Schema met 3 domeinen binnen de zorg: thuiszorg, huisartsenzorg en ziekenhuiszorg. Per domein staat aangegeven wat de belangrijkste activiteit is binnen proactieve zorgplanning en welke informatie daarvoor nodig is. Thuiszorg richt zich op het opstellen van zorgplannen voor behoud van kwaliteit van leven. Huisartsenzorg richt zich op het vaststellen van opnamebeleid. Ziekenhuiszorg richt zich op het vaststellen van behandelgrenzen. De benodigde informatie bestaat uit een combinatie van behandelplannen, zorgplannen, opnamebeleid, behandelgrenzen en niet-reanimeerverklaringen.
Zo geef je proactieve zorgplanning vorm in de regio
Gepubliceerd op:
Verschillende informatiesystemen van zorgorganisaties hoeven geen probleem te zijn voor goede regionale samenwerking rond proactieve zorgplanning. Dat blijkt uit onderzoek van de Erasmus Universiteit Rotterdam naar proactieve zorgplanning in de Achterhoek. We zetten 5 inzichten uit dit onderzoek op een rij.
Proactieve zorgplanning is er voor cliënten die thuis wonen en complexe zorgbehoeften hebben. Proactieve zorgplanning helpt door goed aan te sluiten op hun behoeftes en wensen. Daarnaast kan proactieve zorgplanning onnodige ziekenhuisopnames voorkomen en kan een opname in een verpleeghuis worden uitgesteld.
Toch komt het vormgeven van proactieve zorgplanning in de regio nog niet altijd van de grond. Het vraagt namelijk om een goede afstemming tussen thuiszorg, huisartsenzorg, ziekenhuiszorg, en soms ook verpleeghuiszorg. Dit is moeilijk omdat:
- de wensen van patiënten en hun naasten over zorg in de laatste levensfase veranderlijk zijn.
- er verschillende opvattingen zijn over wat goede zorg is. Bij zorgverleners onderling en tussen cliënten en zorgprofessionals.
- er beperkte contactmomenten tussen zorgprofessionals zijn.
Over het onderzoek van Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR)
Deze studie maakte deel uit van een 3-jarig actieonderzoeksproject (2023-2025) in Oost-Nederland gericht op het verbeteren van Proactieve zorgplanning (PZP) voor thuiswonende patiënten met chronische aandoeningen en complexe zorgbehoeften. In het project is onder andere gewerkt aan een regionale leidraad proactieve zorgplanning; er zijn scholingsmodules ontwikkeld over PZP en er is een bewustwordingscampagne opgezet. Het onderzoek heeft overdraagbare lessen voor de zorgpraktijk opgeleverd.
Waar let je op wanneer je proactieve zorgplanning in de regio goed wilt vormgeven? Gebruik de 5 inzichten:
Inzicht 1: Een gefragmenteerd informatiesysteem is geen hindernis
Natuurlijk helpt het als patiëntendossiers goed gekoppeld zijn. Uit het onderzoek is gebleken dat dit alleen niet per se nodig is om proactieve zorgplanning goed vorm te geven. Goede afstemming kan ook door tastbare documenten en daar kun je direct mee beginnen. Denk daarbij aan afspraken in ontslagbrieven of instuurbrieven. Het werkt nog beter als dit gevolgd wordt door een belletje om bepaalde zaken te verduidelijken en van context te voorzien.
Inzicht 2: Ken elkaars taakopvattingen en informatiebehoeftes
Bij regionale samenwerking helpt het als je elkaars taken, informatiebehoeftes en opvattingen over zorg kent. Dit is belangrijk voor goede afstemming. Maar wat als dit niet gebeurt? Een manager uit de ambulancezorg legt dit uit: 'Voor ons is het essentieel dat we weten wat er met een patiënt is. Wij kunnen het zien als in het dossier van het ziekenhuis staat dat iemand een niet-reanimatieverklaring heeft. Als we dan gebeld worden voor een hartstilstand, gaan wij niet ter plekke reanimeren. Maar staat dit niet in het dossier van het ziekenhuis over een patiënt? En worden we gebeld vanwege een hartstilstand? Dan gaan wij ter plekke wel reanimeren, tenzij iemand een niet-reanimeren penning draagt.'
Wat is proactieve zorgplanning?
