Naar hoofdinhoud Naar footer

Monitoren in je netwerk: 7 tips om het interessant én zinvol te houden

Vraag je je ook af of je als netwerk de juiste dingen doet om jouw cliënten de juiste ondersteuning en zorg te laten krijgen? En weet je of jullie als samenwerkingspartner een waardevolle bijdrage aan de netwerksamenwerking leveren? Om hier inzicht in te krijgen, richten netwerken een monitor in om inzicht te krijgen in de inhoudelijke voortgang van de samenwerking. Monitoring is meestal niet hun favoriete bezigheid. 7 tips om het interessant én zinvol te houden.

De uitdaging is om te zorgen dat monitoring voor iedereen interessante informatie in zich heeft.

  1. Maak inzichtelijk waarop je als netwerk kan sturen wat betreft monitoring. Welke zaken binnen de beïnvloedingssfeer van je netwerk kun je monitoren?
  2. Maak inzichtelijk welke info interessant is voor het netwerk en welke info interessant is voor de deelnemende partners, financiers en externe partijen.
  3. Richt je monitor flexibel in. Een deel van de netwerkpartners monitort op een set aan onderwerpen en andere partners richten zich op andere onderwerpen. Op die manier monitoren de deelnemers de onderwerpen die zij interessant vinden, waardoor er meer motivatie is om te monitoren.
  4. Zorg dat je de indicatoren koppelt aan het doel van de samenwerking. Ook als je proces- en kwaliteitsindicatoren wilt monitoren. Benut je creativiteit om dit vanuit het doel te monitoren.
  5. Zorg dat je bij ieder overleg bijvoorbeeld drie dezelfde vragen stelt, die samen dienen om te monitoren. Zo voorkom je dat deelnemers lange monitoringsformulieren moeten invullen.
  6. Pas ‘grasping’ toe om info voor monitoring op te halen: stel een of twee vragen in de app en doe te terugkoppeling van deze vragen ook in de app.
  7.  Help mensen herinneren dat als monitoring er tussendoor glipt, de PDCA-cyclus niet sluit en je hierdoor een kans laat liggen om de ondersteuning en zorg nog beter te maken voor je cliënten.

Vanuit monitoren moeten we zaken uitvragen, ook van externe partijen. De onderwerpen van de externe partijen zitten vaak minder in de interesse van degene die de monitoring invult.

De tips zijn gebaseerd op gesprekken tijdens een leergemeenschap die wij hadden met collega’s van de Hogeschool Utrecht (HU), oud-studenten van de master Innovatie in Zorg en Welzijn (MIZW) en Vilans over het monitoren van netwerken.  

Monitoren zelden een hoge prioriteit

De oud-MIZW-studenten werken veelal in zorgorganisaties en in zorgnetwerken, waarin zij ook met monitoring bezig zijn. Zij merken dat monitoring altijd ‘even’ naast het werk moet gebeuren en zelden een hoge prioriteit krijgt. Ook merken ze dat de monitoringslijsten vaak niet ingevuld worden of dat de nodige herinneringen verstuurd moeten worden voordat de lijsten ingevuld worden. En monitoringslijsten bevatten vaak onderwerpen die de financier of de bestuurders op de lijst zetten. Niet echt onderwerpen waar je als professional warm voor loopt…

De diversiteit van onderwerpen voor monitoring is belangrijk omdat je groep netwerkpartners ook divers is. Op die manier zijn er voor alle partners interessante monitoringsonderwerpen.

Zo houden we monitoren interessant, zinvol én haalbaar

De tips zetten dan ook vooral in op het zorgen dat monitoring zo interessant mogelijk wordt, maar ook niet te veel tijd van deelnemers in beslag neemt. Het is dus niet alleen belangrijk om inzichtelijk te maken welke informatie interessant is voor alle deelnemende partijen, maar ook te zorgen dat iedere deelnemer kan monitoren wat voor hem interessant is. Zo houden we monitoren interessant, zinvol én haalbaar.

Deze tips zijn samengesteld door:

Ruben van Zelm, Opleidingsmanager en Hogeschoolhoofddocent van de master Innovatie in Zorg en Welzijn bij de Hogeschool Utrecht en door Sandra Dahmen, senior adviseur strategie & samenwerken bij Vilans.

Deel deze pagina via:

Contactpersonen