Naar hoofdinhoud

Kennisnetwerk Dementie: vijf jaar gedreven onderweg

‘Je leert het meest van collega’s. Die collega kan best aan de andere kant van het land werken en toch gevoelsmatig dichtbij voelen doordat je elkaar kent. Binnen het landelijk Kennisnetwerk Dementie hebben medewerkers van acht verpleeghuisorganisaties van Groenlo tot Leiden elkaar leren kennen. Met elkaar wisselen ze kennis en ervaring uit over persoonsgerichte dementiezorg.’ Henk Nies, voormalig directeur Strategie en Ontwikkeling bij Vilans, vertelt enthousiast over de eerste vijf jaar van het netwerk.

'Het Kennisnetwerk Dementie was een van de krenten in mijn takenpakket,’ vervolgt hij. ‘En dat geldt niet voor mij alleen. We zetten ons er allemaal met plezier voor in. De kracht van het netwerk zit in het plezier, dat is de motor.’ Lecturer-practitioner Mari Groenendaal van WoonZorgcentra Haaglanden ((WZH) bevestigt: ‘De energie voelt goed onderling. We hebben een gezamenlijke drive om het onderwerp dementie verder te brengen, van een zorgthema naar een breder maatschappelijk onderwerp. Daar staan we voor met z’n allen, dat is onze missie.’

Gluren bij de buren

De deelnemende organisaties gaan regelmatig bij elkaar op bezoek. De ontvangende instelling verzorgt dan bijvoorbeeld presentaties rond een dementiethema en een rondleiding. De bezoekende instellingen kijken wat de voorbeelden zouden kunnen betekenen voor hun eigen praktijk of beleid. ‘We lopen dan echt bij elkaar door de huizen en over de afdelingen,’ vertelt Mari. Ze benadrukt dat ‘we’ heel breed is: van zorgmedewerkers tot bestuurder. Henk vult aan: ‘Alle lagen en disciplines van een organisatie zijn gelijkwaardig betrokken, wij kennen geen rangen en standen. Iedereen praat vanuit zijn eigen rol met de ander.’ Vilans faciliteert het proces, nodigt sprekers met specifieke kennis uit en zorgt voor kennisdeling.

Bestuurder Thijs Houtappels van Zonnehuisgroep Amstelland vindt ook de rit naar de collega-instelling een soort uitje: ‘Een vorm van teambuilding, samen in zo’n busje naar de Achterhoek. Langs de lijnen van het werk kom je daarmee tot 1+1=3.’ Hij is een groot voorstander van ‘gluren bij de buren’ want: ‘Beter goed gejat dan slecht bedacht.’

Meer naar buiten gericht

Mari vindt dat het netwerk organisaties met elkaar verbindt via laagdrempelig contact waardoor ze komen tot kennisontwikkeling, kennis delen en samenwerken. Dat is in haar ogen hoog tijd binnen de langdurige zorg. ‘Onze sector is nogal in zichzelf gekeerd. Daardoor loop je het risico dat je overal het wiel opnieuw uitvindt.’ Thijs verklaart het naar binnen gekeerde karakter: ‘97 procent van de tijd in mijn organisatie wordt besteed aan het bieden van een zo prettig mogelijke dag aan de mensen die bij ons wonen. Veel tijd om ons bezig te houden met de uitdagingen die op ons af komen, blijft er niet over.’

Good practice

Mari noemt onderwerpen die de laatste drie jaar aan bod kwamen tijdens de werkbezoeken:

  • Onbegrepen gedrag;
  • Invloed van omgeving;
  • Betekenisvolle activiteiten;
  • Culturele diversiteit;
  • Muziekinterventies

Henk legt uit dat het vooral good practice is dat een organisatie met de andere deelnemers deelt. ‘Dat is vaak de keerzijde van een probleem dat op veel andere plaatsen ook speelt. Maar we zijn ook aan de slag gegaan met gezamenlijke vraagstukken en uitdagingen.’ 

