Naar hoofdinhoud

In een lerend netwerk doe je méér dan leren

Managers, laat medewerkers aansluiten bij een lerend netwerk. Dat levert zoveel meer op dan alleen geleerde lessen! Marieke Stork en Diana Kole, netwerkmanagers van het eerste uur, kunnen het weten. Ze hebben samen al heel veel netwerksessies begeleid. In deze blog gaan ze in op de rol en positie van deelnemers aan een lerend netwerk. Want die krijgen een flinke boost.

Waarom verpleeghuizen het wiel zelf laten uitvinden als ze ook kunnen uitwisselen om van elkaar te leren? Vanuit Waardigheid en trots wilden we het leren in leernetwerken op gang brengen. Nu het aantal leernetwerken zich als een olievlek uitbreidt, blijkt de opbrengst veel groter. Naast het delen van kennis geven deelnemers aan dat het lerend netwerk hun blik verruimt, dat ze meer werkplezier ervaren en dat ze steviger in hun schoenen staan. Wat een bijvangst! We krijgen het terug van deelnemers van álle netwerken, ook al verschillen deze in samenstelling, doelen en aanpak. ‘Dankzij het leernetwerk sta ik sterker in mijn rol en positie’. Hoe komt dat?

Zo werkt een netwerk 

Vanuit Waardigheid en trots zijn 17 lerende netwerken actief, nog eens 3 zijn in oprichting. Er zijn netwerken voor vrijwilligerscoördinatoren en voor welzijnsmedewerkers, voor kwaliteitsverpleegkundigen, voor teamcoaches, voor communicatieprofessionals en voor kleine zorgorganisaties. In een netwerk zijn meestal 7 tot 10 organisaties vertegenwoordigd. Een netwerk komt ongeveer 6 keer per jaar bij elkaar. De bijeenkomsten vinden online of fysiek plaats. Dan zijn de deelnemers bij elkaar te gast op steeds een andere locatie. De deelnemers bereiden per toerbeurt de bijeenkomst inhoudelijk voor.

In hetzelfde schuitje

De deelnemers van de netwerken bepalen altijd zelf welke onderwerpen ze bespreken. Ze gaan dus met elkaar in gesprek over vragen die zij belangrijk vinden. Rol en positie in de organisatie zien we bij veel netwerken op de agenda staan. Bijvoorbeeld bij de kwaliteitsverpleegkundigen, een vrij nieuwe beroepsgroep. Hun positie is niet altijd helder en nog volop in ontwikkeling. Waar staan ze in de organisatie? Horen ze bij het team of toch niet helemaal? En hoe verhouden ze zich dan tot hun collega’s? Het kan gebeuren dat collega’s zich afvragen ‘wie ben jij om mij hierop aan te spreken?’. Of dat een kwaliteitsverpleegkundige allerlei dingen zelf gaat doen, omdat het team het niet oppakt. Een onmogelijke opgave…

De deelnemers van het netwerk herkennen en begrijpen dit. Ze zitten in hetzelfde schuitje. Ze geven elkaar tips die vaak direct toepasbaar zijn. Weten dat je niet de enige bent die ergens mee worstelt en steun krijgen zijn goed voor het zelfvertrouwen.

Zelf invloed op hebben

In andere leernetwerken komt het onderwerp ‘rol en positie’ meer indirect aan de orde. Want zoals zo vaak doet iets er pas toe als het in de weg zit. Zo leeft in de netwerken welzijn het idee dat zorg vóór welzijn gaat. Maar daar kunnen de welzijnsmedewerkers zelf ook invloed op hebben: Wat stralen ze uit? Stellen ze vragen? Zoeken ze gelijkwaardige samenwerking met collega’s? In gesprek met elkaar komen de deelnemers erachter dat hun rol en positie in de organisatie bepaalde verwachtingen met zich meebrengen. Verwachtingen waar ze zich niet bewust van waren. ‘Dus zo kijken mijn zorgcollega’s naar mij!’ Dat biedt handvatten voor direct toepasbare oplossingen.

Saamhorigheidsgevoel

Dat deelnemers zich steviger voelen staan komt door het saamhorigheidsgevoel in de leernetwerken. Wij zien gepassioneerde professionals die hun werk zo goed mogelijk willen doen. Ze zitten in het leernetwerk omdat ze persoonlijk gemotiveerd zijn, niet omdat het moet. Door samen te onderzoeken waar ze voor staan en wat ze belangrijk vinden om verder te ontwikkelen, worden hun rol en positie vanzelf duidelijker en steviger.

Ook meedoen? 

Ook interesse in deelname aan een netwerk? Of wil je een netwerk beginnen? Waardigheid en trots kan je daarbij ondersteunen. Meer informatie en contactgegevens vind je op de pagina ‘Ondersteuning bij netwerken van Waardigheid en trots’.

Bron

Skipr