Zorgbestuurders hebben technologie meer in het vizier

Technologie staat al jaren hoog op de agenda bij bestuurders van zorgorganisaties. Door de coronacrisis komt nu nog nadrukkelijker de vraag op tafel hoe ze moeten innoveren en hoe ze nieuwe technologie inpassen in hun strategie. Mirella Minkman, Jan van Hoek en Rob Hoogma over de kansen en de uitdagingen.

15-02-2021

De groep organisaties die geïnteresseerd is in innovatie en technologie is de afgelopen jaren groter geworden. Bij de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland (VGN) is het vernieuwen van de zorgverlening een belangrijk aandachtsgebied. Digitalisering en de inzet van slimme apparaten bieden oplossingen die voorheen niet voor mogelijk werden gehouden. ‘Vernieuwing van de zorg is voor mij het uitgangspunt. Technologie moet absoluut onderdeel zijn van je strategie maar het is één van de middelen,’ aldus Jan van Hoek, bestuursvoorzitter van Ipse de Bruggen, de grootste aanbieder van gehandicaptenzorg in Zuid-Holland met ruim 5600 cliënten.

Binnen de organisatie zijn mensen vrijgemaakt voor kennisontwikkeling en het organiseren van innovatieve projecten. ‘Mijn visie is dat een organisatie een deel van de tijd bezig moet zijn met innovatie en kennisontwikkeling. De opdracht voor de bestuurder is om ervoor te zorgen dat een organisatie daarvoor open staat. Je moet een kennisagenda hebben. Je moet aansluiting zoeken bij kennisnetwerken, samenwerken en leren van andere zorgorganisaties en onderzoeksinstituten zodat innovaties landelijk kunnen worden verspreid.’

Vernieuwing op maat

Van Hoek geeft aan dat elk type zorgvraag tot een vernieuwing in de zorg kan leiden. ‘Voor alle vormen van zorg moet je onderzoeken wat beter kan. En je moet goed naar de doelgroep kijken. Mensen met een lichamelijke beperking hebben bijvoorbeeld eerder baat bij domotica dan mensen met een verstandelijke beperking en een laag intelligentieniveau.’ Ter illustratie wijst hij op de doelgroep van mensen die sterk gedragsgestoord zijn en een licht verstandelijke beperking hebben, in de sector bekend als SGLVG’ers. ‘Binnen het VWS-programma Volwaardig leven is een app getest die meet wanneer de spanning oploopt bij mensen met dergelijke beperkingen. Daarnaast kunnen ze via de app spanning reguleren. We onderzoeken nu ook of vergelijkbare stressmeting via wearables ingezet kan worden bij de medewerkers. Wat cliënten helpt, kan de medewerkers wellicht ook ondersteunen.’ Een andere innovatie is gebruikmaken van de kennis die aanwezig is over ‘healing environment’. Ipse de Bruggen heeft voor een cliënt met een zware gedragsstoornis een leefomgeving gecreëerd die aansluit bij zijn levensverhaal. In dit geval een kamer die doet denken aan de boerderij waar hij is opgegroeid. De aanpassingen hebben geleid tot veel meer rust bij de cliënt en daardoor tot meer levensgeluk en perspectief. ‘We gaan nu de kamers van twaalf andere cliënten aanpassen aan hun levensverhaal in combinatie met wetenschappelijk onderzoek.’

