‘Relatie met leefwereld biedt nieuwe kansen’
Gepubliceerd op: 06-01-2026
Vilans-adviseur Matthijs Klok liep een jaar lang mee in Fort Vreeswijk, het dorpshuis van de gelijknamige wijk in Nieuwegein, om zelf te ervaren hoe bewonersinitiatieven in de praktijk werken. Want deze initiatieven tonen aan dat zorg anders te organiseren is. ‘Behalve de kracht en de impact van een burgerinitiatief, is mij vooral opgevallen hoe moeilijk systeem- en leefwereld elkaar soms begrijpen,’ zegt Matthijs. ‘En ik ben daar zelf ook best wel schuldig aan.'
Lachend vertelt Matthijs: ‘Voorafgaand aan ons project moest ik natuurlijk uitleggen waarom ik zo graag een kijkje in hun keuken wilde nemen. Voor ons als Vilans, zo vertelde ik, is het heel belangrijk dat we op het snijvlak zitten van zorg en welzijn. Fort Vreeswijk is hiervan een perfect voorbeeld, betoogde ik. Welzijn herkenden zij natuurlijk wel, maar gezondheid? Daar deden ze niet zoveel mee, zeiden ze. Als kennisadviseur zag ik allerlei verbanden met de zorg, maar het lukte mij tijdens dat eerste gesprek niet goed om dit over te brengen. Ik had een aantal voorbeelden voorbereid, maar ook deze zagen zij niet als bijzonder. "Ja zorg, als je het zo zegt, dan begrijp ik dat wel, maar voor ons is dit gewoon normaal, dat doen we gewoon", was hun reactie.’
Onder de indruk
En dat gewoon doen, of er zijn en doen wat nodig is, was ook de insteek van zijn werkwijze: open observeren. ‘Ik heb meegewerkt met allerlei activiteiten, van drank inschenken, (bestuurs)vergaderingen bijwonen tot de koersbalmat uitrollen. Ik heb eigenlijk van alles gedaan’, vertelt Matthijs. ‘Ik was onder de indruk dat als je iets vanuit zo'n initiatief wilt veranderen of organiseren, je van bovenaf eigenlijk niet zoveel hoeft te regelen. De vrijwilligers zijn daar omdat ze heel goed weten wat en hoe ze dat willen doen en ze worden daarin niet belemmerd. Ze worden niet betaald, ze hebben geen leidinggevende, hoeven zich niet in bochten te wringen om hun initiatief te onderbouwen en ze hoeven geen projectbudgetten aan te vragen. Dat scheelt niet alleen in overhead en tijd, maar geeft heel veel ruimte en dat motiveert! Vanuit de systeemwereld zie ik dit als bijzonder, maar de mensen van Fort Vreeswijk zien dat als een voorwaarde.’
Niet strak geregeld
Het lijkt soms allemaal vanzelf te gaan. Hij ondervond dat bij het koersballen. ‘De mensen, tachtigplussers, spelen dat iedere week. Ik vroeg hun hoe ze dat hebben georganiseerd. Ze keken me wat verbaasd aan. "Wat bedoel je nou met georganiseerd, we doen dit al 20 jaar, komen bij elkaar en doen dat gewoon". Dat kon ik niet begrijpen: iemand moet dit toch organiseren? Jullie staan hier met z’n achten, er liggen ballen, een mat, de tafel staat vol met koffie, thee en koek. "Ja, die mat ligt hier gewoon iedere week". Ik kwam gewoon echt niet verder. Zo werkt dat dus. Ik wilde weten hoe dit werd bekostigd: wie zorgt ervoor dat iedereen er is? Wie betaalt de koek? En wie reserveert de ruimte? In de systeemwereld zouden we iemand hebben geregeld, is er budget voor een nieuwe mat, geld voor de koeken (wie die nu betaalt, weten ze niet) en zou de ruimte gereserveerd moeten worden. Het is allemaal niet zo strak geregeld, maar het werkt wel, al meer dan 20 jaar. Vanuit de systeemwereld willen we de zaken vaak graag in kaders plaatsen, met afgebakende projecten en een budget, maar dat werkt hier eigenlijk helemaal niet zo. Daar ben ik me heel bewust van geworden.’
Meteen aan de slag
Matthijs noemt Fort Vreeswijk het ideale voorbeeld van waar zorg en welzijn bij elkaar komen. Er zit een huisarts in het dorpshuis, een fysiotherapeut, er is een dagbestedingsorganisatie, er zijn ruimtes en er is een groot en divers activiteitenprogramma met vast aanbod. ‘Dit is iedere week en het kost bijna niets. Het wordt gerund door vrijwilligers en iedereen loopt door elkaar heen. Als je ideeën hebt, kansen ziet of ergens tegenaan loopt, kun je meteen bij elkaar terecht, er wordt ontzettend veel georganiseerd voor en door de bewoners. Als je een idee hebt kun je bij Fort Vreeswijk snel aan de slag. Natuurlijk wordt er wel gekeken of iets zin heeft, betaalbaar en realistisch is, maar een projectplan en verantwoording zijn niet nodig. Dat geeft ruimte om te experimenteren en dingen uit te proberen. ‘Als iets niet werkt, dan doen we het niet’, zegen ze. ‘Maar dat weet je vaak ook pas als je het eerst probeert.’
Mama-café
Een mooi voorbeeld, vindt hij het mama-café, voor jonge moeders. ‘Jonge moeders komen dan bij elkaar. Aan de ene kant komen zij voor ontspanning en gezelligheid, maar aan de hand van de vraag vanuit de groep wordt er bijvoorbeeld ook muziektherapie gegeven en sluit een keer in de maand de verpleegkundige van het consultatiebureau aan. Dat zorgt ervoor dat moeders heel laagdrempelig informatie en advies kunnen inwinnen. De verpleegkundige zelf heeft veel gemakkelijker zicht op mensen die misschien wat meer hulp nodig hebben. Daar gaat een preventieve werking van uit. Alles komt zo samen. Je ziet de ene keer gesprekken over koetjes en kalfjes en een andere keer constateert de verpleegkundige dat er meer nodig is.’
Tot slot, welk advies heeft Matthijs voor partijen die willen samenwerken met dit soort buurtinitiatieven? 'Systeempartijen benaderen buurtinitiatieven soms nog wat instrumenteel: wat kan het initiatief bijdragen aan onze eigen doelen? Natuurlijk is het logisch dat je als zorgorganisatie of systeempartij rekening houdt met je eigen belangen. Maar durf die soms los te laten en kijk vooral naar wat er in het buurtinitiatief speelt en hoe je elkaar kunt versterken. Daarmee sluit je beter aan bij de leefwereld en de uitdagingen in de wijk. Op korte termijn levert dit misschien niet (altijd) direct een oplossing voor jouw eigen vraagstuk op, maar het legt wel de basis voor een duurzame relatie met de gemeenschap. Vanuit die relatie ontstaan juist nieuwe kansen en mogelijkheden.’
Handreiking 'In het hart van de gemeenschap'
Bewonersinitiatieven, met als uitgangspunten nabijheid, veerkracht en solidariteit tonen aan dat zorg anders te organiseren is. Vilans maakte een handreiking hoe professionals of organisaties goed kunnen aansluiten bij bewonersinitiatieven in de wijk. Daarvoor liep een aantal Vilans-medewerkers een jaar lang mee met initiatieven in hun eigen woonomgeving.