Naar hoofdinhoud Naar footer

Deel deze pagina via:

Stel je vraag aan

5 tips: Zo maak je met duidelijke taal de zorg toegankelijker

Gepubliceerd op:

Ongeveer 1 op de 3 Nederlanders heeft moeite met het vinden, begrijpen en beoordelen van informatie over gezondheid en zorg. Cliënten en naasten krijgen bijna elke dag informatie over gezondheid en zorg: tijdens gesprekken, in brieven, via het cliëntportaal of in een zorgplan. Het is belangrijk dat zij deze informatie kunnen begrijpen.

Hoe maak je informatie over gezondheid voor meer mensen vindbaar, begrijpelijk en zo toegankelijk? Met deze 5 tips zorg jij ervoor dat cliënten en naasten jouw informatie goed begrijpen en weten wat er van hen verwacht wordt.

5 Tips voor meer begrip van cliënten en naasten

Tip 1: Bedenk wat de ontvanger nodig heeft

Als zorgprofessional weet je vaak veel over een onderwerp. Voor cliënten en naasten is informatie soms nieuw. Daardoor is niet altijd duidelijk welke woorden of welke uitleg nodig zijn.

Stel jezelf daarom 2 vragen:

  • Wie leest of hoort deze informatie?
  • Wat moet deze persoon weten of doen?

De antwoorden helpen om informatie te kiezen die relevant is voor de cliënt en naasten. Ook zie je sneller welke woorden vragen kunnen oproepen en extra uitleg nodig hebben.

Tip 2: Zet de belangrijkste informatie vooraan

Mensen willen snel weten waar een gesprek, mail of brief over gaat. Begin daarom altijd met de informatie die het belangrijkste is.

  • Schrijf niet: ‘Beste meneer, hierbij willen wij u informeren over wijzigingen in onze afspraak.‘
  • Maar schrijf: ‘Beste meneer, uw afspraak is verzet naar dinsdag 1 oktober om 14.00 uur.‘

Tip 3: Gebruik woorden die mensen begrijpen

In de zorg gebruiken we veel vaktermen. Dat is logisch. Collega's moeten elkaar snel en precies begrijpen. Cliënten en naasten kennen deze woorden vaak niet. Dit betekent niet dat vaktaal altijd moet verdwijnen. Soms is een medisch begrip nodig. Leg dan uit wat het betekent.

  • Schrijf niet: ‘Voor de ingreep moet u nuchter blijven.‘
  • Maar schrijf: ‘Voor de ingreep moet u nuchter blijven. Dit betekent dat u vanaf middernacht niet meer eet of drinkt.‘

Zo voorkom je misverstanden.

Tip 4: Schrijf in taalniveau B1

De meeste mensen in Nederland begrijpen teksten op taalniveau B1. In teksten van taalniveau B1 staan eenvoudige woorden, korte zinnen en de tekst komt snel tot de kern.

  • Schrijf niet: ‘Upload een foto van uw wond in het patiëntenportaal.‘
  • Maar schrijf: ‘Maak een foto van uw wond. Voeg deze foto als bijlage toe aan dit bericht.‘

In de zorg gaat tegenwoordig veel digitaal. Maar niet iedereen is digitaal vaardig. Een woord als ‘uploaden’ is niet B1 niveau. Twijfel je of een woord B1 niveau is? Kijk dan op de website van ishetb1 of een woord past bij taalniveau B1 en vind suggesties voor alternatieven.

Tip 5: Geef niet te veel informatie tegelijkertijd

Veel informatie in een keer maakt het lastig om de hoofdboodschap te onthouden. Geef daarom alleen de informatie die de cliënt of naaste nu moet weten. Aanvullende informatie kan je later of op een andere manier delen.

Stel jezelf de vraag welke informatie je kan weglaten zonder dat de uitleg verloren gaat.

Inschrijven nieuwsbrief

Met onze nieuwsbrief blijf je wekelijks op de hoogte van alle trends en ontwikkelingen in de langdurige zorg.


Voor meer informatie over de verwerking van persoonsgegevens, zie onze privacyverklaring.