Naar hoofdinhoud Naar footer

Deel deze pagina via:

Stel je vraag aan

Groninger Kracht: samenwerking met lokale initiatieven als regionale opdracht

Gepubliceerd op: 15-01-2026

Bij de samenwerkende VVT-organisaties van Groninger Kracht groeide steeds meer het besef dat samenwerking met initiatieven van inwoners geen bijzaak is. Het is een belangrijk onderdeel van hoe ouderenzorg regionaal georganiseerd wordt. Bestuurder Karin van der Vries en projectleider Henk Nijmeijer beschrijven hoe deze ontwikkeling binnen Groninger Kracht tot stand kwam en steeds meer begint te leven.

Groninger Kracht is een samenwerkingsverband van 16 ouderenzorgorganisaties dat ontstond tijdens de COVID-periode. Karin van der Vries, bestuurder van zorgorganisatie De Hoven: ‘VVT-organisaties moesten intensiever samenwerken om de zorg overeind te houden. Na COVID zijn we met zorgbestuurders bij elkaar blijven komen. We beseften dat we een gemeenschappelijke taak hebben. Toen zeiden we: Het zou helpen als we een gezamenlijke visie hebben op de ontwikkeling van de ouderenzorg in de regio en de komende uitdagingen, om van daaruit plannen te maken. Dat werd Groninger Kracht.’

Zorgzame gemeenschappen als kern

Groninger Kracht is dus vooral een visie. Karin: ‘We hebben besproken: wat zien we aan ontwikkelingen? Hoe verhouden we ons daartoe? En hoe kijken we naar wat er in de toekomst wordt gevraagd van de VVT en de maatschappij? Het uitgangspunt is dat we voor elkaar en met elkaar zorgen en dat begint altijd buiten de muren van onze organisaties. Op grond van deze visie formuleerden we 5 pijlers. Daaraan koppelden we de actieplannen. Pijler 1 is Versterken van zorgzame gemeenschappen. Dat is de kern, het fundament van alles wat we doen.’

Dit zijn de 5 pijlers van Groninger Kracht.

Oud-zorgbestuurder Henk Nijmeijer is projectleider van pijler 1: ‘Binnen Groninger Kracht ontstond steeds meer een gezamenlijke overtuiging dat de toekomst van ouderenzorg niet kan zonder nauwe verbinding met inwoners, dorpsgroepen en informele netwerken. We wilden met elkaar vanuit de regiovisie de krachten bundelen met de Groninger gemeenschappen. Samenwerking met lokale initiatieven werd daardoor een regionale uitdaging. Hoe komen formele en informele structuren bij elkaar?’

Stem van de inwoners

De regionale afspraken bleken belangrijk om de samenwerking met dorpen, wijken en inwoners te stimuleren. ‘We hebben afgesproken dat we beginnen met wat er al is, wat succesvolle projecten zijn en wat we ervan kunnen leren’, vertelt Karin. ‘Belangrijk is eerst de gemeenschap te leren kennen en uit te gaan van wat inwoners willen. En dus moeten zij hun stem kunnen laten horen. Onze overlegvormen zijn voor inwoners vaak niet energiegevend, we denken na over hoe het anders kan.‘ 

‘Zoals bijvoorbeeld in de gemeente Het Hogeland. Binnen Vakland Het Hogeland, het leer- en ontwikkelprogramma voor de inwoners, wordt elke maand op vrijdagmiddag Vakland Café georganiseerd. De inwoners bespreken daar allerlei thema’s, waaronder recent het thema zorgzame gemeenschappen. Iedereen is welkom en er is altijd muziek. Dat zijn vormen die wij niet bedenken. De grootste uitdaging voor ons is dan ook daarbij aan te sluiten en dan niet de pet van de beleidsmaker op te hebben, geen beleidstaal te spreken en niet onze vergadermanieren in te zetten.‘

De grootste uitdaging voor ons is aan te sluiten bij wat er is en dan niet de pet van de beleidsmaker op te hebben, geen beleidstaal te spreken en niet onze vergadermanieren in te zetten.

Karin van der Vries, bestuurder De Hoven

Belang van regionale beweging

Ook Nijmeijer benadrukt dat de regionale aanpak niet top-down moet zijn: ‘Van de 10 projecten waarmee we startten, liepen er al 5. En de andere 5 hebben we gesteund bij het opstarten. Het gaat erom dat je als organisatie niet in de lead komt. Wij gaan in gesprek met inwoners: wat willen jullie? Waar lopen jullie tegenaan? En wat zijn mogelijke oplossingen? Wij ondersteunen alleen waar nodig, de inwoners gaan zelf aan de slag. Projecten vallen of staan bij de inzet van mensen in hun eigen gemeenschap, dan is er draagkracht. Pas later komt er behoefte aan meer borging en contacten met de formele zorg. Het is een proces, een vorm van samen leren en oefenen.’

Praktische handvatten voor samenwerking

Overal in Nederland zoeken regio’s naar nieuwe vormen van samenwerking om de zorg toekomstbestendig te maken. 

Lees meer over de handvatten voor zorgorganisaties en andere formele partijen, die hun samenwerking met inwoners willen verkennen, versterken en verduurzamen.

