.’

Roadmap vol tools en informatie

Begin dit jaar jaar zal het SUSTAIN-consortium een roadmap opleveren waarvan wij de vormgeving uitvoeren. Dit is een praktische vertaling van alle onderzoeksbevindingen. De Bruin: ‘De roadmap staat vol beschikbare tools en informatie. Als managers en professionals een integraal-zorg-traject willen starten of verbeteren, dan vinden ze in de roadmap verschillende stappen die ze kunnen doorlopen en met welke factoren zij rekening moeten houden. Ook delen wij de lessen die we geleerd hebben binnen SUSTAIN!’

Naast prof. dr. Caroline Baan en dr. Ir. Simone de Bruin, is ook prof. Dr. Giel Nijpels van het VUmc bij SUSTAIN betrokken. SUSTAIN wordt gefinancierd door Horizon 2020 – het Programma voor Onderzoek en Innovatie (2014-2020).

Lees meer over SUSTAIN

Meer informatie? Neem contact op met:

NickSenior onderzoeker
Nick
Zonneveld
Senior onderzoeker n.zonneveld@vilans.nl 06 15 14 90 45
Profiel
Persvragen? Neem contact op met afdeling communicatie via 06 460 433 51 of pers@vilans.nl