Naar hoofdinhoud

Zelf verantwoordelijk voor zorg: ‘De cliënt moet durven doen, de verzorgende moet durven loslaten’

Zorgbeleid is er in toenemende mate op gericht om mensen zo lang mogelijk thuis te laten wonen, en ziekenhuisopnames zo kort mogelijk te houden. De meeste mensen met een zorgvraag vinden dit ook prettig. Toch zorgt dit beleid wel voor een oplopende druk op de thuiszorg – bovenop de druk van de dubbele vergrijzing. Als antwoord op dit vraagstuk worden steeds vaker zorgtaken bij de cliënt of mantelzorger gelegd. Dat vraagt om goede samenwerking en afstemming. Want hoe bepaal je wat een cliënt zelf kan, of wat een mantelzorger kan doen? ‘Goed kijken, luisteren, en de tijd nemen’, blijkt uit een peiling van Vilans onder (wijk)verpleegkundigen en verzorgenden. 

Eigen inschatting maken wat haalhaar is

‘Tijdens een eerste gesprek wordt gepeild wat haalbaarheid is,’ vertellen zorgprofessionals. Er wordt gekeken naar de kennis en vaardigheden van de cliënt, de cognitie, de complexiteit en mobiliteit. Is er een mantelzorger waar iemand beroep kan worden gedaan? Wat is de thuissituatie? Is er angst? Hoe is het begripsniveau? ‘Ik kijk rond in huis en spreek met cliënt en mantelzorger,’ aldus een van de wijkverpleegkundigen die we spreken. ‘Je kunt heel wat opmaken uit de omgeving.’ Op basis van eigen ervaring doen zorgprofessionals vervolgens een inschatting of het aanleren van een bepaalde handeling bij deze cliënt haalbaar is. 

 Kunnen is één ding, willen is wat anders. Dat vraagt soms wat overtuigingskracht, zien veel zorgprofessionals. ‘Ik benoem altijd de voordelen voor de cliënt: zelfstandigheid, zelfredzaamheid, hoe prettig het is om zelf de regie te behouden, niet hoeven wachten tot iemand komt helpen.’ Belangrijk hierbij is om duidelijk te benadrukken dat de zorgprofessional altijd een vangnet blijft bieden, blijkt uit onze rondgang. ‘Vertel dat jij hen hierin gaat begeleiden, en dat er tijd en ruimte is om te oefenen tot er voldoende vertrouwen is dat de cliënt of mantelzorger het zelf durft.’

‘Oefenen, oefenen, oefenen!’

Het aanleren van de handeling vraagt een tijdsinvestering van de zorgprofessional. Voordoen, uitleg geven, onder begeleiding laten doen, evalueren. Samen alle stappen doornemen net zo lang tot iemand zich er goed bij voelt; het kost allemaal tijd. Of, zoals een ervaren wijkverpleegkundige zegt: ‘Oefenen, oefenen, oefenen! En het vooral behapbaar houden voor cliënt en mantelzorger.’ Afhankelijk van de persoon maken veel zorgprofessionals voor het aanleren gebruik van ondersteunend materiaal, zoals gebruiksinstructies van hulpmiddelen, video’s, protocollen, beeldmateriaal, stappenplannen.

Zorg durven loslaten

Wat er daarna gebeurt, hang sterk af van de cliënt, zien veel zorgprofessionals. ‘Dat hangt af van de cliëntensituatie. Soms is er wekelijks contact. Live, telefonisch of via beeldbellen. Dat wordt dan in kleine stapjes afgebouwd.’ In sommige gevallen wordt de cliënt overgedragen aan de praktijkondersteuner van de huisarts, blijkt uit de peiling. In andere gevallen wordt afgerond zonder opvolging, en wordt de verantwoordelijkheid overgedragen aan cliënt en mantelzorger. Of, zoals één iemand opmerkte: ‘De cliënt moet durven doen, de verzorgende moet durven loslaten.’

Deel via

Contactpersonen