Technologie als vanzelfsprekendheid

De organisatie uit Zuid-Holland neemt deel aan verschillende programma’s en werkplaatsen. De scope is breed. Zo participeert de organisatie sinds jaren in het Goud-netwerk. Goud staat voor Gezond Ouder met een verstandelijke beperking. Onderzoekers van universiteiten en medewerkers van zorgorganisaties proberen nieuwe toepassingen te ontwikkelen voor behandeling en ondersteuning. Een van de initiatieven is bijvoorbeeld geweest om mensen met een beperking meer te laten bewegen. Een recenter programma is de Innovatie-impuls. Academy Het Dorp en Vilans zijn twee jaar geleden begonnen met het ontwerp en de uitvoering van dit VWS-programma. De doelstelling is om organisaties in de gehandicaptensector op weg te helpen naar een methodiek waarbij het gebruik van technologie vanzelfsprekend wordt. Dat begint bij weten wat de behoefte is van cliënten en bij het in kaart brengen van de voorwaarden in een organisatie zoals de aanwezigheid van een digitale infrastructuur en digitale vaardigheden van medewerkers. Pas daarna komt de technologie aan bod. De zorgorganisaties onderzoeken aan de hand van zeven thema’s welke technologie beschikbaar is die mensen met een beperking kan ondersteunen. Ipse de Bruggen neemt deel aan het thema ‘Beter begrepen worden’.

Voor de deelnemers aan de Innovatie-impuls moet het straks gemakkelijker zijn om technologische innovaties te borgen in de organisatie. Tot dusver sneuvelen veel projecten na een pilotfase waarin veel mensen enthousiast zijn maar vervolgens binnen een organisatie te weinig draagvlak aanwezig is om projecten voort te zetten en in te bedden.    

Dat innovatieprojecten rond technologie vaak stranden of moeilijk zijn op te schalen, ligt niet alleen aan de zorgorganisaties. Eind vorig jaar heeft de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving (RVS) een advies uitgebracht over digitale zorg na de coronacrisis. De Raad komt tot vier adviezen voor de beleidsmakers. Een ervan is dat er duurzame bekostiging moet komen voor digitale zorg. Daarnaast wordt gepleit voor een omslag naar het stimuleren van een lerende praktijk waarin digitale zorg gericht kan worden ontwikkeld. Dat kan door deze in de vorm van ‘living labs’ tijdelijk toe te laten in combinatie met gericht onderzoek. Ook zou steeds actief moeten worden geëvalueerd of de technologie doet wat hij moet doen en of verbeteringen mogelijk zijn. Deze adviezen sluiten naadloos aan bij de uitgangspunten van de Innovatie-impuls. Uitproberen, implementeren, onderzoeken en kennisdeling staan centraal.            

Andere organisatie nodig

Mirella Minkman, bestuursvoorzitter van Vilans, verwacht dat technologie de komende jaren op een natuurlijke manier steeds vaker zal worden ingezet. ‘Het is onderdeel van het dagelijks leven en dat betekent automatisch dat er meer technologie gebruikt zal worden in de zorgprocessen.’ Ook Van Hoek ziet dat technologie vanzelfsprekender wordt. ‘We vinden het gewoner. Bijvoorbeeld een mobiele telefoon is een draagbare computer geworden. Dat is geen nieuwe technologie meer. Zo zal het ook met andere toepassingen gaan.’

Volgens Minkman is de rol van bestuurders om de uitgangspunten en uitdagingen van de inzet van technologie voor ogen te hebben en te ‘doorleven.’ ‘Technologie wordt meer onderdeel van het primaire proces. Dat betekent ook wat voor je organisatie. HRM en IT-afdelingen moeten om de tafel gaan zitten en zich afvragen welke mensen geworven moeten worden of wat in leerprogramma’s past. En het is nodig om anders te kijken naar je staf en hoe je kunt aansluiten bij netwerken die kennis delen en ontwikkelen. Misschien leidt het wel tot hybride stafafdelingen waarbij de basiskennis in huis is en een deel van de kennis afkomstig is uit netwerken. De ontwikkelingen gaan zo snel, alle kennis in huis hebben is ondoenlijk.’

‘Dat kan veel beter'

‘Als technologie nu geen onderdeel is van je ondernemingsstrategie vraag ik me af in hoeverre de organisatie is geïnvolveerd met de samenleving. Zeker nu we met COVID-19 te maken hebben gehad,’ aldus Rob Hoogma met een kritische kanttekening. Hij kijkt terug als voormalig bestuursvoorzitter van gehandicaptenorganisatie Siza in Arnhem en voormalig bestuursvoorzitter van zusterorganisatie Academy Het Dorp. Uit de evaluatie van het eerste jaar van de Innovatie-impuls blijkt dat er grote verschillen zijn tussen zorgorganisaties. De ene organisatie heeft een visie ontwikkeld en kan bogen op jaren ervaring met projecten.'

