Naar hoofdinhoud

‘Technologie vraagt iets van iedereen binnen álle processen'

Zorgtechnologie succesvol implementeren vergt tijd, weten Vilans-bestuursvoorzitter Mirella Minkman en bestuurder Brigitte Boon van Academy Het Dorp. Kunnen de ouderen- en de gehandicaptenzorg van elkaar leren als het gaat om het gebruik van technologie? Wat is er nodig om ervoor te zorgen dat toepassingen écht worden gebruikt in de praktijk? En hoe kunnen digitale oplossingen bijdragen aan kwaliteit van leven en een hanteerbare werkdruk?

Brigitte Boon, bestuurder bij Academy Het Dorp en bijzonder hoogleraar technologie gehandicaptenzorg bij Tilburg University/Tranzo, heeft veel zien veranderen. ‘Vijf jaar geleden keken trendwatchers geïnteresseerd naar alle technologische mogelijkheden op congressen. Maar begeleiders in de zorg dachten dan: en wat kan IK daar nu mee doen? Inmiddels zijn we opgeschoven naar: hoe brengen we toepassingen concreet naar de praktijk? Hoe zorgen we ervoor dat technologie daadwerkelijk wordt gebruik in de zorg? En hoe financieren we dat?’ Mirella Minkman, net als Boon verbonden aan de Tilburg University/TIAS, als bijzonder hoogleraar Innovatie van organisatie en governance van integrale zorg, sluit zich daarbij aan. ‘Op het punt van bewustwording en acceptatie is de afgelopen vijf jaar veel bereikt. Alle organisaties zijn bezig met technologie. De een is verder dan de ander, maar niemand kan het zich meer permitteren niets te doen.’ 

Zorgtechnologie neemt vlucht

Het gebruik van technologie in de zorg heeft een flinke impuls gekregen. Drie externe oorzaken die daaraan bijdragen: schaarste, vergrijzing en corona. Minkman: ‘Je moet het samen zien te rooien met je collega’s. Niet alles kán meer met menskracht, daarvoor is door de vergrijzing gewoonweg te weinig personeel beschikbaar. Dan is het slimmer en handiger om meer gebruik te maken van technologie.’

‘Technologische toepassingen bieden veel mogelijkheden voor zowel zorgprofessional als cliënt’, aldus Minkman. ‘Als zorgverlener kan je op afstand expertise inroepen, bepaalde voorzieningen worden toegankelijker. Technologie kan ook bijdragen aan een zelfstandiger leven waarin mensen zelf de regie houden. En het kan helpen om eenzaamheid tegen te gaan. Als iemand met een psychische of lichamelijke kwetsbaarheid bijvoorbeeld een drempel ervaart om naar het buurthuis te gaan kan digitaal contact uitkomst bieden.’

De coronapandemie zorgde voor een stroomversnelling bij het gebruik van technologie. Er werd een COVID-19-regeling van de Stimuleringsregeling E-health Thuis (SET) in het leven geroepen. Hiermee konden zorgorganisaties bij ZonMw financiering aanvragen bij het implementeren van technologie. 

Door corona in stroomversnelling

Boon vertelt: ‘Omdat het crisis was kozen organisaties snel voor een bepaalde toepassing om beeldzorg of contact op afstand voor elkaar te krijgen. Binnen de Innovatie-impuls Gehandicaptenzorg, die Vilans en Academy Het Dorp samen uitvoeren in opdracht van het ministerie van VWS, hebben we ook ruimte gemaakt voor organisaties die beeldzorg of contact op afstand duurzaam wilden verankeren in de processen. We keken of de gekozen optie inderdaad het best bij de cliëntvraag paste, ook voor de langere termijn. Bestond de reden van de aanschaf nog of was die misschien gewijzigd? Vanuit dat uitgangspunt zoek je een passend instrument en borg je het gebruik goed in de processen.’

Hobbels 

Onduidelijkheid over de financiering is een van de obstakels bij het implementeren van zorgtechnologie. Boon: ‘Het is niet altijd duidelijk of een bepaalde technologische oplossing onder de Wet langdurige zorg of onder de Zorgverzekeringswet valt. Is een innovatie voor één persoon bestemd of voor meerdere mensen? De wens en het enthousiasme zijn er, pilots hebben succes. Maar duurzaam implementeren en borgen vraagt meer.’ Een andere hobbel is de gedragsverandering die gebruik van technologie vraagt. Boon: ‘Als een cliënt een app gaat gebruiken, vraagt dat iets van álle processen in de héle organisatie. Begeleiders moeten iemand ondersteunen en dat vraagt iets van hen, maar ook van de afdeling Opleidingen, van helpdeskmedewerkers, van bestuurders: van iedereen.’ 

