In 3 stappen naar AI-geletterdheid in je zorgorganisatie
Gepubliceerd op:
AI is onderdeel van de dagelijkse zorgpraktijk. Zorgmedewerkers gebruiken steeds vaker AI-tools en ook cliënten en naasten komen met informatie die door AI is gegenereerd. Dat biedt kansen, maar roept ook belangrijke vragen op over betrouwbaarheid, privacy en professioneel handelen. Daarom is AI-geletterdheid een onmisbare vaardigheid geworden. Bovendien verplicht de Europese AI Act organisaties die AI gebruiken om maatregelen te treffen die de AI-geletterdheid van medewerkers ondersteunen. In dit artikel lees je hoe je daar als zorgorganisatie in 3 praktische stappen mee aan de slag kunt.
Wat is AI-geletterdheid nu eigenlijk?
AI-geletterdheid is het geheel aan kennis, vaardigheden en houding waarmee medewerkers AI begrijpen, kritisch beoordelen en verantwoord toepassen, met oog voor de mens, privacy en ethiek. Medewerkers hoeven geen AI-expert te zijn. Wel moeten ze weten wanneer AI kan helpen, welke risico’s eraan verbonden zijn en welke informatie ze wel en niet mogen invoeren.
Welke kennis nodig is, verschilt per vorm en toepassing van AI. Bekijk 5 vormen van AI die al beschikbaar zijn. Een chatbot vraagt andere vaardigheden en controles dan spraakgestuurd rapporteren, planning of AI die een zorgbeslissing ondersteunt. AI-geletterdheid voor chatbots is meer dan goed leren prompten. Het gaat ook om kritisch blijven, vragen durven stellen en soms besluiten om AI niet te gebruiken.
Hoe werk je als zorgorganisatie aan AI-geletterdheid?
3 stappen helpen om praktisch te beginnen.
Stap 1: zorg voor duidelijke afspraken en een eerste koers
- Begin met wat je met AI wilt bereiken. AI-geletterdheid vraagt dat medewerkers weten wat hun organisatie met AI wil bereiken en welke waarden en grenzen daarbij belangrijk zijn. Begin niet bij wat technisch mogelijk is, maar begin met vast te stellen wat je doel als organisatie is met AI. Niet iedere mogelijke toepassing levert betere zorg op. De waarde voor cliënten en medewerkers moet het uitgangspunt blijven. Formuleer een voorlopige koers en betrek daarbij verschillende perspectieven, bijvoorbeeld van zorgmedewerkers, cliënten, leidinggevenden, ICT, privacy en kwaliteit. Het kan ook helpen om te bedenken en beschrijven hoe je als organisatie AI níet wilt gaan inzetten.
- Medewerkers op de werkvloer gebruiken AI al. Ook als de organisatie haar koers nog bepaalt. Breng daarom in kaart welke toepassingen medewerkers gebruiken en maak praktische basisafspraken:
- Maak duidelijk welke AI-tools medewerkers mogen gebruiken.
- Maak duidelijk welke informatie zij daarin mogen invoeren.
- Leg uit hoe zij AI-uitkomsten moeten controleren en waar zij terechtkunnen met vragen of fouten.
- Spreek af wie verantwoordelijk is voor besluiten over AI.
Zo ontstaat snel richting, zonder te doen alsof alle vragen al zijn beantwoord. Gebruik ervaringen uit de praktijk om de voorlopige koers verder te ontwikkelen tot een breder gedragen visie.
Stap 2: stimuleer het leren werken met AI
- AI-gebruik is een vaardigheid. Je leert het door te doen. Geef medewerkers daarom ruimte om binnen veilige kaders te oefenen. Laat ze bijvoorbeeld een samenvatting maken, ideeën verzamelen of een vraag aanscherpen. Vergelijk onderling antwoorden en bespreek wat er bruikbaar was, wat er klopte, wat niet klopte of ontbrak en welke informatie wel en niet ingevoerd mocht worden. Zo leren medewerkers AI-uitkomsten beoordelen: niet blind overnemen, maar ook niet direct afwijzen. AI kan ondersteunen, maar neemt de verantwoordelijkheid niet over.
