Naar hoofdinhoud

Heeft de coronapandemie de zorgsituatie van ouderen veranderd?

De coronapandemie en de daardoor ingevoerde maatregelen hebben maar bij een kleine groep ouderen invloed gehad op de zorgsituatie. Dat is een van de conclusies van een onderzoek naar de zorgsituatie van ouderen door prof. dr. Marjolein Broese van Groenou van de Vrije Universiteit Amsterdam. Zij deelt haar bevindingen in de nieuwste publicatie van het Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie (TGG).

Al meer dan 50 jaar bestrijkt het wetenschappelijke tijdschrift het brede wetenschapsgebied voor gerontologie en geriatrie in al zijn facetten. Prof. dr. Marjolein Broese van Groenou van de Vrije Universiteit Amsterdam is al jaren een van de vaste auteurs van TGG.  ‘Ik vind het belangrijk om artikelen over de Nederlandse zorgcontext ook in het Nederlands te publiceren. Zo is het makkelijker toegankelijk voor de mensen op de werkvloer, zeker online op het ‘open access’ platform van TGG.’

Uw laatste publicatie in TGG is een vergelijking van de zorgsituatie van voor en na de pandemie?

‘Dat klopt. Het artikel is onderdeel van de Longitudinal Aging Study Amsterdam (LASA). Sinds 1992 beantwoorden duizenden Nederlandse ouderen regelmatig vragen over hoe het met hen gaat op lichamelijk, sociaal, emotioneel en cognitief gebied. Tevens doen ze mee aan lichamelijke en cognitieve tests. De hieruit verkregen gegevens vormen de basis voor een schat aan wetenschappelijke kennis over het ouder worden. Marije Tange en ikzelf hebben de dataset recent gebruikt om te zien hoeveel en welke ouderen een verandering in hun zorgsituatie rapporteren voor en na corona. En wat de invloed van deze veranderingen is op het psychisch welbevinden.’

Waarom wilde u dat graag onderzoeken?

‘Het sluiten van voorzieningen voor dagbesteding gedurende de eerste lockdown in het voorjaar van 2020 droeg er toe bij dat mantelzorgers meer belast werden met de zorg voor hun naasten in de eigen omgeving. Het ontberen van zorg of het niet meer kunnen geven van mantelzorg kan extra belastend zijn geweest voor de ouderen. Diverse studies hebben in het voorjaar van 2020 bij mantelzorgers en burgers de ervaringen met de COVID-19 pandemie in beeld gebracht. Wat nog ontbreekt is een vergelijking met de periode voorafgaand aan de pandemie. Dit levert meer inzicht in hoe de sociale beperkingen leidden tot veranderingen in de zorgsituatie en het welbevinden van ouderen.’

En wat kwam er als antwoord op uw vragen naar voren?

‘De resultaten tonen dat er weinig is veranderd in de zorgsituatie van ouderen. De overgrote meerderheid geeft op beide metingen geen zorg (73%) of krijgt geen zorg (62%). 7% is mantelzorg aan anderen blijven geven, terwijl 15% daarmee is gestopt en 5% met zorgverlening is gestart. 17% bleef zorg van diverse bronnen ontvangen, terwijl 15% geen zorg meer kreeg, en 6% voor het eerst zorg ontving. De mantelzorgers bestaan voornamelijk uit vrouwen en jongere ouderen met een goede gezondheid en de zorgontvangers zijn voornamelijk vrouwen en oudere ouderen met een slechtere gezondheid. Het krijgen van zorg heeft een significant negatieve invloed op het psychisch welbevinden, maar het geven van mantelzorg heeft geen effect op welbevinden. De resultaten impliceren dat de pandemie en de maatregelen maar bij een kleine groep invloed hadden op de zorgverlening van en door ouderen.’

Vindt u dat een verrassende conclusie

‘We zien in LASA over het algemeen dat mensen die zorg ontvangen vaker depressieve klachten hebben dan mensen die geen zorg ontvangen. Als je ziet dat 17% zorg bleef ontvangen, terwijl 15% geen zorg meer kreeg dan is het logisch dat je grosso modo dan op ongeveer hetzelfde aantal mensen met depressieve klachten uitkomt. Je zou kunnen verwachten dat de groep na de pandemie weer redelijk is hersteld. Het zal interessant zijn om over langere tijd te kijken of dit herstel blijvend is of niet. Uiteraard blijven we daar over publiceren in het Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie.’ 

Bron

Tijdschrift voor Gerontologie en Geriatrie