'Andere organisaties hebben de digitale infrastructuur van de locaties niet op orde. Basiszaken als wifi en ‘in the Cloud’ werken, zijn niet geregeld zodat de digitale vooruitgang wordt geremd. Op bestuursniveau speelt verder dat technologie niet altijd is belegd binnen de raad van bestuur of binnen een raad van toezicht. ‘Dat kan veel beter. Vooral in een raad van toezicht is vaak te weinig kennis van technologische onderwerpen aanwezig,‘ signaleert Hoogma. ‘Als bestuurder moet je weten wat de effecten van ICT zijn op de zorg en op de bedrijfsvoering,’ aldus Hoogma. Hij heeft daar een duidelijke mening over. ‘Uitgangspunt moet sowieso zijn dat technologie het leven van mensen met een beperking prettiger kan maken. Maar de invloed van ICT kan veel verder gaan. Andere vormen van zorg kunnen mogelijk worden, bestaande zorgmodellen en ook vastgoed kunnen overbodig raken.’

Vergaande consequenties

Zowel Minkman als Hoogma benadrukken dat technologie iets verandert aan de relatie tussen cliënt en zorgprofessional. En dat heeft vergaande consequenties. De cliënt die kan omgaan met apps op zijn telefoon kan instrumenten in handen krijgen om relaties met anderen te onderhouden en spanning te reguleren, eerder mee te doen met een activiteit als koken of hij/zij kan vaker zelfstandig boodschappen doen. Dat leidt tot minder afhankelijkheid. Technologie kan ook voorkomen dat iemand met een beperking wordt opgenomen in een instituut. Verder kan het voor ontlasting van de familie zorgen.

‘Het gesprek tussen cliënt en professional over de zorgvragen van de cliënt wordt wezenlijk anders,’ constateert Minkman. ‘De professional is vanuit zijn/haar vak gewend om te weten wat de ander die hulp vraagt nodig heeft of wat hij of zij te bieden heeft. Nu moet je vragen: waar heb je echt behoefte aan? Dat is een elementaire verandering. Het is voor een professional, zeker in de gehandicaptensector lastig om zo’n andere attitude aan te nemen. Je moet niet meer denken vanuit het aanbod,’ aldus Minkman.

‘Een bestuurder moet zich afvragen wat voor visie hij of zij heeft op de dienstverlening van de organisatie,’ zegt Hoogma. ‘Als je het logisch vindt dat anderen afhankelijk van je zijn, werkt technologie heel anders dan wanneer je uitgaat van de gedachte dat niemand het prettig vindt om afhankelijk te zijn van anderen. Je moet dan ook beseffen dat technologie wat verandert in het werkproces. Je doorbreekt het ritme van de hulpverlener. En die kan het functionele contact als minder ervaren terwijl er wel ander contact voor in de plaats kan komen.’

Persoonsgerichte zorg

‘In dialoog gaan met de cliënt is de essentie,’ vindt Hoogma. ‘Professionals moeten oprecht geïnteresseerd zijn. Als bestuurder moet je de dialoog met de cliënt faciliteren. Het is heel moeilijk om te luisteren zonder je eigen oordeel klaar te hebben. Daar komt bij dat het echte contact maken in veel opleidingen afgeraden wordt, want je hoort professionele distantie te houden. Maar zonder contact kun je je vak niet goed uitoefenen. Je moet echt uitzoeken wat iemand wil. Je moet contact maken. Het is niet erg als je iets niet weet, je verbreedt je scope.‘

‘Ik merk steeds meer dat het doorvragen bij een cliënt belangrijk is om te achterhalen wat hij of zij werkelijk wil. Dat is niet eenvoudig en het vraagt veel training. Dat het zo moeilijk is, is ook een van de redenen waarom technologie niet wordt toegepast. Begeleiders en cliënten zijn vaak bang dat het gebruik van technologie ten koste gaat van ‘warme handjes’. Een andere veel voorkomende reden dat technologie niet wordt toegepast, is dat deze niet gebruiksvriendelijk is voor mensen met een beperking. Leveranciers brengen producten op de markt die niet goed zijn afgestemd op mensen met een beperking. 

