Naar hoofdinhoud

De boosdoeners van regeldruk in de zorg zijn bekend

Waarom is het zo moeilijk te stoppen met alle overbodige zorgregels? De Volkskrant schrijft deze week een groot achtergrondartikel over deze vraag. Hetzelfde artikel met dezelfde conclusies kon de krant in principe al jarenlang plaatsen. De boosdoeners van regeldruk zijn bekend en de mogelijke oplossingsrichtingen ook.

rian-van-de-schoot-2

Aan de hand van een casus over de verplichte wachtlijstregistratie voor casemanagement dementie schetst de Volkskrant het beeld dat we met alle goede bedoelingen ten spijt nog niet veel zijn opgeschoten met het terugdringen van de zorgbureaucratie. Conny Helder, minister voor langdurige zorg, schreef in juni aan de Kamer dat er weliswaar voor het eerst een daling zichtbaar is in de ervaren regeldruk maar dat die voorzichtig was en niet in de volle breedte van de zorg.  

Volgens Rian van de Schoot, directeur Leren, Innoveren en Onderzoeken, zijn de boosdoeners achter dit probleem en de oplossingen bekend. ‘Het simpelweg schrappen van regels is niet genoeg om administratieve lasten in de langdurige zorg blijvend te verminderen. Om regeldruk duurzaam aan te pakken moeten we naar de dieperliggende oorzaken kijken. In het rapport ‘Regeldruk in de langdurige zorg - de boosdoeners blootgelegd’ leggen we 5 oorzaken van regeldruk bloot in de verpleeghuiszorg, wijkverpleging en gehandicaptenzorg.’

Vijf oorzaken van regeldruk

Van de Schoot vervolgt: ‘We vonden een vijftal ‘mechanismen’ die de regeldruk in de drie zorgsectoren lijken te veroorzaken en in stand lijken te houden. Dat gaat om dat het nut en noodzaak van regels verschillend worden ervaren door verschillende partijen in de zorg, dat de werkprocessen niet efficiënt zijn, dat er gebrek aan vertrouwen is in elkaar en dat de herkomst en verplichting van regels onduidelijk zijn.'

'Pak de schijnveiligheid aan'

'Je kunt dit als volgt beschrijven: De verpleegkundige is bang voor de directie, de directie is bang voor de raad van toezicht, de raad van toezicht is bang voor de inspectie, de NZa en de verzekeraar, toezichthouders zijn bang voor het ministerie, het ministerie is bang voor de politiek, de politiek is bang voor de publieke opinie. Angst is een slechte raadgever, ook in de zorg. Als we er daadwerkelijk voor willen zorgen dat de regeldruk vermindert in de zorg, is het belangrijk om deze schijnveiligheid aan te pakken. Binnen organisaties moeten zorgmedewerkers weer kunnen en durven vertrouwen op hun eigen professionaliteit, zonder zich in te dekken uit angst voor inspectie of wantrouwen van collega’s. Dit vraagt om andere, nieuwe vormen van samenwerken, toezicht en verantwoording waarbij vertrouwen en samenwerking centraal staan.’