Proactieve zorgplanning is een proces waarin patiënten en zorgprofessionals samen wensen, doelen en voorkeuren voor toekomstige zorg verkennen. Dit wordt vervolgens vastgelegd en in de praktijk gebracht. Tijdens dit proces besluiten gesprekspartners gezamenlijk welke vormen van zorg en ondersteuning wel of niet plaatsvinden in bepaalde fasen van het ziekteverloop. Proactieve zorgplanning is vooral belangrijk voor situaties waarin cliënten in de toekomst misschien niet meer zelf kunnen beslissen. Bijvoorbeeld door een ernstige ziekte, dementie of algehele kwetsbaarheid op oudere leeftijd.
Inzicht 3: Maak werkafspraken met elkaar
Het helpt om werkafspraken te maken over hoe zorgverleners elkaar informeren over proactieve zorgplanning. Een afspraak kan bijvoorbeeld zijn dat de thuiszorg de huisarts informeert wanneer een patiënt aangeeft te willen praten over de grenzen van zorg en behandeling. Of dat besproken behandelbeperkingen worden vermeld in instuur- en ontslagbrieven. Door dit soort werkafspraken blijven zorgprofessionals goed op de hoogte.
Inzicht 4: Verzamel informatie over zelfredzaamheid en wensen en grenzen van zorg
Het is belangrijk om informatie van andere disciplines te verzamelen omproactieve zorgplanning in de regio goed vorm te geven. Iedere discipline heeft weer een ander stukje van de puzzel. In de praktijk zien we dat het verzamelen van deze informatie bijvoorbeeld al gebeurt door:
- een thuiszorgmedewerker die de huisarts vraagt of het nodig is om gesprekken over wensen rondom zorg in de laatste levensfase te starten of voort te zetten.
- een geriater die de thuiszorg belt bij een ziekenhuisopname. Dit om in te kunnen schatten hoe haalbaar het is dat de patiënt straks weer naar huis kan. Zo zegt een klinisch geriater: 'Thuiszorgmedewerkers komen vaak zelfs in de slaapkamer en hebben soms zelfs de koelkast geopend. Daarom kunnen zij goed beoordelen wat haalbaar is.'
Inzicht 5: Bespreek veranderende verwachtingen over de laatste levensfase
Veranderende verwachtingen bespreken over de laatste levensfase is belangrijk omdat ze gevolgen kunnen hebben voor ieders taken in proactieve zorgplanning. Vaak veranderen wensen en grenzen van zorg van patiënten naar mate de gezondheid verslechterd. Het is van belang dat betrokken zorgverleners elkaar hiervan op de hoogte houden. In de praktijk zien we dat goede afstemming hierover bijvoorbeeld al gebeurt door:
- een wijkverpleegkundige die na het ontslag van een patiënt uit het ziekenhuis contact opneemt met de verpleegkundig specialist van de afdeling. Dit zorgt voor informatie over behandelgrenzen.
- een palliatief wijkverpleegkundige die inzichten over veranderende wensen en zorgbehoeften van cliënten met een huisartsenpraktijk deelt.
- een huisarts die na opname van een patiënt telefonisch contact opneemt met het ziekenhuis om belangrijke wensen door te geven. Zoals een uitgesproken wens om niet in een verpleeghuis opgenomen te worden.
Wanneer afstemming niet goed gaat
Uit het onderzoek is ook duidelijk wat er gebeurt als de afstemming in proactieve zorgplanning niet gebeurt. Het gevolg is dat de kennisoverdracht dan vooral bij de patiënten zelf en hun mantelzorgers terechtkomt. Hierdoor ontstaat er ongelijkheid in de mate waarin wensen en behandelgrenzen daadwerkelijk worden gerespecteerd en uitgevoerd. De ene persoon is namelijk meer gezondheidsvaardig dan de ander. Of afstemming goed gaat, mag niet afhangen van spontane acties van professionals of de gezondheidsvaardigheden van een patiënt. Daarom is het nodig om dit regionaal goed vorm te geven met elkaar.
Over MGZ in de regio
Dit artikel is geschreven voor het programma MGZ in de regio. Dit programma wordt uitgevoerd door Vilans en EUR en houdt zich bezig met medisch generalistische zorg (MGZ) in de regio voor kwetsbare mensen. Dit doen we door regionale projecten te ondersteunen in vraagstukken over strategie en implementatie. Ook delen we kennis en bieden we handvatten om zelf met samenwerking in de regio aan de slag te gaan. We ondersteunen met praktijkverhalen en organiseren bijeenkomsten over onderwerpen als financiering, stepped care of triage. Lees meer over het programma MGZ in de regio.
Meer weten?
Bekijk het onderzoek van EUR 'Proactieve zorgplanning in the eind-of-life phase: coordinating between social worlds'.