Trots op je pareltjes

Volgens Mari maakt het onder de aandacht brengen van de voorbeelden waarop jouw organisatie trots is veel positieve energie los. ‘We zijn een bescheiden sector en ook WZH is bescheiden. Maar we vonden het mooi toen onze adviseur Eten en Drinken Leo Koster op het Zomerfestival 2021 een workshop gaf over lekker eten bij dementie. Toen daar vervolgens een artikel over verscheen en dat uiteindelijk het best gelezen stuk op de website van Vilans van dat jaar bleek waren we helemaal trots!’ 

Het geleerde intern verder brengen

Maar dan. Hoe breng je iets dat je bij een ander gezien hebt verder in je organisatie? Thijs vindt dat lastig. ‘Dat is misschien wel een van de grootste uitdagingen op dit moment. Leren en ontwikkelen in dit tijdsgewricht is on-ge-loof-lijk belangrijk, in uitwisseling tussen medewerkers. Maar we weten niet zo goed hoe we de mensen die het werk doen echt moeten bereiken met nieuwe kennis. Ons Kennisnetwerk lost dit niet op, maar het helpt wel. We pakken concrete onderwerpen bij de kop, organisaties brengen naast enkele vaste gezichten ook regelmatig nieuwe mensen mee.’

Misschien ligt hier ook een rol voor het onderwijs binnen de zorginstellingen zelf en op de scholen? Henk: ‘Met dat deel van ons netwerk zijn we nu bezig, dat kwam tot nu toe minder aan bod.’ Thijs denkt dat contacten met het onderwijsveld niet zozeer landelijk tot stand moeten komen maar eerder regionaal en lokaal.

Toekomstwensen

Henk vindt dat er behalve voor de huidige praktijk meer aandacht moet komen voor de vraagstukken van de toekomst. ‘Voor het meer inzetten van zorgtechnologie en informele zorg, bijvoorbeeld. Want ook mensen die niet beroepsmatig met zorg bezig zijn zoals mantelzorgers, familie en vrienden worden straks bij de zorg betrokken. En die zorg wordt steeds complexer. We moeten meebewegen met de ontwikkelingen. We hebben in het Kennisnetwerk nu een Toekomsttafel ingericht om het ook daarover te hebben.’

Hij vervolgt: ‘Er zijn zó veel specialismen en die komen allemaal in één mens samen. Een organisatie kan onmogelijk alle expertises in huis hebben, netwerken zijn noodzakelijk. En zeker niet alleen voor kleine instellingen, ook voor de grote. Zij hebben vaak vanzelfsprekendheden die andere organisaties anders doen.’

Geen doel op zich

Mari onderstreept dat er nog meer moeite moet worden gedaan om zoveel mogelijk mensen te bereiken. In de eerste plaats binnen de eigen organisatie. ‘Die behoefte aan kennis is er zeker. Iedereen is alleen zo druk met de inhaalslag na corona, op alle gebieden.’ Verder vindt ze het belangrijk dat de kennis die het netwerk ontwikkelt ook beschikbaar is voor andere organisaties. ‘Daar zorgen we onder andere voor via het Lentefestival, dat open staat voor alle medewerkers en organisaties die werken met mensen met dementie.’ 

Vanwege de heldere missie, het bestuurlijke commitment en de brede vertegenwoordiging van medewerkers is Mari optimistisch over het voortbestaan van het Kennisnetwerk Dementie. ‘Ik vind dat we lange lijnen moeten uitzetten, niet direct moeten stoppen als het eens een jaartje iets minder oplevert.’ Maar het netwerk is geen doel op zich, het is een middel om kennis te delen. ‘Vooralsnog drijft het op passie en betrokkenheid. Zolang het medewerkers kan inspireren, blijft het bestaan’, voorspelt Thijs.

Tekst: Linda van Ingen