‘Lessons learned’ over integrale zorg
Gepubliceerd op: 28-04-2026
Goed samenwerken in netwerken wordt steeds belangrijker, hoe lastig dat soms ook lijkt. Vilans heeft het ondersteunen van netwerken om tot integrale zorg te komen al jarenlang als speerpunt. Want, zo formuleert bestuursvoorzitter én hoogleraar innovatie en governance van integrale zorg Mirella Minkman: ‘Mensen zijn vooral gebaat bij support of zorg die in hun leven past en vertrekt vanuit een integraal perspectief. Dat is de basis van de inrichting van de zorg die, met technologie makkelijker gemaakt, steeds meer vanuit netwerken, ketens of allianties georganiseerd wordt.’
De kennisrol van Vilans op dit terrein wordt ook internationaal op waarde geschat. Zo werden onlangs enkele medewerkers uitgenodigd hun inzichten te delen op de jaarlijkse internationale conferentie integrale zorg (Birmingham, ICIC26). Wat deden zij daar en wat leerden zij er zelf? We vroegen het aan onderzoekers Lian Stouthard en Beaudine van den Berg en adviseur Marloes Berkelaar.
Wat hebben jullie zelf gedaan?
Lian: ‘Ik heb met twee collega’s een workshop gegeven over zorgzame gemeenschappen. Ik zit in een special interest group (SIG) over zorgzame gemeenschappen. We werken gedurende het jaar samen en tijdens het congres deden we hier een sessie over. We spraken over welke kennis nodig is, en welke voorbeelden en handelingsperspectieven er zijn om samen te werken met zorgzame gemeenschappen, de caring communities. Dit jaar gaan we de verschillende voorbeelden en case-studies verzamelen.’
Beaudine: ‘Ik heb met twee collega’s een workshop gegeven over de Theory of Change. We hebben de deelnemers laten zien wat impact precies betekent en hoe je de Theory of Change kunt inzetten in netwerksamenwerkingen. Deelnemers gingen in groepjes aan de slag door zelf een Theory of Change framework in te vullen. Daarnaast hebben we een poster ontworpen waarin we verschillende tools hebben gepresenteerd die helpen om inzicht te krijgen in samenwerkingen.’
Marloes: ‘Ik heb met Lian en nog een collega een workshop gegeven over samenwerken met zorgzame gemeenschappen. We hebben het belang benadrukt van aansluiten in plaats overnemen en ons framework laten zien hoe je dat doet. We hebben ook een poster gepresenteerd over hoe wij regionale samenwerking ondersteunen met kennis en tools. Dat was om 8 uur ‘s ochtends, maar we kregen wel veel positieve reacties.’
Wat is het belangrijkste inzicht dat je zelf hebt opgedaan?
Lian: ‘Dat het voor zo veel mensen zo moeilijk is om hun systeemlogica los te laten. Heel veel sessies gingen over community-led integrated care, of community-enabled integrated care. Het valt op dat bijna iedereen hierbij nog steeds het aanbod van het systeem centraal zet en niet de behoefte van de gemeenschap. Dat laat zien hoe moeilijk de omslag is, én dat we bij Vilans er al redelijk in slagen de gemeenschapslogica centraal te stellen.’
Beaudine: ‘Onder andere dat sommige landen een frailty dashboard gebruiken voor nazorg voor kwetsbare ouderen na een ziekenhuisopname, waarbij ouderen zelf een governance de kwetsbaarheid in kaart brengen. Ik heb ook een sessie over palliatieve zorg gevolgd. De boodschap daar was dat palliatieve zorg niet uitsluitend bedoeld is voor mensen met oncologische aandoeningen, maar juist veel breder ingezet moet worden. En dat er ook meer onderzoek moet worden gedaan hoe palliatieve zorg voor andere doelgroepen het beste kan worden ingezet.’
Marloes: ‘Goede integrale zorg begint bij het echt centraal stellen van de inwoner en diens leefwereld. Dat wisten we bij Vilans al, maar op het congres waren genoeg voorbeelden van hoe je ook start bij de inwoner(s) en pas daarna het "we moeten samenwerken in de regio" organiseert en alle governance-vraagstukken daaromheen. Dat lijkt simpel, maar doen we nu nog niet écht. Professionals en zorgorganisaties moeten daarvoor niet alleen vanuit een ander perspectief kijken en andere taal gebruiken, maar ook de diversiteit in achtergronden erkennen. Door bijvoorbeeld creatieve en cultureel passende middelen – zoals muziek – in te zetten, kunnen zorg en leefwereld dichter bij elkaar komen. Als kersvers gemeenteraadslid vond ik het ook interessant om te zien hoe in andere landen de lokale politiek écht in zorgnetwerken participeert en daardoor zorgt voor meer samenhangend beleid. Dat was heel inspirerend. Om deze omslag duurzaam te maken, is het essentieel dat medisch professionals al vroeg in hun opleiding leren wat hun rol is binnen integrale, mensgerichte zorg.’
Wat is volgens jou over 5 jaar echt veranderd in integrale zorg?
Lian: ‘Dan hebben we de transitie gemaakt van het organiseren van integrale zorg voor de inwoner naar integrale zorg mét de inwoner.’
Beaudine: ‘Tijdens het congres stond de stem van patiënten en hun netwerk op de voorgrond. Ik denk/hoop dat die over 5 jaar nog centraler komt te staan. En dat we een beter beeld hebben van de impact die we met integrale zorg maken.’
Marloes: ‘Ik hoop dat het congres dan nog veel meer bijdragen kan laten zien uit de leefwereld van mensen die deelnemers uit de zorg inspireren, in plaats van dat de zorg vertelt hoe de zorg het anders moet doen.’
Tot slot, wat heeft de Nederlandse zorgpraktijk aan jullie inzichten?
Lian vat samen: ‘Het is altijd waardevol om de ontwikkelingen in andere landen te volgen en die kennis weer mee te nemen naar de zorg in Nederland. De knelpunten in ons zorgsysteem, zoals vergrijzing, stijgende kosten en personeelstekorten, zijn niet uniek en onze oplossingen hoeven dat dus ook niet te zijn. Op dit congres hoorden we de oplossingen in andere landen en wat daar wel en niet heeft gewerkt. Die gebruiken wij voor de zorg in Nederland.’