- Bespreek voorbeelden uit de praktijk. Herkenbare scenario’s uit de zorgpraktijk maken het gesprek concreet. Denk aan AI bij rapportages, cliëntbrieven, interne documenten of het vinden en vergelijken van passende interventies met de InterventieZoekhulp. Vergelijk met elkaar en bespreek steeds: wanneer helpt AI, wat moet de medewerker zelf beoordelen en wanneer kan een fout gevolgen hebben? Leidinggevenden hoeven geen AI-expert te zijn om AI geletterdheid te stimuleren. Ze kunnen wel veilige experimenteerruimte bieden en AI op de teamagenda zetten. Door ook hun eigen twijfel, fouten en onverwachte AI-antwoorden te delen, maken ze van fouten geen reden om AI-gebruik te verbergen, maar een aanleiding om samen te leren.
Stap 3: stem de aanpak af op rol, toepassing en AI-profiel
- Alle medewerkers hebben basiskennis nodig over de werking, mogelijkheden en beperkingen van AI. Wie regelmatig met een specifieke AI-toepassing werkt, moet ook weten hoe je de uitkomsten beoordeelt en wat je doet bij fouten of twijfel. Leidinggevenden en adviseurs hebben kennis nodig over bijvoorbeeld beleid, privacy, kwaliteit en verantwoordelijkheden.
- Ook houding en ervaring verschillen. Vilans ontwikkelde eerder met partners 4 digitypes voor de omgang met digitale technologie. Die zijn niet speciaal voor AI ontwikkeld, maar helpen wel om ondersteuning af te stemmen. Een e-learning kan goed passen bij een AI-vaardige professional of AI-enthousiasteling. Een AI-starter of aarzelende AI-gebruiker heeft mogelijk meer aan een eenvoudig stappenplan, oefenen in een kleine groep of hulp van een vertrouwde collega, AI-coach of digicoach. Je kunt aftrappen met een workshop, die je afstemt op de doelgroep, maar daarna begint het eigenlijk pas. Medewerkers hebben ook praktische voorbeelden, oefenmomenten, gesprekken in het team en laagdrempelige hulp nodig. Zo groeit een leercultuur waarin medewerkers vragen stellen en samen ontdekken wat AI aan hun werk toevoegt.
- Begin klein en praktisch.Wacht niet op een perfect AI-beleid. Begin met duidelijke kaders, een eerste koers, ruimte om te oefenen en aandacht voor verschillen tussen medewerkers. Leg vragen uit oefenmomenten vast: die laten zien welke afspraken, kennis en ondersteuning nog ontbreken. Zo wordt AI geen los experiment van enkele voorlopers, maar een onderwerp waar de organisatie bewust, veilig en praktisch mee leert werken.
- Tips voor leermiddelen.In juni 2026 werd het platform AI-geletterdheid in de zorg gelanceerd. Bekijk de beschikbare leermiddelen voor de VTT en de gehandicaptenzorg. Of wijs medewerkers op de e-learnings over de zorg bij de Nationale AI-Cursus.
Wat vragen de AI Act en AVG?
De Europese AI-verordening vraagt organisaties die AI-systemen gebruiken om maatregelen te nemen die de ontwikkeling van AI-geletterdheid ondersteunen. Stem die maatregelen af op de kennis en ervaring van medewerkers, de toepassing, de gebruikscontext en de risico’s. De wet schrijft geen vaste training, toets of certificaat voor.
Ook de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) blijft gelden. Persoonsgegevens mogen alleen in een AI-tool worden verwerkt als dat volgens de AVG is toegestaan en past binnen de afspraken van de organisatie. Bij cliëntgegevens is extra voorzichtigheid nodig, omdat gezondheidsgegevens bijzondere persoonsgegevens zijn. Maak daarom duidelijk welke tools medewerkers mogen gebruiken en welke informatie zij daarin mogen invoeren.
Leidt een AI-toepassing met persoonsgegevens waarschijnlijk tot een hoog privacyrisico? Dan moet de organisatie vooraf een Data Protection Impact Assessment (DPIA) uitvoeren, daarmee breng je de privacyrisico’s en benodigde maatregelen in kaart.
Wetgeving vormt het kader voor verantwoord gebruik. AI-geletterdheid groeit vervolgens vooral op de werkvloer: door duidelijke afspraken, oefening en gesprekken over situaties uit de praktijk.
Lees meer over de Europese AI-verordening: Artikel 4 van de AI Act.