Het is belangrijk dat inwoners voelen dat hun projecten onderdeel zijn van een bredere regionale beweging én dat zij het belang van die beweging zien. ‘De regio heeft invloed op het grotere systeem’, zegt Henk Nijmeijer, projectleider Groninger Kracht. ‘Regionaal is geld beschikbaar en kan gewerkt worden aan herverdeling van middelen. Ook kan de regio zorgen voor kennisdeling en inspiratie. Daar zijn de projecten van de inwoners bij gebaat.’

Zandloper

En hoe is dan de wisselwerking tussen regionaal en lokaal? ‘Eerst was er een regionaal, abstract verhaal dat we moesten omzetten naar een praktische aanpak’, zegt Henk. ‘Nu gaan we weer van de praktische aanpak naar het regionale verhaal. Dat noem ik de zandloper. De regionale laag is cruciaal voor uitwisseling, opschaling en gezamenlijke strategie. De regio is de schaal waarop we de complexe vraagstukken bespreken.’

De regionale laag is cruciaal voor uitwisseling, opschaling en gezamenlijke strategie. De regio is de schaal waarop we de complexe vraagstukken bespreken.

Henk Nijmeijer, projectleider Groninger Kracht

De regionale laag wordt intussen volop gevoed door lokale ervaringen die worden gedeeld aan de overlegtafels. Het leidt tot steeds meer besef van de maatschappelijke taak die zorgorganisaties hebben. Al is de praktijk nog weerbarstig. ‘Bestuurders van Groninger Kracht zeggen allemaal dat de beweging geland is in de eigen organisatie’, zegt Karin. 

‘Maar de mate waarin de organisaties daadwerkelijk betrokken zijn bij projecten verschilt. Ook de mate waarin het vuur in de organisatie aangeblazen wordt verschilt en dat maakt weer uit voor de betrokkenheid van zorgmedewerkers bij projecten. De samenwerking met zorgzame gemeenschappen zelf staat niet ter discussie, het gedrag dat erbij hoort soms wel.’

Interne en externe uitdagingen

Wat daarbij speelt is dat bij organisaties ook interne zaken aandacht vragen. ‘Het is ook best veel’, vervolgt Karin. ‘Samenwerking met burgerinitiatieven vergt een andere manier van werken, veel meer vanuit gelijkwaardigheid. Daarom zijn we een opleidingsprogramma aan het voorbereiden voor medewerkers: hoe verhoud je je in die samenwerking met inwoners? Medewerkers leren er in de aansluitende rol te zijn en vanuit hun professionaliteit het goede te doen.’

Tegelijkertijd zijn er ook externe uitdagingen. De financiering van projectbegeleiders en dorpsondersteuners, die de schakel vormen tussen formele en informele netwerken, komt uit meerdere bronnen: transitiemiddelen, provinciale gelden, de Specifieke uitkering domeinoverstijgende samenwerking (SPUK DOS) en subsidie vanuit Nij Begun, een programma voor aardbevingsgebieden. ‘Dat er meerdere financieringen zijn is fijn, maar maakt het niet makkelijker’, zegt Karin. ‘Daarbij komt dat we nog geen kwantitatieve resultaten kunnen melden. Kwalitatieve resultaten zijn er wel, maar die zijn kwantitatief moeilijker te duiden.’

Gemeenten sluiten aan

Toch wordt de overtuiging dat samenwerking met burgerinitiatieven nodig en wenselijk is, breed gedeeld: de toekomst van de zorg hangt er simpelweg mee samen. Binnen de regio ontstaat dan ook steeds meer een herkenbare beweging. ‘Bij nieuwe projecten merk ik dat men al weet van andere projecten. Dat ze zeggen: Hé, dat willen we hier ook doen’, vervolgt Henk. ‘Ook gemeenten sluiten meer aan, ze zien dat dit een goede vorm is om betrokken te zijn bij wat inwoners willen en doen. De burgerinitiatieven zijn de vooruitgeschoven posten voor wat inwoners nodig hebben.’

Kleine stappen zien

De regionale ambitie blijft intussen groeien. ‘Volgend jaar willen we 10 nieuwe projecten faciliteren en het jaar erna ook, met middelen vanuit zorgkantoor, IZA, SPUK DOS en Nij Begun’, aldus Karin. ‘We zorgen daarbij dat we in samenhang stappen maken. Daarom is vertegenwoordiging vanuit Groninger Kracht aan al die verschillende overlegtafels van belang. Het zijn processen van lange adem en we leren daarin de kleine stappen te zien.’

De kleine stappen die lokaal al zijn gemaakt in de samenwerking met burgerinitiatieven zijn ondertussen uitgegroeid tot een regionaal gedragen aanpak. ‘Wat lokaal gebeurt, nemen we regionaal heel serieus’, aldus Henk. ‘Binnen de Groningse VVT-organisaties wordt steeds sterker gevoeld dat samenwerking tussen zorgorganisaties en burgerinitiatieven niet alleen een antwoord is op schaarste, maar vooral een nieuwe basis voor zorg en samenleven.’