Naar hoofdinhoud

Stevig staan bij tweebenig werken in netwerken

Steeds meer organisaties bundelen hun krachten in samenwerkingsnetwerken, waarbij professionals vanuit verschillende organisaties samenwerken. Maar hoe blijf je als professional stevig staan als je met één been in het netwerkteam zit, en met het andere been in de organisatie waar je in dienst bent? Vilans en KOOS Utrecht voerden een actieonderzoek uit en publiceren de handreiking ‘Tweebenig werken’.

Tweebenig werken

KOOS Utrecht is een netwerk van vijf organisaties: Altrecht, De Rading, Reinaerde, De Opvoedpoli en Youké. Vanuit deze initiatiefnemende organisaties zijn professionals in multidisciplinaire teams aan de slag gegaan. Zij zijn in dienst van de initiatiefnemende organisatie en werken deels voor de initiatiefnemende organisatie en deels voor KOOS, of fulltime voor KOOS. Deze vorm van samenwerken brengt uitdagingen met zich mee, ook voor de professionals zelf. KOOS Utrecht heeft hier, met de ZonMw-subsidie ‘De juiste zorg op de juiste plek’, actieonderzoek naar gedaan. De ervaringen en geleerde lessen zijn verwerkt in de Handreiking ‘Tweebenig werken’. Deze geeft aanbevelingen en tips voor organisaties die zelf via tweebenig werken vorm willen geven aan integrale hulp, expertisebehoud en kennisdeling tussen professionals. Een aantal voorbeelden:

  • Maak ruimte om tweebenig werken te bespreken. Evalueer vanaf de start wat wel en wat niet goed loopt en ontwikkel dit als netwerk door.
  • Heb oog voor het behoud van kennis en ervaring in de multidisciplinaire teams. Professionals die het nieuwe vak uitoefenen hebben gedeelde leerervaringen nodig in een veilige setting.
  • Faciliteer als werkgever ontmoetingen tussen professionals die bij je in dienst zijn en professionals die fulltime werkzaam zijn in de netwerkorganisatie.
  • Vooral voor nieuwe professionals zijn de mogelijkheden om onderling kennis te halen en te brengen niet vanzelfsprekend. Denk bijvoorbeeld aan het organiseren van lunchreferaten voor iedereen in het netwerk.

Bekijk de handreiking ‘Tweebenig werken’

Lotte Westra van KOOS Utrecht vertelt over haar ervaringen:

Welke uitspraken uit het actieonderzoek zijn je het meest bijgebleven?

‘Een professional die geen werkervaring had bij de initiatiefnemende organisatie zei: ‘Ik zou willen dat ik twintig telefoonnummers in mijn telefoon had van mensen in mijn organisatie met hun expertisegebied, zodat ik weet wie ik kan bellen als ik iets tegenkom in een gezin.’ Voor mij was heel tekenend dat je dus moet blijven investeren in die relatie, in het elkaar kennen. Want pas als je iemand kent en weet waar iemand goed in is, pak je die telefoon en ga je bellen voor een consult. Een andere mooie invalshoek die me bijbleef was: ‘We denken bij het organiseren vaak heel erg in werkgever/werknemer, of in organisaties. Maar als we dat nou loslaten en gewoon beginnen bij aanwezige kennis en hoe we die kunnen delen en versterken?’.

Voelden professionals binnen KOOS Utrecht zich betrokken bij het thema?

‘De diversiteit in de teams is heel groot. De manier waarop mensen binnenkomen, of ze wel of geen werkervaring hebben bij één van de initiatiefnemende organisaties en of ze wel of geen vakgenoten tegenkomen in hun team(s). Daardoor zie je grote verschillen in behoeften. De een is er al heel erg zelf mee bezig, denkt erover na, en vindt het fijn om daar over in gesprek te zijn. Een ander geeft aan ‘Oh, ik had hier eigenlijk nog nooit over nagedacht, totdat ik deze uitnodiging voor een gesprek kreeg.’ En dan zie je weer hele andere inzichten ontstaan.’

