Naar hoofdinhoud Naar footer

Portrettenreeks Reablement: Met de handen op de rug verplegen bij Cicero Zorggroep

Ouderen wonen langer thuis, en willen zich daar zo goed mogelijk zelf kunnen redden. Reablement is sinds een paar jaar dan ook een populair onderwerp in de Nederlandse VVT-sector. En of je dat nu oude wijn in nieuwe zakken vindt, of een prachtige moderne ontwikkeling: het gedachtegoed en de (zorg)methodes die eruit voortvloeien zijn gericht op autonomie, eigen regie en zelfredzaamheid van ouderen en zijn dus een mooie manier om de ouderenzorg persoons- en levensgerichter te maken. Maar hoe ondersteun je cliënten het best bij het (terug)winnen van (een deel van) hun zelfredzaamheid? En hoe wen je er als zorgmedewerker aan om meer ‘met de handen op de rug’ te werken? In deze portretreeks nemen we je mee langs zorgorganisaties die werken vanuit Reablement. We beginnen met een verpleegkundige van Cicero Zorggroep.

Waarom is het volgens jou belangrijk om aan zelfredzaamheid te werken? 

‘Als mensen zelf dingen blijven doen, vergroot dat hun eigenwaarde en autonomie. En ze krijgen een positiever zelfbeeld. Als we samen werken aan hun zelfredzaamheid, ontdekken ze dat ze ondanks hun beperkingen toch veel zelf kunnen. Dat vind ik belangrijk, want ik zie dat mensen dan positiever in het leven staan, ondernemender zijn en meer openstaan voor activiteiten. Bovendien is er fysieke winst, want mensen blijven op deze manier fitter: hun lichaam verstijft minder. Mensen gaan meer naar buiten en ontmoeten andere mensen. Eigenlijk zorgen Reablement en meer zelfredzaamheid er gewoon voor dat cliënten weer meer mens worden.’

Reablement en grotere zelfredzaamheid maken cliënten vaak weer meer méns: autonomer, fitter, ondernemender.

Hoe is het voor jou om zo te werken?

Nou, het levert het mij veel werkplezier op. Ik ben 50 jaar en werk 40 uur per week. En ik kan nog jaren door. Door bewust te werken vanuit het idee van Reablement ervaar ik meer rust in mijn werk. Ik kijk niet meer constant op de klok of vooruit naar hoeveel mensen ik die dag nog moet zien. Ik kan mijn aandacht veel gerichter besteden aan de bewoners die ik zie.’

Wat inspireert jou om zelfredzaamheid te stimuleren? 

Ik was me daar eerder nooit zo van bewust, maar achteraf gezien heb ik dat van huis uit meegekregen, omdat mijn broer al heel lang in een rolstoel zit. Hij is dan wel fysiek beperkt, maar hij kan nog altijd zelf beslissingen nemen: dat heb ík van jongs af aan ‘normaal’ gevonden. Ik herinner me een moment dat hij geholpen werd met aankleden. Hij gaf aan dat zijn onderbroek niet goed zat. Dus toen werd de kleding opnieuw aangetrokken totdat hij zei dat de onderbroek goed zat. Hij had daarin volledig de regie: hij kon het niet zelf, maar het wel zelf aangeven. En dat werd gerespecteerd. Dat sprak mij aan en zo ben ik mensen instinctief gaan benaderen.’  

Wat maak je mee in de praktijk rondom Reablement? 

‘Ik merk dat (zelf)vertrouwen heel belangrijk is. Al met lichte ondersteuning krijgen bewoners vaak vertrouwen (terug) om dingen zelf te doen. Een cliënt met Parkinson, bijvoorbeeld, geef ik een hand om uit bed te komen, maar ik trek niet. Het idee van mijn hand helpt haar zichzelf omhoog te trekken. Zo werkt het ook bij het lopen. En als ze onzeker is, dan kan ze om mijn arm vragen, maar mijn hand op haar rug is meestal voldoende. Daarnaast kan het helpen haar wat af te leiden. Door met haar te kletsen terwijl ze zelfstandig haar gezicht wast, bijvoorbeeld. Voor ze het doorheeft wast ze zelfs meer dan haar gezicht zelf!’

