Wouter van den Elsen

Wouter van den Elsen

Zorg in de laatste levensfase gaat over meer dan sterven

Longarts Sander de Hosson sprak als keynote-spreker op het congres Thuis in het Verpleeghuis 2019 over het leveren van palliatieve zorg. ‘Men spreekt wel eens over euthanasie alsof de arts dat wel even regelt. Maar het is absoluut loodzwaar om te doen.’

12-08-2019

De Hosson is voorvechter van palliatieve zorg en spreekt en schrijft veel over het belang van deze zorg, zo ook op 1 juli in RAI Amsterdam bij Thuis in het Verpleeghuis 2019. Hij begint zijn speech met een column over euthanasie en hoe hij als voorstander van euthanasie iedere keer weer een slechte nacht heeft als hij weet dat hij de dag erop iemand de verlossende injectie gaat geven. ‘Het blijft voor mij en voor andere behandelaren iedere keer opnieuw een heftige ervaring. Nooit zal euthanasie als een formaliteit aanvoelen. En het is elke keer weer ook een leerzame ervaring, omdat ik weet dat iedere patiënt op zijn en haar manier een hoogstpersoonlijke manier van voorbereiden heeft op het laatste moment. Zoals die keer dat een meneer een zeer goede fles wijn onder z’n bed vandaan haalde. We hebben voorafgaand aan de injectie getoost op de dood. Maar eigenlijk was het toosten op het leven.’

Laatste fase

ApaIn zijn toespraak gaat De Hosson diep in op de verschillende aspecten van palliatieve zorg. Bijvoorbeeld dat de aanloop naar de stervensfase verschilt per ziektebeeld, maar dat de verschillen allemaal wegvallen als het stervensproces begint. ‘Dit fenomeen wordt ook wel de final common pathway genoemd. Men stopt met eten en valt veel af, het hart krijgt een verminderde pompfunctie, er gaat minder zuurstof naar de hersenen dus functies vallen uit. Als je dit weet, dan weet je bijvoorbeeld ook dat sondevoeding geven in de laatste fase contraproductief is.’

Afbeelding: APA Foto

Begeleiding

Volgens De Hosson ligt bij palliatieve zorg de focus nog te vaak op de medische aspecten en te weinig bij de psychische dimensie. ‘Op mijn spreekuur heb ik veel te weinig tijd voor wat de palliatieve situatie van iemand betekent voor de mensen in zijn of haar omgeving. Partners worden minimaal begeleid.’ Dat gebrek aan tijd voor palliatieve zorg, is al zichtbaar in de opleiding. ‘Tijdens mijn 6 jaar durende opleiding tot basisarts was één week gereserveerd voor palliatieve zorg. Na de basisopleiding deed ik een eveneens 6 jaar durende specialisatie tot longarts. In deze 6 jaar ruimden docenten in totaal anderhalf uur in voor palliatieve zorg. Opmerkelijk als je je bedenkt dat ik nu als longarts de helft van mijn tijd aan palliatieve zorg besteed.’

Meer informatie? Neem contact op met:

WouterSenior communicatieadviseur
Wouter
van den Elsen
Senior communicatieadviseur w.vandenelsen@vilans.nl 0646043351
Profiel
Persvragen? Neem contact op met afdeling communicatie via 06 460 433 51 of pers@vilans.nl