Hoe blijft KOOS Utrecht in de toekomst aandacht besteden aan tweebenig werken?

‘Waar we in de eerste drie jaar vooral bezig waren de interorganisationele multidisciplinaire teams te voorzien van de benodigde expertises, ontstaat er nu weer een nieuwe fase waarin we onszelf de vraag stellen: ‘Hoe zorgen we dat die expertise op de lange termijn daadwerkelijk gewaarborgd blijft? En kunnen we ook de manier waarop we tweebenigheid nu invullen nog verder verbeteren?’ Er zijn ook professionals die aangeven dat naarmate de multidisciplinaire teams groeien, zij hun vakgenoten binnen hun team beter vinden en dan minder waarde hechten aan tweebenigheid. Hoe ga je daarmee om? Dat zijn vraagstukken waarmee we in de toekomst aan de slag moeten.’

Zijn er al eerste interventies waarmee jullie bij KOOS Utrecht aan de slag willen?

‘We kijken in deze fase eerst naar voorbeelden, hoe doen ze dit op andere plekken in Nederland? De geformuleerde aanbevelingen uit dit actieonderzoek helpen ons om concrete stappen te zetten. Het faciliteren van ontmoetingen en de manieren waarop je kennis deelt zijn bijvoorbeeld belangrijk. We willen lunchreferaten organiseren, waarbij professionals van alle initiatiefnemende organisaties kunnen aanschuiven en hun expertise zo breed kunnen delen. En we adviseren KOOS-professionals om aan te sluiten bij een ontwikkeldag van hun initiatiefnemende organisatie, juist om hun kennis over multidisciplinair werken te delen. Het zijn allemaal manieren die professionals voor wie dit nieuw is, kunnen helpen.’

Wat zou je willen meegeven aan andere netwerken die met dit thema te maken krijgen en ook zoekende zijn?

‘Ik kan me niet voorstellen dat KOOS Utrecht de enige is die zich afvraagt: hoe doe je dit goed? Laten we goede voorbeelden met elkaar delen en daarover met elkaar in gesprek gaan. De aanbevelingen uit de handreiking zijn geen blauwdruk, de context is vaak verschillend en dus zal toch steeds net iets anders nodig zijn. Ik ben heel blij dat wij vanaf de start bij KOOS Utrecht hebben gezegd dat we hier met professionals actief over in gesprek wilden gaan, en dat we steeds bekijken hoe we kunnen verbeteren. Ik denk dat je dat overal moet doen.’

Ervaringen

Vilans was betrokken bij het actieonderzoek en de handreiking. Hoe kijken de adviseurs daarop terug?

Elize van Wijk: ‘Na een stoomcursus actieonderzoek door Vilans hebben medewerkers van KOOS Utrecht zelf als co-actieonderzoekers het onderzoek uitgevoerd. Daardoor kon de opgedane kennis uit interviews en bijeenkomsten meteen in de organisatie worden toegepast en geborgd. Als Vilans-begeleiders merkten we dat acties zo sneller opgepakt en uitgevoerd werden en dat co-actieonderzoekers heel betrokken waren bij de opzet van het onderzoek. Wij adviseerden over de opzet van het actieonderzoek, reflecteerden op de resultaten en dachten mee over vervolgstappen. We willen deze manier van werken vaker toepassen binnen andere projecten.’

Sandra Dahmen: ‘Bij Vilans houden we ons veel bezig met samenwerkingsvraagstukken in netwerken. Voor het thema ‘Tweebenig samenwerken’ zagen we een link met KOOS Utrecht. We brachten onze kennis over samenwerken in en volgden intensief hoe zij aan de slag gingen met dit thema. KOOS Utrecht is een niet-vrijblijvende samenwerkingsvorm. Dat zien we niet heel vaak, want organisaties gaan vaker een vrijblijvendere vorm van samenwerking aan. Het is interessant om te volgen hoe dit invloed heeft op de doorontwikkeling van het netwerk. Het zijn allemaal vraagstukken die ook waardevolle kennis opleveren voor de langdurende zorg en die we ook weer kunnen delen met het veld.’