(Zelf)vertrouwen is heel belangrijk. Al met lichte ondersteuning krijgen bewoners hun vertrouwen (terug) om dingen zelf te doen.

Hoe stimuleer jij de zelfredzaamheid?

‘Werken ‘met de handen op de rug’ is daarvoor heel belangrijk, maar ook wennen. Ik richt me echt op de bewoner en wil er altijd rekening mee houden wat er op dát moment kan. Vroeger werkte ik in de palliatieve zorg met mensen die zo hulpbehoevend waren, dat het bijna onmogelijk was om mijn handen op de rug te houden. Wat niet gaat, dat gaat niet. Maar ik zag ook mensen die tot het laatst van hun leven zo zelfredzaam mogelijk wilden blijven. Al konden ze nog maar kleine dingen zelf, voor hen was dat immens belangrijk.

Hoe pak je dat aan, ‘met de handen op de rug’?

‘Door goed te kijken wie je voor je hebt, wat er wél kan, en door mensen aan te moedigen dingen zelf te proberen. Ik was laatst bijvoorbeeld iets later dan gepland bij een bewoner… en ze bleek zichzelf al te hebben aangekleed! Ze gaf wel aan zich nog niet te hebben ingesmeerd, want ze zei dat niet te kunnen. Omdat ik beter weet, heb ik haar de crème aangereikt en toen smeerde ze zich toch zelf in. Dat eerste zetje helpt dan, en tussendoor geef ik complimenten, dat stimuleert ook. Verder denk ik erover om een praatgroepje op te richten met bewoners met ZZP 4 of 6 om te bespreken hoe zij zelfredzamer kunnen zijn of wórden, want ook dáár draait Reablement om. Dat lijkt me een mooie manier voor bewoners om ook elkaar aan te moedigen en vertrouwen te geven dat er meer mogelijk is.’

Dat eerste zetje helpt gewoon, en tussendoor geef ik complimenten, dat stimuleert ook.

Hoe pak je de focus op zelfredzaamheid met je team op?  

Binnen ons team vinden we het belangrijk dat we op een uniforme manier inzetten op zelfredzaamheid. Dus we blijven steeds met elkaar in contact, bijvoorbeeld in de overdracht. Als ik merk dat een bewoner bepaalde handelingen bij mij wél, maar bij een collega níet zelf doet, dan bespreken we dat in het team. Ik zei laatst tegen een cliënt ‘U zult me wel streng vinden’ nadat ik haar had aangemoedigd om zelf uit bed te komen, zich te wassen en te lopen. Zo ontstond een gesprek, waarin ze me vertelde dat ze het wel makkelijk vond als mijn collega dingen vóór haar deden. Ik vertelde haar over de voordelen van zelfredzaamheid, en heb de situatie bij de overdracht met collega’s besproken: het is belangrijk dat we met z’n allen haar autonomie en zelfredzaamheid stimuleren.

Welke tips heb je voor collega’s? 

  • Houd het luchtig en houd het klein. Je stimuleert zelfredzaamheid al door bijvoorbeeld een washandje aan te bieden.
  • Behandel bewoners net als ieder ander mens. De gedragsconsulent wees ons er eens op dat we niet altijd rustig groetten en de bewoner vertelden wat we kwamen doen wanneer we binnen kwamen lopen. De consulent constateerde dat de bewoner voor wie we om advies om vroegen, ons kneep als schrikreactie of gebrek aan vertrouwen. Nu zijn we er scherper op dat de bewoner steeds weet wat er gebeurt, en knijpt die ons niet meer. Nu is er ruimte om naar zelfredzaamheid te kijken.
  • Kijk steeds goed naar de mens die voor je zit: wat kan deze persoon op dit moment wel, en wat niet? Op een ander moment kan dat zomaar anders zijn. Beweeg daarin met de bewoner mee.

Deel deze pagina via: