Naar hoofdinhoud Naar footer

Deel deze pagina via:

Stel je vraag aan

Leren van én met elkaar over inclusieve zorg: een terugblik op het leernetwerk

Gepubliceerd op: 05-02-2026

Ter afsluiting van ruim 2 jaar leernetwerken Inclusieve Zorg kwamen op 24 november ‘drijvende krachten’ bij elkaar in Utrecht. Zij blikten terug en deelden geleerde lessen met elkaar. Inclusief werken vraagt om verbinding met elkaar.

De deelnemers kwamen uit verschillende organisaties en netwerken, waaronder gemeenten, zorgorganisaties en kenniscentra. Susan Keunen en Dianne Vasseur ondersteunden vanuit Vilans de lerende netwerken en de onderlinge kennisdeling.

Inspirerend en stimulerend netwerk

Dianne keek met de deelnemers terug op ruim twee jaar leernetwerken Inclusieve Zorg, gestart in 2024. In die periode kwamen 37 deelnemers 14 keer samen. 8 van de bijeenkomsten vonden plaats bij verschillende deelnemers op locatie. Het netwerk bracht onder meer een bezoek aan een inclusieve woonwijk bij Kloostervelden. Op deze locatie van Kempenhaeghe vormen bewoners met en zonder zorgvraag samen een gemeenschap. Daarnaast kregen we bij Laurens in Rotterdam een inkijkje in een initiatief van jonge medewerkers die met korte, concrete acties inclusiviteit naar de werkvloer brengen.

De deelnemers waardeerden het leernetwerk als momenten om samen te komen en over inclusiviteit uit te wisselen en onderling kennis te delen. Dat werkt inspirerend en stimulerend, vooral voor mensen voor wie het soms voelt dat ze als enige binnen hun organisatie met dit thema bezig zijn. ‘Het is een motortje om het proces gaande te houden en mij te voeden en te inspireren.’

Iedereen reflecteerde vanuit zijn of haar eigen perspectief op de knelpunten bij inclusief werken. Hoe vergroot je bijvoorbeeld het bewustzijn bij collega’s als het gaat om diversiteit en inclusie. En hoe spreek je mensen aan óp niet inclusief gedrag zonder de relatie te schaden?’ Hiervoor zijn ‘drijvende krachten’ binnen organisaties nodig.

Inclusiviteit goed op de agenda

Jacco Besseling, geestelijk verzorger bij zorgorganisatie Evean, gaf aan dat Inclusieve zorg al op veel plekken in de organisatie besproken wordt. ‘Sleutelfiguren zorgen op verschillende manieren dat het thema binnen hun locaties en teams aandacht krijgt.’ Carmen van Daal van de V&VN vertelde dat er binnen zorgorganisaties nog stappen gezet moeten worden en dat hun ambassadeursnetwerken daar een belangrijke rol in spelen.

Groeiende urgentie

'Inclusieve zorg moet hoe dan ook meer aandacht krijgen', zegt Hodo Hassan, voormalig projectleider bij de gemeente Tilburg. ‘De urgentie groeit vanwege de toenemende vergrijzing en zorgbehoeften van ouderen met migratieachtergrond.’ Annemiek Tuinhof de Moed (Netwerk Utrecht Zorg Ouderen, NUZO) gaf aan dat het onderwerp daar langzaam meer aandacht krijgt, maar dat de focus lange tijd op andere zaken lag.

Marlous Stout werkt bij Lister, een organisatie voor mensen met psychische kwetsbaarheid. Zij benoemde de trage voortgang en is bezorgd dat aandacht voor inclusiviteit vaak afhankelijk is van individuele trekkers. Meerdere deelnemers benadrukten dat inclusiviteit in alle aspecten van de organisatie verweven moet worden.  

Drijvende kracht delen

Het vervolg van de bijeenkomst bestond uit een variant van Wonder Labs. In een Wonder Lab draait het om het ontdekken en hardop bespreken van de betekenis van nieuwe inzichten en perspectieven, zonder direct naar oplossingen te zoeken. Deze methode zorgt voor een betere verbinding tussen de deelnemers en begrip voor elkaars ervaringen. De deelnemers werden uitgenodigd om na te denken over hun eigen drijvende kracht binnen hun organisatie en dit te delen aan de hand van een symbool, kunstwerk of gedicht.

Het is wat het is

Jacco Bessling, las een gedicht voor van Erich Fried met de titel: ‘Het is wat het is’.  Het gaat volgens Jacco over acceptatie en omgaan met tegenslag. Dit gedicht helpt hem om ‘het klein te houden’ en stil te staan bij wat er is, zonder er interpretatie aan te geven en conclusies aan te verbinden. Dit principe past hij toe bij ingewikkelde gesprekken over inclusiviteit: ruimte geven aan wat er is en wat anderen vinden en van daaruit komen tot een gelijkwaardig gesprek.

Leren van ervaringsdeskundigen

Carmen vertelde dat voor haar veel lezen de ogen heeft geopend. Met name het boek ‘Witte onschuld’ van Gloria Wekker, hoogleraar Gender en Etniciteit, was een eyeopener. Mede dankzij dit boek realiseerde zij zich hoeveel ze nog niet wist en hoe onwetend misschien anderen ook zijn. ‘De geschiedenis snappen geeft je inzicht in je eigen gekleurde referentiekader’.

Carmen gelooft sterk in storytelling en luisteren naar mensen die ervaring hebben met discriminatie en racisme. ‘We zijn allemaal opgegroeid in een racistisch systeem en hebben allemaal onze vooroordelen. Het is belangrijk om je daarvan bewust te zijn. En anderen daarvan bewust te maken.’

Inclusieve ontmoetingen stimuleren

Hodo vertelde over haar werk in wijkcentra. Ze probeert daar om schotten tussen verschillende culturele groepen weg te nemen. ‘Vroeger werden er aparte activiteiten georganiseerd voor verschillende culturele groepen, zo ontstonden er Turkse of Marokkaanse huiskamers. Nu streven we naar meer inclusieve ontmoetingen waar verschillende groepen samenkomen. Dit roept soms weerstand op, maar ik denk dat dit de cohesie en samenhorigheid in wijken zal versterken.’

Tot slot van de bijeenkomst bespraken de deelnemers hoe ze in contact kunnen blijven om elkaar ook in de toekomst te inspireren en te steunen. Er werden posters uitgedeeld om gesprekken over identiteit en samen leven te stimuleren, bijvoorbeeld met de vraag ‘Wat is jouw verhaal?’. Hoe kan jij een drijvende kracht zijn als het gaat om inclusieve zorg en diversiteit?