Naar hoofdinhoud

Kwaliteitstrajecten Waardigheid en trots onderzocht (Hugo de Jonge reageert)

Ruim 60 verpleeghuisorganisaties kregen vanuit Waardigheid en trots ondersteuning bij het werken aan hun urgente kwaliteitsproblemen. In elke organisatie boden een strategisch coach en een primair proces-coach gemiddeld twee jaar lang begeleiding. Wat kunnen zorgaanbieders leren van deze ondersteuningstrajecten?

Het programma Waardigheid en trots heeft als doel de kwaliteit van de verpleeghuiszorg te verhogen. Welke verbeteringen zijn er bereikt en wat zijn de belangrijkste lessen van de ondersteuningstrajecten? Vilans-onderzoekers Paulien Vermunt en Yael Reijmer maken deel uit van het team dat het rapport ‘Aandacht voor kwaliteit’ schreef. Dit onderzoek evalueert de begeleiding binnen 36 deelnemende organisaties. Hoe kregen zij meer grip op kwaliteit?

Het rapport is dinsdag 6 december aangeboden aan demissionair minister van VWS Hugo de Jonge. Hij roemde vooral alle zorgmedewerkers die - zelfs in tijden van crisis - formidabel presteren.

Coach en organisatie goed matchen

Het onderzoek focust op persoonsgerichte zorg en veiligheid, kwaliteitsthema’s waarmee de meeste ondersteunde organisaties moeite hadden. Vermunt vertelt dat een goede matching van de coaches met de organisaties van groot belang was. ‘Er werd goed gekeken naar het type organisatie en daar werden geschikte coaches bij gezocht. De begeleide instellingen bleken de combinatie van een strategische en een operationele coach enorm te waarderen. Ze zagen die benadering van de problemen op meerdere niveaus als een belangrijke succesfactor.’ 

De startscan en het plan van aanpak boden houvast. ‘Ook voor de borging van de verbeteringen hadden veel organisaties vanaf het begin aandacht. Consequent methodisch werken speelde hierbij een grote rol’, vervolgt Vermunt.

Enkele geleerde lessen:

  • Beleg rollen en verantwoordelijkheden goed, bijvoorbeeld bij aandachtsvelders en kwaliteitsverpleegkundigen.
  • Leer je cliënt beter kennen: haal wensen en behoeften actief op en leg ze vast in het zorgleefplan. Vermeld daarbij wie waarvoor verantwoordelijk is.
  • Stimuleer vormen van informeel leren zoals coaching-on-the-job en casuïstiekbesprekingen.

‘Bij veranderen en verbeteren is het essentieel dat er in de organisatie een besef van urgentie is en dat medewerkers veranderbereid zijn. Hierbij zijn ook betrokkenheid en leiderschap van bestuur en management van groot belang. Wat negatief werkt is een “eilandjescultuur”, met slechte onderlinge informatieoverdracht en een onveilige teamcultuur, waarbinnen je bijvoorbeeld geen fouten mag maken. Informeel leren is in zo’n situatie veel lastiger’, concludeert Vermunt.

Wat gebeurt er met de geleerde lessen van Waardigheid en trots?

‘Die lessen kunnen we bijvoorbeeld weer inbrengen in het vervolgprogramma Waardigheid en trots op elke locatie’, stelt Vermunt. ‘Op die manier profiteren andere instellingen indirect ook van het programma. Maar ook organisaties die zonder begeleiding werken aan kwaliteitsverbetering kunnen er hun voordeel mee doen.’

Tekst: Linda van Ingen

Downloads

Deel via