Naar hoofdinhoud Naar footer

Hoofdlijnenakkoord: 'Benut kennis om de mens centraal te stellen in beleid'

De rol van zorgende burgers zelf en van zorgzame gemeenschappen komt nog onvoldoende terug in het Hoofdlijnenakkoord. Dat stellen bestuurders Mirella Minkman en Erwin Bleumink van Vilans in een reactie op dat akkoord. ‘Dat is misschien wel het grootste gemis in het akkoord, het stelt de beleidsterreinen centraal en niet wat die betekenen voor het leven van burgers.’ Vanuit hun landelijke kennisrol geven de Vilans-bestuurders de beleidsmakers en nieuwe ministers mee te benutten wat we al weten, breed te kijken naar oplossingen en de mens steeds centraal te stellen.

Bleumink: ‘We hebben het even laten inwerken. Eén A4; meer is het niet over de zorg in het Hoofdlijnenakkoord. Aardig compact dus. Vraag is natuurlijk of dat erg is, want een goede en toegankelijke gezondheidszorg wordt duidelijk erg belangrijk gevonden. Het hoofdlijnenakkoord schetst richtingen, van belang is de uitwerking eronder. Hoe vertaal je het? Kennis uit ervaring, praktijk en wetenschap wordt hiervoor hopelijk een belangrijke bron, niet alleen wensen of emotie. Want die laatste alleen leiden snel tot teleurstellingen. Een voorbeeld, vermindering van regeldruk en administratieve lasten zijn zeer nastrevenswaardig, maar uit de praktijk weten we dat dit gerichte aandacht, een lange adem en veel lef vraagt. Dat geldt ook voor innovaties. Het is daarom goed te zien dat extra middelen worden vrijgemaakt voor het versnellen van digitale zorg in verpleeg- en gehandicaptenzorg.’

Rol van burgers

Minkman: ‘Heel nieuwe dingen staan er eigenlijk niet in, daargelaten het punt ‘eigen risico’. We moeten ons realiseren dat de praktijk vaak voor loopt op beleid, veel bewegingen moeten en gaan gewoon door en ondersteuning daarvan door de regering is wel gewenst. Denk aan de rol van burgers zelf en van communities waarin mensen elkaar meer ondersteunen. Of het nadenken over wat eigenlijk zorg moet en kan zijn. Die bewegingen moeten nog veel krachtiger maar zijn – is onze hoop – niet meer te stoppen. Dat mag wel explicieter benoemd in de uitwerking van het Hoofdlijnenakkoord, er staat maar één keer het woord mantelzorger en dat is nog maar een beperkte groep burgers. Ook het afstemmen en samenwerken op zowel niveau regio als lokaal moeten gewoon door, waarbij we de intenties van IZA en WOZO meenemen. Daar is nog heel veel te doen. Het akkoord benoemt het belang van samenwerking in de eerste lijn. Dat is inderdaad cruciaal, maar daar moet het niet stoppen, het gaat er om hoe je dat verbindt in de leefgemeenschappen van mensen. En hoe je anders organiseert uitgaande van wat er wel is (in bijvoorbeeld aantal huisartsen).' 

'Dat is misschien ook wel het grootste gemis in het akkoord, het stelt de beleidsterreinen centraal en niet wat die betekenen voor het leven van burgers. Dan zou je het ook anders moeten opschrijven. Zoals: wat willen we bereiken voor mensen met een baan? Wat willen we voor jongeren of ouderen? Voor ondernemers? En wat voor alle burgers, zoals beter bestuur? En voor welke groepen gaan we accenten leggen, of investeren en waarom willen we dat? Dan zien en lezen mensen beter welke beeld en visie er is. En zie je ook dat een bepaalde groep gewoon mist zoals mensen met een beperking of mensen die veel vraagstukken tegelijk te handelen hebben. Nu gaan lezers door de hoofdstukken heen op zoek ‘wat betekent dat voor mij?’ en zie je ook tegenstellingen, wil men nu meer of minder preventie? Wellicht zou dat ook helpen voor het samenwerken door ministeries heen. Daar is ook nog veel op te doen.’

Beleid en kennis

De vraag is: doet beleid er dan niet toe? Zeker wel, aldus Bleumink. 'Beleid moet zorgen voor kaders en richting, en moet ruimte bieden voor oplossingen die werken voor mensen. Zo wordt in de hoofdlijnen voorgesteld te investeren in zorg-/verpleegplekken voor ouderen. We weten uit onderzoek dat ouderen in de toekomst het liefst zelfstandig thuis blijven wonen, zelfs als ze (meer) zorg nodig hebben. Over hoe die gewenste omgeving eruit ziet is ook kennis. Een groot deel geeft aan dan terug te kunnen vallen op anderen voor extra hulp. Die kennis over behoeften helpt het goede te doen met de investeringen. En kennis over wat wel en niet werkt helpt het goed te doen. Bleumink: ‘En dan bedoel ik met het goede en het goed doen niet alleen "harde effectiviteit"; nee dan gaat het om breder kijken naar wat de impact is - in hardere en zachtere mate - en wat we dan voor bepaalde zorg of ondersteuning over hebben. Niet alles kan. De beweging rondom passende zorg of de databanken effectieve interventies die er nu al zijn zitten in dezelfde denklijn.’

Beleid moet zorgen voor kaders en richting, en moet ruimte bieden voor oplossingen die werken voor mensen.

Erwin Bleumink

Innovatie belonen

Minkman vult aan: ‘Als je kijkt naar wat we (ook internationaal) weten, zijn er eigenlijk altijd vier zaken van belang voor goede zorg: een goed ontwikkelde sterke ondersteuning, zorg dicht bij huis (‘sterke eerste lijn’); ten tweede aanpakken gericht op een integraal perspectief (obese kinderen op een dieet zetten werkt niet, naar het gezin kijken wel). Dan omvat je ook bijvoorbeeld wonen en inkomens; ten derde anders organiseren (tussen domeinen, disciplines, organisaties, geen verspilling, ontregelen) en als laatste systeemimpulsen die gewenst gedrag (innovatie, samenwerken, zuinigheid) bevorderen. Vooral die laatste mist, zegt Minkman, maar heeft veel effect. De productieprikkel moet eruit, en innovatie moet beloond worden, en "comfort" geven in een transitieperiode. Die lees ik nog niet, daar kan beleid meer betekenen.'

Kennis gemakkelijk toepasbaar

Bleumink: ‘Goed te lezen vond ik de opmerking over de leesbaarheid van polissen. We zullen informatie over zorg en ondersteuning simpeler moeten maken. Dat sluit goed aan bij onze overtuiging, dat kennis gemakkelijk toepasbaar moet zijn. Voor zorgprofessionals maar ook voor burgers, want zij verlenen veel ondersteuning en zorg. Ook goed om te zien is dat in het hoofdstuk over goed bestuur staat dat de kennisinfrastructuur en de benutting daarvan in beleid en begrotingen wordt verbeterd. Dat is verstandig, maar ook verstandig is de kennisinfrastructuur gericht op de praktijk - professional en burger - te versterken en te benutten om zo het doen-vermogen, de autonomie en het oplossen in eigen omgeving te vergroten.’ Minkman: ‘Daar gaan we hoe dan ook trots mee door’. Bleumink lachend: ‘We moeten er zeker mee door. Dit is inmiddels wel al langer dan één A4, aan de slag, er is geen tijd te verliezen.’

Reacties

Enkele reacties van organisaties in ouderenzorg en gehandicaptensector:

Deel deze pagina via: