Naar hoofdinhoud

Video-interventie helpt bij omgang onbegrepen gedrag

Video-interventie Ouderenzorg (VIO) is onlangs her-erkend als ‘theoretisch goed onderbouwd’ door de erkenningscommissie ouderenzorg van Vilans. Mede-ontwikkelaar Inge Hageman van Experticecentrum De Wever: ‘De noodzaak voor een interventie als VIO is gegroeid. Uit onderzoek blijkt dat de groep ouderen met complex probleemgedrag alleen maar groter is geworden.’

Video Interventie Ouderenzorg (VIO) richt zich op professionele zorgverleners, mantelzorgers en teams van zorgverleners die problemen ervaren in de omgang met gedrags- en/of stemmingsproblemen van oudere cliënten. Doel is het aanleren van communicatievaardigheden en meer inzicht te verkrijgen in het eigen aandeel in de interactie met de cliënt. Dit zorgt voor een stapsgewijze verhoging van draagkracht, zelfvertrouwen en gevoel van competentie bij zorgverleners.

Complex probleemgedrag neemt toe

Hageman: ‘De erkenning van VIO vond vijf jaar geleden plaats. In de tussentijd is de groep van complex probleemgedrag alleen maar groter geworden. Hetzelfde geldt voor de complexiteit van de problematiek. Steeds meer ouderenzorgorganisaties richten speciale afdelingen in voor mensen met dementie en zeer ernstig probleemgedrag (D-ZEP). Het zou mooi zijn als organisaties daar VIO kunnen inzetten door mensen bij ons op te leiden. Daarnaast is er meer behoefte ontstaan aan de inzet van VIO in de thuissituatie. Zo hebben we nu afspraken gemaakt met verzekeraars dat er trajecten gefinancierd kunnen worden. Voor nu geldt dat voor de regio Tilburg, maar we hopen dat dit straks voor heel Nederland geldt.’

Meer weten over VIO?

Neem dan een kijkje op de website van Expertisecentrum De Wever. Daarop vind je videomateriaal en publicaties. Het Expertisecentrum is het centrum voor de ontwikkeling, promotie en toepassing van de methode VIO. Daarnaast verzorgen zij de opleiding tot VIO-begeleider.

Inzet in de thuissituatie 

Debby Gerritsen is blij dat VIO door de erkenning meer bekendheid heeft gekregen. Ze werkt als hoogleraar welbevinden in de langdurige zorg bij het Universitair Kennisnetwerk Ouderenzorg Nijmegen (UKON) aan het Radboudumc en is betrokken bij onderzoek naar de interventie. Gerritsen neemt ook deel aan de erkenningscommissie van Vilans, maar was niet betrokken bij de beoordeling van VIO. ‘Na de erkenning hebben we een wetenschappelijk artikel gepubliceerd in een Engelstalig blad over de inzet van VIO bij mantelzorgers thuis. De eerste onderzoeksresultaten waren veelbelovend. Als een interventie bekender wordt, biedt dat ook meer mogelijkheden voor financiering.’

Onderzoek naar juiste moment van de inzet

Financiering en meer bekendheid zijn ook belangrijk om de interventie tijdig in te kunnen zetten. Gerritsen: ‘VIO wordt vaak ingezet als iemand al is opgenomen in een verpleeghuis. En opname is vaak nodig omdat mantelzorgers overbelast zijn. Het zou mooi zijn als VIO eerder ingezet kan worden, maar dit is financieel lastig, omdat het om een intensieve en dus kostbare interventie gaat. VIO heeft een preventieve werking en zou een opname kunnen uitstellen. Momenteel zijn we bezig met onderzoek om te kijken wanneer de interventie het beste werkt en voor wie. Met die onderzoeksresultaten kan de inzet van de interventie verfijnd worden.’