Doel voor cliënt moet helder zijn

Minkman vindt het belangrijk altijd het doel voor ogen te houden: wat wil ik met deze toepassing bereiken? Boon vult aan dat de ervaringsdeskundigen - de cliënt en zijn naasten - vanaf het begin moeten worden betrokken, ‘bij de vraagstelling, de implementatie én het onderzoek.’ Ze noemt als voorbeeld de SignaLEREN-app, waarmee verschillende organisaties binnen de Innovatie-impuls ervaring opdoen. ‘Cliënten die moeite hebben hun stress te reguleren, hebben baat bij de app. Zij gaven zelf aan waar ze tegenaan liepen, dat omgaan met stress een probleem voor hen was én dat ze zochten naar wat hen kon helpen de spanning kwijt te raken. Hun naasten wisten wat spanning kon oproepen bij de cliënt.’

Dat ontwikkelen, innoveren, onderzoeken en implementeren bij elkaar horen, is voor Minkman en Boon glashelder. Boon: ‘Neem slim incontinentiemateriaal. Door sensortechniek beperk je daarmee de momenten van verschoning. Waar verzorgenden zonder dat materiaal op gezette tijden iemand verschonen, doen ze dat nu nog alleen als het nodig is.'

‘Wil je onderzoeken of deze technologie een meerwaarde heeft, dan zul je deze eerst moeten implementeren. Maar dan moeten verzorgenden wél de gebruikelijke verschoningsronde overslaan. Zouden ze daaraan vasthouden, dan zul je de toegevoegde waarde van de technologie niet vinden. Met wat je leert uit het onderzoek “voed” je vervolgens weer de implementatie van de vernieuwing.’ Boon vertelt dat er momenteel bij zes organisaties een kosteneffectiviteitsonderzoek gaande is, gesubsidieerd door ZonMw. ‘Daar zien we ook dat het aanpassen van de processen cruciaal is.’

Zorgtechnologie integraal inzetten

Naast innoveren, onderzoeken en implementeren pleit Minkman voor een integrale inzet van zorgtechnologie. ‘Vaak zie je dat op losse punten een oplossing wordt gezocht. Ik pleit ervoor technologie meer te integreren in het dagelijks leven en te werken aan slimme koppelingen en datagedreven zorg. Stel dat iemand ondersteuning nodig heeft bij bepaalde levensbehoeften, zoals voldoende eten. Sensoren monitoren dan bijvoorbeeld hoe vaak iemand naar de keuken loopt. Koppel die data aan het zorgdossier, zodat de gegevens bij de professional komen. Of bij een ondersteunende sociale robot, die bijvoorbeeld een reminder kan uitspreken als iemand vergeet te ontbijten. In het eWare-project, dat wordt gefinancierd vanuit het programma Active & Assisted Living, is gewerkt aan zulke slimme koppelingen.’

Samenwerking tussen sectoren

Hoe staat het nu met de samenwerking tussen ouderenzorg en gehandicaptenzorg? Die uitwisseling komt er steeds meer, zien Minkman en Boon. Minkman: ‘Er zijn mooie voorbeelden van technologische toepassingen die in beide sectoren worden gebruikt. Denk aan Anne4Care, een virtuele assistent die onder andere helpt bij de dagstructuur. Anne werd ontwikkeld voor ouderen, maar wordt nu ook bij mensen met een licht verstandelijke beperking ingezet.’  

Boon noemt nog een ander voorbeeld: robot Tessa. ‘In de dementiezorg wordt deze oplossing al langer gebruikt. Nu kijken we of ook mensen met een licht verstandelijke beperking, niet-aangeboren hersenletsel en autisme er steun aan hebben om hun dagstructuur vol te houden. We leren van elkaar, vragen hoe de ander het trainen van medewerkers aanpakt, bijvoorbeeld.’ Minkman ziet nog meer voordelen bij samenwerking tussen de ouderenzorg en de gehandicaptenzorg. ‘We kunnen samen optrekken waar het gaat om vraagstukken rond de financiering. Daar lopen we op meerdere plekken tegenaan.’ 

Slotwoord

Boon en Minkman hopen dat technologie in de zorg steeds normaler wordt. Minkman: ‘De stip op de horizon is dat zorgtechnologie vanzelfsprekend is in het leven van cliënten en het werk van medewerkers. Voor de kortere termijn wil ik dat bij bewezen effectieve toepassingen de financiering geen issue meer is. De waarde die zorgtechnologie creëert voor de cliënt moet voorop staan. Werken met technologie is bovenal mensenwerk: het gaat niet alleen om de hardware, of de software maar om peopleware’.

Tekst:  Linda van Ingen