Grootschalig investeren lastig

De Raad voor Volksgezondheid en Samenleving heeft zoals eerder aangegeven een lans gebroken voor een structurele financiering van digitale zorg. Van Hoek herkent de problemen. ‘Het is lastig om vooraf grote investeringen te doen in technologie,’ zegt Van Hoek. Hij wijst op de context. Het verdrag van Parijs heeft geleid tot een gigantische opgave om gebouwen klimaatneutraal te maken. Er gelden allerlei eisen voor het tempo waarin de investeringen moeten plaatsvinden. ‘De ‘green deal’ is noodzakelijk maar alleen al bij ons gaat het om 30 miljoen euro aan investeringen vanuit je gewone bedrijfsvoering. Die middelen kun je niet in zorg of in technologie steken,’ aldus Van Hoek.

‘Technologie zit niet in de kostprijs. Investeren in vastgoed is eenvoudiger dan investeren in technologie vanwege de afschrijvingstermijnen en het businessmodel,’ zegt Hoogma. ‘Toch kun je als bestuurder wel financiële ruimte vinden. Belangrijk is dat de vertrekpunten duidelijk zijn. Je kunt vanuit visie sturen op bijvoorbeeld de reductie van de inhuur van oproepkrachten door toepassing van technologie. Daarmee verdien je in een later stadium de investeringen terug. Dit vraagt wel om een implementatieplan en ander gedrag van medewerkers. En ook dat laatste moet worden begeleid.’ 

Siza heeft veel ervaring opgedaan met het gebruik van domotica en de mogelijkheden om investeringen in technologie en vastgoed te combineren. ‘Je kunt bijvoorbeeld investeren in valdetectie. Of je gebruikt kunstmatige intelligentie om inzicht te krijgen in leefpatronen zodat medewerkers hun cliënten gerichter kunnen ondersteunen. Technologische toepassingen maken een compleet andere lay-out van gebouwen mogelijk. Het gaat er wel om dat je een goede businesscase hebt want de afschrijvingstermijnen van vastgoed en technologie verschillen nogal.’

Toekomst

Technologie wordt vaak aangehaald als instrument om problemen op de arbeidsmarkt aan te pakken. Minkman gaat ervan uit dat de veranderingen tijd vergen. ‘Dit is een digitale transformatie van de sector. Daarbij gaat het ook om gedragsverandering, competenties, kennis en kunde. ‘ Hoogma is wat optimistischer. ‘COVID-19 heeft voor een versnelling gezorgd.’ Hij verwacht dat de personeelstekorten in de zorg tot extra investeringen in technologie zullen leiden. ‘Er zijn te weinig mensen die in de zorg kunnen of willen werken. Daar moet je iets mee. De krapte in de arbeidsmarkt zal een behoorlijke druk veroorzaken. Ook in de thuissituatie kun je veel meer. De zorg van het verpleeghuis en het ziekenhuis kun je thuis mogelijk maken.’ Van Hoek stelt dat voor een structurele inbedding van technologie in de sector vooral samenwerkingsverbanden nodig zijn. ‘En een steuntje in de rug van de overheid helpt.’

Auteur: Eric Bassant

Meer informatie? Neem contact op met:

MirellaVoorzitter raad van bestuur
Mirella
Minkman
Voorzitter raad van bestuur m.minkman@vilans.nl 030 7892300
Profiel
Persvragen? Neem contact op met afdeling communicatie via 06 460 433 51 of pers@vilans.nl