‘Beelden beklijven beter’

De afgelopen vijf jaar is de interventie verder ontwikkeld. Hageman: ‘De oorspronkelijke interventie was erg gericht op de communicatie, daarna is er ook de relationele afstemming bijgekomen en het samen competent zijn en voelen als team, het liefst multidisciplinair. Als de ene medewerker iets doet wat goed werkt, kun je daar met z’n allen van leren.’ De kracht van het beeld werkt daarbij nog steeds heel goed. Hageman: ‘Het maakt dat je toeschouwer wordt en met meer afstand kunt kijken naar wat er in de interactie met de cliënt gebeurt. Onderzoek heeft uitgewezen dat wanneer mensen beelden hebben gezien, dit beter beklijft dan wanneer zij met richtlijnen aan de slag gaan.’

Kritische vragen erkenningscommissie

Het nauwgezet en systematisch beschrijven van de interventie, wat nodig was voor de aanvraag van de er-erkenning en waar Vilans in begeleidt, heeft ook weer tot verdere ontwikkeling van VIO geleid. Gerritsen: ‘Niet alleen tijdens het schrijf-, maar ook in het beoordelingsproces worden er kritische vragen gesteld door onder andere de erkenningscommissie. Dat is niet altijd gemakkelijk voor de ontwikkelaar, maar het maakt wel dat je verder komt met de interventie. Daarnaast kan het als een goede basis dienen voor vervolgonderzoek.’

Relationele afstemming

Voor de relationele afstemming, maakt de interventie ook gebruik van de presentiebenadering. Verpleegkundige en theoloog Madeleine Timmermann onderzocht in haar promotieonderzoek de toegevoegde waarde van de presentiebenadering door video’s te bestuderen van zorghandelingen. Wat zij in de video’s zag was “au, kou en help”, drie signalen waar de verzorgende niet alleen in communicatie op moet reageren, maar ook in de relationele afstemming. Gerritsen: ‘“Vervelend dat u het koud heeft” is dus niet genoeg, iemand heeft ook gewoonweg een deken nodig. Het handelen moet overeenkomen met de communicatie. Met dit soort onderzoeksresultaten heeft De Wever de interventie weer verder ontwikkeld.’

Oog voor zielenpijn

Hageman: ‘Met “kou” wordt overigens niet alleen de lichamelijke kou bedoeld. Het gaat ook om oog hebben voor zielenpijn. Mensen die huis en haard hebben moeten achterlaten en plots in een instelling wonen. Dat is niet makkelijk en kan een gevoel van ontreddering geven. Dan heb je het ook nodig dat iemand je hand vastpakt, bij je gaat zitten, of even over je rug wrijft. Wanneer de zorgverlener het signaal niet oppikt en zich focust op het aantrekken van die steunkousen, kan dit dus mis gaan. Door VIO kan de zorgverlener hier inzicht in krijgen.’

Erkenning werkt als een keurmerk 

Wanneer Hageman terugkijkt op wat de erkenning van VIO heeft gebracht, is ze blij dat De Wever het benodigde proces is aangegaan. ‘We krijgen sindsdien veel meer aanvragen binnen. Het heeft ons naamsbekendheid gegeven. Doordat is aangetoond dat de interventie theoretisch goed is onderbouwd, merk je dat organisaties eerder overgaan om mensen hierin op te leiden. In die zin dient het echt als keurmerk en is het een kroon op ons werk. Ik hoop dat we de interventie de komende jaren nog verder kunnen ontwikkelen en dat we met verdere onderbouwing nog beter de werking van VIO kunnen aantonen.'

Ook jouw interventie laten erkennen?

Heb je een succesvolle aanpak of methodiek ontwikkeld voor de gehandicapten- of ouderenzorg? Is die interventie ook interessant voor anderen? Als Vilans begeleiden we je dan graag op weg naar een beoordeling door de erkenningscommissie. Lees hoe het werkt en hoe je je hiervoor kan hiervoor kan aanmelden. Benieuwd naar andere interventies? Bekijk dan de Databank interventies.

Deel via

Contactpersoon